Made in Portugal: het alternatief voor onethische kledingproductie?

Mieke Dierckx: 'In België zou eenzelfde tas drie keer zo duur zijn, we hebben ook gewoonweg geen fabrikanten die ze kunnen maken.' © GF

Wie het label in een Belgische handtas, blouse of sokken bestudeert, leest daar steeds vaker ‘made in Portugal’. Portugese producenten bieden betaalbare kwaliteit en zijn daarmee geduchte concurrentie voor zowel de Chinese massaproductie als Italiaanse luxeateliers.

Dankzij Vasco da Gama & co had Portugal al vroeg toegang tot exotische stoffen zoals zijde uit India en katoen uit Afrika en Brazilië. Die werden verwerkt in kledij voor de thuismarkt. Later, na de overschakeling op machines, kwam de textielindustrie pas goed op gang. Goed opgeleide industriëlen, voornamelijk in het noorden van Portugal, zetten in die periode gretig hun geld en visie in en leggen de basis voor een groeiende sector.

China aan de Douro

Tegen de jaren 1990 was Portugal, met lage prijzen en massaproductie, het ‘China van Europa’. Maar de komst van de euro maakte alles duurder en Aziatische producenten haalden hen in. Na de financiële crisis nam een nieuwe generatie het over en kwam er meer aandacht voor expertise, kwaliteit en details, in combinatie met gunstige prijzen. Dat wekte de interesse van heel wat Europese merken, zoals Belgisch denimlabel Eat Dust. Designer Aline Walther: ‘We produceren nu al meer dan tien jaar in Portugal, de fijne mentaliteit en goede kwaliteit maken dat we er ook zijn gebleven. Portugezen zijn erg goed in de productie van jersey en knitwear en hebben veel knowhow wat confectie betreft. De fabrieken in Azië ogen misschien moderner, maar in Portugal verloopt alles even schoon en efficiënt. De werkomstandigheden zijn er zoals bij ons, maar het leven is er goedkoper en het minimumloon ligt er dus ook lager’, legt ze uit.

In Portugal heb je controle over waar en door wie je stukken gemaakt worden.

Aline Walther (Eat Dust)

Wanneer Polen, Roemenië en Bulgarije met hun sterke kledingsector toetreden tot de EU, gaat Portugal nog meer focussen op kwaliteit en het hogere segment. ‘Het is een modern land en de ateliers liggen vlak bij leuke steden, wat het werken aangenamer maakt’, meent Walther. ‘We zijn zelf in Bulgarije en Roemenië gaan kijken. De fabrieken liggen er ergens in the middle of nowhere. We waren zelfs wat in shock: het leek alsof we in het Oostblok van de jaren 60 terechtgekomen waren. De lonen liggen er nog een pak lager dan in Portugal.’

Echte mensen

Met een kwaliteit vergelijkbaar met Frankrijk of Italië, maar met een lagere loonkost, trekt made in Portugal namen aan als Prada en Gucci en de premium lijnen van ketens als COS en Zara. Daarbij speelt de nabijheid in hun voordeel, ook wat cultuur en taal betreft. Walther: ‘Het is dichter bij huis. Dat scheelt niet alleen in het transport, je kunt er ook makkelijk een paar keer per jaar naartoe om details te bespreken. Je hebt er persoonlijk contact met je producent – relaties vinden ze superbelangrijk. Bij de megafabrieken in Azië verandert je contactpersoon voortdurend, in Portugal werk je met echte mensen.’

De Portugese kleding- en textielindustrie heeft een doorzichtige structuur: geen grote concerns maar vooral lokale kmo’s en familiebedrijven met trouwe werkkrachten. Die kleinschaligheid heeft nog een troef: kleinere bestellingen zijn geen probleem, wat ideaal is voor exclusievere of kleinere kwaliteitsmerken. ‘In Azië kun je uiteraard heel goedkoop produceren, maar de aantallen die je moet bestellen liggen veel te hoog voor ons merk’, aldus Walther.

Eat Dust
Eat Dust© GF

Transparant textiel

Innovatie is een van de stokpaardjes van de Portugese stoffenmakers. Ze zijn goed in technologische materialen, zoals voor sportkledij, maar lopen ook voorop met duurzaam textiel en schonere productie. Bedrijven beheren vaak de volledige productieketen, van spinnen en weven tot kleuren en afwerken. Dat draagt bij tot de traceerbaarheid en transparantie. In tegenstelling tot de Aziatische markt, waar je niet altijd zeker bent van de arbeidsomstandigheden en milieu-impact, valt dat in Portugal makkelijker te achterhalen. Er geldt sowieso de Europese regelgeving en elk bedrijf moet voldoen aan de milieuwetgeving, net zoals bij ons. ‘In België zijn er echter weinig mogelijkheden qua productie’, vult Walther aan. ‘Ofwel kom je bij een heel klein atelier terecht, ofwel worden enkel de samples in België gemaakt en gebeurt de effectieve productie toch in het buitenland. In Portugal heb je controle over waar en door wie je stukken gemaakt worden.’

Voor de Brexit was het bang afwachten, maar de Britse labels bleven en richtten er zelfs distributiecentra op om de praktische rompslomp (en dubbele invoerrechten) te vermijden. Maar ook de coronacrisis en klimaatopwarming vragen om kortere productieketens en minder (ver) transport. Dat kan in het voordeel spelen van Portugal. ‘Het is een luxe om ernaartoe te gaan,’ beaamt Walther, ‘na twee uur vliegen ben je in Porto. We vinden het zelf heel fijn dat er zo veel wordt geproduceerd, zo blijft het in Europa. Wij hebben niet de indruk dat de confectie uit Portugal zal verdwijnen. De bedrijven waarmee we werken, zitten in volle expansie. Er zijn net twee nieuwe, grotere en modernere fabrieken bij gekomen. Het gaat er erg goed met de business: steeds meer Europese merken keren terug uit Azië ten voordele van Portugal. De orderboeken zitten momenteel bomvol, we moeten nog opletten dat we onze plek niet kwijtspelen.’

BELGEN IN PORTUGAL

Eat Dust is lang niet het enige Belgische merk dat produceert in Portugal. Deze vijf vertellen waarom.

FAM The Label

De slow fashion van FAM The Label wordt in Portugal gemaakt met duurzaam lokaal textiel. Oprichter Vanessa Beniers: ‘Ik werk met een klein familiebedrijf van een ouder koppel. Omdat er geen opvolging klaarstaat, denk ik erover om over enkele jaren het atelier over te nemen en samen met andere Belgische merken de productie op te nemen. We hebben contact op familiale basis en logeren er zelfs.

FAM The label
FAM The label© FOTO’S: GF

‘Portugal maakt ook mooi textiel. Grote internationale stoffenbeurzen aflopen, waar zelfs producenten uit de VS staan, past niet in de tijdgeest. Het is niet duurzaam om elders materialen te kopen en ze dan te verschepen. In Portugal gaan relaties boven alles: je moet op bezoek gaan en een band opbouwen. Op die manier kom je ook aan insiderinfo. Zelfs bij het bedrijf voor mijn prints, dat ook voor grote luxemerken werkt, ga ik vier keer per jaar langs. Als je gewoon een mail stuurt, kom je achteraan in de rij terecht. Je moet een connectie maken, ze willen deel uitmaken van je project.’

famthelabel.be

Mieke Dierckx

Mieke Dierckx laat haar tassen maken in een familiebedrijf met bijna 50 jaar ervaring in leerbewerking: ‘Portugezen lijken wat op de Belgen – eerst wat terughoudend, daarna heel hartelijk. Ze werken vol enthousiasme en zijn oprecht trots op het resultaat. Het atelier maakt absoluut deel uit van mijn merk, het draait niet gewoon om produceren. In België zou eenzelfde tas drie keer zo duur zijn, we hebben ook gewoonweg geen fabrikanten die ze kunnen maken.

Mieke Dierckx
Mieke Dierckx© FOTO’S: GF

‘De verzending maakt het natuurlijk minder duurzaam dan lokale productie. Onze linnen dust bags kwamen voorheen van een Belgisch bedrijf dat ze in Azië liet maken, nu worden ze rechtstreeks geleverd door een bedrijf vlak bij onze fabrikant. Duurder, maar we weten nu wie ze maakt en kunnen ze makkelijk laten aanpassen. De arbeidsomstandigheden zijn niet anders dan in België. De productie is goedkoper dan in andere Europese landen, maar het leven ook. We gaan er twee keer per jaar op bezoek en mogen werkelijk alles zien en vragen.’

miekedierckx.be

Escuyer

Ook Escuyer produceert er z’n sokken en accessoires. Oprichter Gregory de Harlez: ‘Belgen en Portugezen hebben een hoop gemeenschappelijk, we delen bepaalde culturele aspecten. Beide landen zijn bijvoorbeeld risicomijdend. We begrijpen elkaar vlot en er zal ook nooit sprake zijn van valse beloftes. Portugezen spreken bovendien vloeiend Engels én Frans. Porto zit op drie uur vliegen, dat maakt het eenvoudig om langs te gaan bij de fabrieken.

Escuyer
Escuyer© FOTO’S: GF

‘Ik ga er zoveel mogelijk naartoe, voor de relatie tussen het merk en de fabriek is het een goede zaak om elkaar regelmatig te zien. Het is fantastisch om op bezoek te gaan bij de fabrieken en er samen met de werknemers een koffie te drinken. Het blijft nooit bij een kop, iedereen is er verknocht aan cafeïne. De gastvrijheid is nog een typische eigenschap. De fabriekseigenaars nodigen ons altijd uit om te komen eten, het perfecte moment om hen beter te leren kennen.’

escuyer.com

Castart

Broers Michiel en Dries Somers van mannenlabel Castart vonden er hun sterke snits met faire prijzen: ‘Het huidige koopgedrag maakt het onhaalbaar om in België te produceren. Consumenten willen lokaal shoppen, maar zijn niet bereid er de gepaste prijs voor te betalen. Portugal heeft een sterke prijs-kwaliteitverhouding: de prijs valt te verantwoorden en maakt de drempel niet te hoog.

Castart
Castart© FOTO’S: GF

‘Het verschil tussen een T-shirt van 45 euro uit China of eentje uit Portugal van 55 euro is nog makkelijk te overbruggen. Ook onze stoffen komen uit Portugal. De kledingsector is gecentraliseerd rond Porto: in een uurtje beweeg je je van de producent van een broek naar de textielfabrikant. Portugezen zijn heel geïnteresseerd en open: je kunt er je verhaal brengen en er dieper op ingaan. We gaan er elk halfjaar op bezoek en de werkomstandigheden zijn er heel correct. Wat ons wel zorgen baart is de opvolging. Er zijn weinig jonge mensen aan wie ze al die expertise kunnen doorgeven.’

castartclothing.com

Marylise & Rembo Fashion Group

De bruidsmerken van Marylise en Rembo Fashion Group worden ontworpen in Antwerpen en geproduceerd in het eigen atelier in Portugal. Head of Design Chiara De Vlieger: ‘Toen we Rembo Styling overnamen, kregen we hun Portugese atelier erbij. De collecties van Marylise produceerden we toen in China, het was de bedoeling om ook Rembo Styling naar daar te verhuizen en het atelier op te doeken.

Marylise & Rembo Fashion Group
Marylise & Rembo Fashion Group© FOTO’S: GF

‘Tot we ter plaatse gingen kijken en ontdekten hoeveel talent en knowhow we plots in handen kregen. Het atelier behouden bleek de beste zet ooit. Het biedt flexibiliteit – zeker in coronatijden een troef – en is dichtbij, zodat we er regelmatig aanwezig kunnen zijn. Bovendien zijn Portugezen erg loyale werknemers’.

mrfg.be

Partner Content