‘Made in Europe’: zijn kleren uit Europese landen sowieso eerlijker?

Lotte Philipsen Journalist KnackWeekend.be
Aylin Koksal Journalist Weekend.be

Sommige modemerken kiezen bewust voor Europese productie of trekken van Azië naar Europa, wat men reshoring noemt. Is dit op vlak van eerlijke arbeidsomstandigheden voor de kledingarbeiders een goed idee?

Westerse modebedrijven startten de offshore productie, de verplaatsing van hun productieactiviteiten naar landen met lagere loonkosten en minder strenge regelgeving, vanaf de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. 

‘Door globalisering en het verplaatsen van de productie van goederen naar lageloonlanden, hebben we de band met de arbeiders die onze kleding maken doorgeknipt’, vertelt journalist en auteur Dana Thomas in een interview met Knack Weekend. ‘Daardoor zijn mensen vergeten hoe kleding gemaakt wordt en hoeveel handarbeid ervoor nodig is.’ 

Akkoorden zoals NAFTA (Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst) in de jaren 90 hebben de overzeese handel van textielbedrijven verder gestimuleerd. De bedrijven lieten lokale fabrieken tegen elkaar concurreren voor de laagste prijs. 

In haar boek ‘Fashionopolis’ pleit Dana Thomas voor ‘rightshoring’, wat zoveel wil zeggen als: lokaal produceren, op een eerlijke en ecologische manier. 

Reshoren dan maar?

Er gaan wel vaker stemmen op om de textielproductie terug naar Europa te halen. Toch is dat geen oplossing voor alle problemen, blijkt uit onderzoek. ‘Europese productie is geen garantie op goede arbeidsomstandigheden en eerlijke lonen’, klinkt het bij Sara Ceustermans, coördinator van de Schone Kleren Campagne. ‘In landen zoals Roemenië en Bulgarije verdienen kledingarbeiders geen leefbaar loon. Onderzoek van Clean Clothes Campaign toont aan dat arbeiders ook daar twee jobs moeten uitvoeren om voldoende te verdienen, of thuis nog een veldje hebben waar ze groenten op kweken, die ze verkopen langs de straat. Via getuigenissen leren we dat textielarbeiders er, net zoals in Azië, maandelijks schulden maken om basisbehoeftes te kunnen betalen, zoals hun verwarming en gezondheidskosten.’ Hoewel er in de EU strengere normen zijn wat arbeidsrechten betreft, glippen heel wat wantoestanden door de mazen van het net. 

Bruno Van Steenberghe van het Belgische beddengoedbedrijf KALANI-home produceert bewust in India. Hij is zich bewust van de slechte arbeidsomstandigheden in bepaalde Indische streken en wil het verschil maken met zijn onderneming. Voor de ondernemer met KALANI-home startte, was hij actief in de kledingsector. Voor deze job reisde hij door meer dan twintig landen om in verschillende fabrieken te onderzoeken hoe ze kleding produceren. ‘Eigenlijk zijn er in elk land goede, gemiddelde en slechte fabrieken,’ aldus Van Steenberghe in een artikel van Knack Weekend over produceren in India. 

‘Het is dus niet omdat een product uit India, Bangladesh of China komt dat het meteen slecht is of dat het altijd goed is als het in Europa wordt gemaakt’, voegt hij toe. Zo worden bijvoorbeeld ook Chinese immigranten uitgebuit in Italiaanse fabrieken. ‘Ze werken illegaal in Europa voor een loon van twee of drie euro per uur.’ Dat blijkt uit een onderzoek van de Schone Kleren Campagne.

Fake news

‘Een kledinglabel “Made in Portugal” betekent niet noodzakelijk dat het in Portugal is geproduceerd’, vult Europarlementslid Sara Matthieu (GROEN) aan. ‘Het zou heel goed kunnen dat het kledingstuk voor het grootste stuk in Bangladesh werd gemaakt, maar dat er er in het label “Made in Portugal” staat.’ Ook duurzame mode-expert Jasmien Wynants waarschuwt hiervoor: ‘De laatste confectiehandeling aan je kledingstuk bepaalt wat er op het etiket staat. Ook al gaat het louter om de finale afwerking, zoals een knoopje of een rits bevestigen.’ 

Afstand 

Op ecologisch vlak kan productie dichter bij huis voordelen hebben. ‘De afstand van Europese fabrieken tot onze kledingkast is kleiner, wat minder CO2 uitstoot,’ klinkt het bij duurzame mode-onderneemster Niki de Schryver (COSH!). Toch komt er meestal alsnog een lange rit of vlucht aan te pas. ‘De grondstoffen van een kledingstuk komen meestal van verder weg. Katoen kan nu eenmaal niet groeien in ons klimaat.’ 

Laten stikken

Daarnaast haalt de onderneemster aan dat we de arbeiders in landen zoals Bangladesh, Pakistan en Vietnam niet mogen laten stikken. ‘Alle productie verplaatsen naar Europa zou ook niet eerlijk zijn. Jarenlang hebben westerse merken kunnen profiteren van de lage lonen in deze landen. Het is hun verantwoordelijkheid om de situatie te verbeteren en de arbeiders eerlijk te verlonen.’ Een stelling waar de Bengaalse vakbondsleidster Kalpona Akter zich bij aansluit. ‘Blijf alsjeblieft produceren in Bangladesh, maar op een waardige manier. We hebben de werkgelegenheid broodnodig, maar dat mag geen excuus zijn om de situatie te laten zoals ze is. Alle textielproductie terug naar Europa verplaatsen zou voor onze economie geen goed nieuws zijn. Onze arbeiders verdienen een menswaardig loon en veilige fabrieken.’

Conclusie:

Is het aangewezen om alle kledingproductie opnieuw naar ons continent te verplaatsen? Een eenduidig antwoord bestaat helaas niet op deze vraag. Waar er ook geproduceerd wordt, zij het in Azië, Afrika, Amerika of Europa: er is meer transparantie en strengere wetgeving nodig om wantoestanden te vermijden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content