Daar gaat ze

© THOMAS SWEERTVAEGHER

Ik zit met een joekel van een legenestsyndroom. Nochtans is het totaal geen verrassing dat mijn dochter op kot gaat. Ze is achttien, afgestudeerd en al een hele poos bijzonder duidelijk over haar toekomstplannen. “Bereid je er maar op voor”, hoorde ik geregeld van ervaringsdeskundigen. Maar hoe doe je dat: op voorhand rouwen om wat komen gaat? Het is niet de fysieke afwezigheid die ik vrees; ik heb al jarenlang een co-ouderschapsregeling. Het is de brute breuk met het fijne leven dat we samen hadden in de beslotenheid van ons gezinnetje. Daar komt over enkele weken een einde aan. Het voelt als liefdesverdriet van één kant. Haar wacht een heel nieuw en spannend leven, terwijl ik op deze manier nog wel even had willen doorgaan.

De afgelopen jaren nam ze al kleine stapjes richting het volwassen bestaan. Haar daarin begeleiden ging me goed af, en ik maakte mezelf wijs dat loslaten helemaal niet zo moeilijk, ja, zelfs best prettig was. Tot het me deze zomer plots begon te dagen: dit wordt niet het volgende kleine stapje, maar een gigantische sprong. Geen evolutie, maar een revolutie. Mijn rol als zorgende moeder loopt ten einde, voortaan heb ik een plek aan de zijlijn, als supporter van haar leven. Ook dat is volgens de meeste ervaringsdeskundigen een boeiende fase. Maar nu zit ik nog in de rouwfase. Ik worstel nog met het afscheid nemen van die prachtige kindertijd die veel te snel is voorbijgevlogen.

Partner Content