Wanneer je in sommige bossen loopt en omhoog kijkt, zie je boven je een mooi patroon tussen de boomtoppen waardoor streepjes licht schijnen. Dat gebeurt bij bepaalde boomsoorten waarvan de kruin altijd op afstand blijft van andere bomen. Lang niet alle bomen doen dit, maar wel bijvoorbeeld bij de Japanse lariks, de eucalyptus, sitka spar, de draaiden en mangrovebomen.

Dit fenomeen werd voor het eerst ontdekt in de jaren twintig van de vorige eeuw. Botanist Maxwell R. Jacobs bedacht er de term 'crown shyness' (verlegen boomkruinen) voor. Dat de kruinen op afstand blijven van elkaar heeft verschillende voordelen. Er kan meer licht in het bos doordringen waardoor de fotosynthese makkelijker verloopt, de takken en bladeren raken minder beschadigd wanneer ze door de wind niet hard tegen elkaar aanbotsen en de afstand tussen de takken voorkomt dat invasieve insecten en ziektes zich door het hele bos verspreiden.

., Crown Shyness
. © Crown Shyness

Alhoewel wetenschappers er nog niet helemaal uit zijn wat de belangrijkste reden voor de 'crown shyness' is, lijkt het volgens 'All you Need is Biology' wel een vorm van samenwerking te zijn en geen 'survival of the fittest'.

Maar hoe weten de bomen wanneer ze te dicht bij een andere boom komen? De ontdekker van het verschijnsel, Maxwell R. Jacobs schreef er in 1955 het boek 'Growth Habits of the Eucalypts' over. Volgens hem zou het te maken hebben met slijtage van de boomtoppen waardoor ze niet te dicht bij elkaar komen.

., Crown Shyness
. © Crown Shyness

Deze verklaring vinden de wetenschappers tegenwoordig niet al te waarschijnlijk. Het zou eerder een vorm van 'allelopathie' zijn. Dat is een manier van communiceren tussen planten en bomen waarbij ze chemische stoffen (allelochemische stoffen) produceren die een negatief of positief effect op andere bomen of planten hebben.

Een derde verklaring zijn 'fytochrome receptoren' waarmee planten en bomen door gevoeligheid voor licht de nabijheid van andere bomen kunnen voelen. Wanneer ze te dichtbij komen, stopt de groei.

Wanneer je in sommige bossen loopt en omhoog kijkt, zie je boven je een mooi patroon tussen de boomtoppen waardoor streepjes licht schijnen. Dat gebeurt bij bepaalde boomsoorten waarvan de kruin altijd op afstand blijft van andere bomen. Lang niet alle bomen doen dit, maar wel bijvoorbeeld bij de Japanse lariks, de eucalyptus, sitka spar, de draaiden en mangrovebomen. Dit fenomeen werd voor het eerst ontdekt in de jaren twintig van de vorige eeuw. Botanist Maxwell R. Jacobs bedacht er de term 'crown shyness' (verlegen boomkruinen) voor. Dat de kruinen op afstand blijven van elkaar heeft verschillende voordelen. Er kan meer licht in het bos doordringen waardoor de fotosynthese makkelijker verloopt, de takken en bladeren raken minder beschadigd wanneer ze door de wind niet hard tegen elkaar aanbotsen en de afstand tussen de takken voorkomt dat invasieve insecten en ziektes zich door het hele bos verspreiden. Alhoewel wetenschappers er nog niet helemaal uit zijn wat de belangrijkste reden voor de 'crown shyness' is, lijkt het volgens 'All you Need is Biology' wel een vorm van samenwerking te zijn en geen 'survival of the fittest'. Maar hoe weten de bomen wanneer ze te dicht bij een andere boom komen? De ontdekker van het verschijnsel, Maxwell R. Jacobs schreef er in 1955 het boek 'Growth Habits of the Eucalypts' over. Volgens hem zou het te maken hebben met slijtage van de boomtoppen waardoor ze niet te dicht bij elkaar komen.Deze verklaring vinden de wetenschappers tegenwoordig niet al te waarschijnlijk. Het zou eerder een vorm van 'allelopathie' zijn. Dat is een manier van communiceren tussen planten en bomen waarbij ze chemische stoffen (allelochemische stoffen) produceren die een negatief of positief effect op andere bomen of planten hebben. Een derde verklaring zijn 'fytochrome receptoren' waarmee planten en bomen door gevoeligheid voor licht de nabijheid van andere bomen kunnen voelen. Wanneer ze te dichtbij komen, stopt de groei.