Zondagochtend. Ik lig nog wat te luieren in bed in het gezelschap van mijn smartphone. In een tijdsspanne van amper vijf minuten zie ik via Instagram dat een goede vriendin op wereldreis vertrekt. Iemand anders heeft net een kast van een huis gekocht in Antwerpen en is helemaal in haar nopjes. Een kennis heeft zonet 21 kilometer gelopen. En ik? Ik lig te niksen in bed. In mijn ongepoetste keuken beneden wacht mijn overvolle to-dolijst, met daarop meer taken dan ik realistisch gezien op een dag kan voltooien.
...

Zondagochtend. Ik lig nog wat te luieren in bed in het gezelschap van mijn smartphone. In een tijdsspanne van amper vijf minuten zie ik via Instagram dat een goede vriendin op wereldreis vertrekt. Iemand anders heeft net een kast van een huis gekocht in Antwerpen en is helemaal in haar nopjes. Een kennis heeft zonet 21 kilometer gelopen. En ik? Ik lig te niksen in bed. In mijn ongepoetste keuken beneden wacht mijn overvolle to-dolijst, met daarop meer taken dan ik realistisch gezien op een dag kan voltooien. Hoe langer ik in bed blijf liggen, hoe groter het gevoel van onbehagen wordt. Al scrollend tikt de tijd genadeloos weg, terwijl de takenlijst in mijn hoofd langer in plaats van korter wordt. Rationeel weet ik dat ik niets fout doe. Het is mijn eerste vrije weekend in lange tijd en ik doe waar mijn lichaam behoefte aan heeft: uitrusten. Het is logisch en natuurlijk, maar waarom voel ik me daar dan ongemakkelijk bij? 'Sociale media geven ons een duidelijk beeld van hoe succes eruitziet en wat succesvolle mensen zoal doen op een dag. Denk: hard werken, voldoende sporten en gezond eten. Als jij in plaats daarvan met een zak chips voor de tv ligt, krijg je vanzelf de indruk dat je minder geslaagd bent in het leven', klinkt het in 'Leef als een luiaard', de nieuwste worp van bestsellerauteur Jessica McCartney. Zij maakt grofweg het onderscheid tussen twee types mensen. Het ene type staat 's ochtends om zes uur op om tien kilometer te joggen, perst bij thuiskomst een glas vers spinaziesap en post ondertussen een foto van de zonsopgang op Instagram. De tweede soort rolt halverwege de dag uit bed, stapt zonder ontbijt op de trein en prijst zich gelukkig als hun smartphone opgeladen is tout court. Terwijl die eerste soort kan rekenen op waardering, likes en een hoge sociale status, blijft de tweede soort op een goede dag onder de radar. Op een slechte dag oogst hij of zij meewarige blikken of vragende opmerkingen. Nochtans is de eerste soort niet beter dan de tweede, integendeel. In een maatschappij die geplaagd wordt door stress, burn-outs en slaapproblemen lijkt uitrusten me paradoxaal genoeg eerder een prestatie dan een hoofdzonde, zoals de christelijke traditie luiheid zo mooi omschrijft. Wie de kunst beheerst om een versnelling lager te schakelen, heeft geen app nodig om te mediteren of boeken om in te zien dat wandelen de creativiteit ten goede komt. Mensen die erin slagen om volop te genieten van 'Thuis' op de buis zijn gezegend met een steeds zeldzamer talent: het vermogen om zich los te maken van de verwachtingen van anderen en hun eigen weg in te slaan. Dat maakt hen niet lui, onambitieus of raar, wel weerbaar en krachtig. Ongeacht wat ouders, leerkrachten of bazen beweren. Wordt het niet stilaan tijd dat we stoppen met ons schuldig te voelen over elke niet-productieve minuut in ons leven? Steeds meer wetenschappers en auteurs proberen ons alleszins te overtuigen van wel. De luiaard fungeert als de mascotte die dit idee aantrekkelijk moet maken: het beest duikt op in tal van boeken en artikels. In 2017 al linkte The Wall Street Journal het succes van de luiaard aan ons verlangen naar een minder jachtig bestaan. Vorig jaar schreef Tim Collins het boek 'Leef meer als een luiaard', en ook Ton Mak, Sarah Haneghan en Luce Cook verdiepten zich in de levensfilosofie van deze trage beestjes. In eigen land vult filosoof en professor Johan Braeckman hele zalen met zijn lezing met als titel 'Leve de luiheid'.'Niemand heeft op het einde van zijn of haar leven spijt van te weinig te hebben gewerkt. En toch houden we vast aan het idee dat alles altijd beter moet. Het is zoals die circusact waarbij iemand verschillende draaiende borden in de lucht moet houden. Op den duur beginnen die te vallen. Veel mensen zitten in zo'n situatie: kijk maar naar de hoeveelheid pillen die we slikken, het aantal zelfdoden en de burn-outs', argumenteert de filosoof in het actualiteitsprogramma 'Vandaag'. In plaats daarvan zouden we ons volgens Braeckman beter kritisch opstellen. 'We vragen ons te weinig af waar we mee bezig zijn. Mensen geven dromen, idealen en creativiteit op voor verwachtingen die ons worden opgedrongen door anderen.'Die schuld ligt deels bij het Christendom, deels bij het kapitalisme. Onze godsdienst pepert ons al sinds mensenheugenis in dat hard werken een deugd is en luieren een zonde. Het kapitalisme maakt ons dan weer wijs dat we nooit genoegen mogen nemen met een status quo. 'We zijn opgegroeid met het idee dat alles altijd beter kan. We moeten harder werken, meer verdienen, sneller carrière maken. Goed is niet goed genoeg, the sky is the limit. In theorie is er geen enkele reden waarom die vooruitgang op een zeker punt zou stoppen. En dus leggen we de lat steeds hoger. Omdat we niet anders kunnen. We hebben niet geleerd om op tijd de pauzeknop in te drukken', treedt McCartney hem bij tijdens een telefonisch interview.We zijn verknocht aan het idee dat succes binnen handbereik ligt, als we er maar hard genoeg voor werken. Een illusie, argumenteert McCartney. 'Het idee dat succes automatisch volgt als je maar had genoeg werkt is uiteraard aanlokkelijk. Het suggereert dat je je eigen leven onder controle hebt. Door hard genoeg ons best doen, dekken we onszelf in tegen mislukkingen of tegenslagen. Alleen vergeten we zo gemakshalve dat het leven ons overkomt. Je voorkomt geen kanker door gezond te eten of een faillissement door hard te werken. Soms heb je gewoon pech. Maar dat idee is moeilijker te aanvaarden.' Die twee zaken verklaren waarom niksen soms tegennatuurlijk kan voelen. Het vereist dat we berusten in ons noodlot en onze opvoeding links laten liggen ten voordele van een bewuster leven. En laat de luiaard net daar bijzonder goed in zijn. Dat beest is namelijk het toonbeeld van mindfulness: ze doen alles bedachtzaam, opzettelijk, relaxed en gefocust. Ze maken zich niet druk om politiek of stappentellers en onderdrukken elke neiging tot productiviteit. Ze negeren de sociale druk om steeds succesvoller te worden en daar ligt de sleutel tot succes. Maar is dat dan niet ironisch: niksen om je eigen succes te verhogen? Schieten die boeken hun doel dan niet voorbij? 'Dat is exact wat ik wil vermijden', aldus McCartney. 'Ook al is het bewezen dat wandelen de creativiteit stimuleert, wie louter met dat doel de deur uit stapt, mist het hele punt. Wees mild voor jezelf en kijk waar je energie uit haalt. Mijn boek is een pleidooi voor een trager, doelbewuster en gefocust leven. Een leven met minder prikkels en meer rust, waarin bijna niets moet en alles mag. Ik wil mensen net aanmoedigen om uit de ratrace te stappen en bewuste keuzes te maken over welke kant ze uit willen met hun eigen leven.' Ik neem mezelf alvast voor om te stoppen met me schuldig te voelen als ik te lang in bed blijf liggen, vervelende klusjes negeer of mijn portie seizoensgroenten inruil voor een bordje junkfood. Als het niet kan zoals het 'zou moeten', dan moet het maar zoals het kan. Het woord niksen werd niet voor niets door de Australische Vogue uitgeroepen tot opvolger voor de Zweedse hygge. Ik ruil die FOMO (the fear of missing out) met plezier in voor wat JOMO (the joy of missing out) en mijn luie zetel. Resulteert dat niet in meer succes, dan ben ik in ieder geval ontspannen.