Mag je vogels voederen in de lente? Ja, graag zelfs

. © Getty Images

De lente is een drukke periode voor vogels: een partner en territorium zoeken, eieren uitbroeden en jonge vogeltjes grootbrengen. Ze kunnen dan best wat hulp gebruiken en dat doe je zo.

Vogels hebben het druk in het voorjaar. Ze moeten een partner zoeken, een territorium afbakenen en verdedigen, een nest bouwen, eieren uitbroeden, jonge vogeltjes voeren en opletten voor rovers. Omdat veel vogels meerdere nesten achter elkaar uitbroeden, zijn ze daar de hele lente zoet mee. Anders dan vaak wordt gedacht, is er in het vroege voorjaar niet zoveel voedsel te vinden omdat er geen zaden en bessen zijn en de meeste insecten pas later komen. Het kan dan ook zeker geen kwaad om vogels in deze tijd van het jaar een handje te helpen door ze te voeren. Het is bovendien erg leuk om mezen, mussen, roodborstjes, vinken en andere tuinvogels druk in de weer te zien in je tuin.

Bijvoeren is trouwens het hele jaar welkom. Vogels worden er niet te dik of lui van want ze blijven ook zelf voedsel zoeken en ze eten niet meer dan ze nodig hebben. Vogels die te zwaar zijn, overleven niet lang in de natuur omdat ze minder snel en wendbaar zijn en daardoor een makkelijkere prooi voor andere dieren. Door de toegenomen verstedelijking, tegeltuinen en klimaatopwarming waardoor bijvoorbeeld rupsen te vroeg komen om als voedsel te dienen voor jonge vogeltjes, is het voor vogels alsmaar moeilijker om voldoende voedsel te vinden.

Winterkoning
Winterkoning© Getty Images

Wat voer je vogels in de lente?

In het voorjaar hebben vogels vooral behoefte aan energierijk voedsel, aan eiwitten en aan kalk. En dat krijgen ze door ze deze voedingsmiddelen te geven:

– Insecten en wormen zijn rijk aan eiwitten. Daarom kan je vogels nu goed meelwormen voeren, insectenblokken of insectenkorrels.

– 4-seizoenen strooivoer kan je vogels het hele jaar door voeren, maar kijk wel naar de kwaliteit. Er zouden bij voorkeur maisvlokken, zonnebloempitten en allerlei soorten zaden in moeten zitten.

– Zonnebloempitten zijn ook geliefd bij vogels. Je kan ze gepeld of ongepeld kopen. In de pitten met een zwarte schil zit meer vet dan in de gestreepte zonnebloempitten en de zwarte pitten eten de vogels dan ook liever.

– Je kan vogeltjes ook goed geprakte eierenschalen voeren omdat daar veel kalk inzit.

– Stukjes fruit zoals appel, peer, banaan, druiven en rozijntjes eten ze ook graag, maar laat dit niet langer dan een dag liggen om te voorkomen dat het bederft.

– Pinda’s bevatten heel veel energie. Je geeft ze pinda’s het beste in de vorm van speciale pindakaas voor vogels (pindakaas voor mensen bevat te veel zout) of geprakte pinda’s. Voer ze nu liever geen hele pinda’s omdat jonge vogels daarin kunnen stikken. In het algemeen geldt trouwens wel dat volwassen vogels zelf het voer van voedertafels eten en hun jongen grootbrengen met pieren, rupsen, meelwormen en ander voedsel dat ze verzamelen.

– Water is niet alleen nuttig om te drinken, maar ook om in te badderen. Het is wel handig om een waterschaal op een plaats te zetten met beschutting want wanneer vogels een bad nemen zijn ze kwetsbaar. Het is dan belangrijk dat ze snel weg kunnen duiken in de struiken.

Mussen
Mussen© Getty Images

Wat moet je vogels in ieder geval niet geven?

Ook al hebben vogels nu veel baat bij kalk, voer ze in ieder geval geen melk want dat kunnen ze niet verteren en daarom aan overlijden. Ook pindakaas en pinda’s bedoeld voor menselijke consumptie en brood geef je ze beter niet omdat er te veel zout en andere voor vogels niet zo gezonde stoffen inzitten. Giftige stoffen kunnen ook in bedorven of beschimmeld voer zitten. Daar kunnen vogels zelfs aan dood gaan. Alhoewel vogels in deze tijd van het jaar veel behoefte hebben aan insecten, kan je ze beter geen levende maden geven want die kunnen ziektes overdragen.

Tenslotte is het ook niet verstandig om pinda’s, vetbollen of ander vogelvoer in een plastic netje te voeren. Vogels kunnen daar verstrikt in raken. Bovendien belanden deze plastic verpakkingen te vaak in de natuur en dat is natuurlijk nooit goed.

Hoe voer je vogels?

Het is belangrijk om de voedertafel schoon te houden om te voorkomen dat er ratten en muizen op afkomen. Geef daarom niet meer voer dan de vogels opeten of haal het overgebleven voer ’s avonds naar binnen en laat geen resten achter. Reinig de voedertafel geregeld met warm water en borstel de voerhuisjes schoon. Dat geldt ook voor de waterbakken. Zorg dagelijks voor schoon water. Wanneer zaden nat geworden zijn en aan elkaar klonteren, moet je ze weggooien. Let er ook op dat voedsel niet bedorven is of – in het geval van vetbollen en pindakaas – is gesmolten.

Putter
Putter© Getty Images

Niet alle vogels eten hetzelfde. Sommige tuinvogels eten vooral insecten, andere eerder zaden en bessen. Daarom geeft de Nederlandse Vogelbescherming tips om tegemoet te komen aan de wensen van de verschillende vogels die tuinen bezoeken.

– Merels, lijsters en spreeuwen eten graag rozijnen, fruit en zaadjes en dat bij voorkeur op de grond. Je kan dit voer het beste op meerdere plekjes in de tuin leggen omdat lijsterachtigen nogal territoriaal en vechtersbazen zijn.

– Mussen, vinken en groenlingen: hun stevige, korte snavel verraadt dat ze bij voorkeur zaden en pitten eten. En dat doen ze het liefste op de grond of vanaf de voedertafel.

Roodborstjes, winterkoninkjes en heggenmussen hebben juist een dunne en spitse snavel en daaraan kan je zien dat het insecteneters zijn. Ze eten graag gedroogde meelwormen en insectenkorrels. Ook deze kleine vogeltjes zijn gesteld op hun eigen territorium en daarom kan je dit voedsel het beste verspreid door de tuin leggen.

Koolmeesjes en pimpelmeesjes: voor deze wendbare vogeltjes kan je goed voedsel ophangen. In de winter eten ze vooral zaden, in de lente en zomer eerder insecten.

Spechten, boomkruipers en boomklevers halen hun voedsel vooral langs boomstammen. Dat is dan ook de plaats waar je ze het beste kan voeren met bijvoorbeeld pinda’s, pindakaas of vet.

Merelnest
Merelnest© Getty Images

Hoe lok je vogels naar je tuin?

Een tuin met veel planten, struiken en bomen biedt zowel voedsel als beschutting en daar vertoeven vogels veel liever dan in tuinen met overwegend stenen en tegels. Op de website van de Nederlandse Vogelbescherming vind je een handig overzicht van de planten en struiken die geliefd zijn bij vogels. Als afscheiding tussen tuinen kan je beter kiezen voor bijvoorbeeld klimop dan hout, steen of ander materiaal waar weinig op groeit. Maak je tuin ook niet te schoon, maar zorg voor verschillende ‘rommelhoekjes’ met bijvoorbeeld dood hout, dennennaalden en bladeren. Daar kruipen insecten in rond en vogels kunnen het materiaal gebruiken om een nestje te bouwen.

Wat ook helpt om vogels in je tuin te verwelkomen, is het ophangen van nestkastjes. Ze bestaan in allerlei soorten en maten omdat de verschillende vogels andere nesten nodig hebben. Het is wel belangrijk dat je ze op de juiste plaats ophangt bijvoorbeeld niet middenin de zon, op een plaats zonder beschutting, waar geen voedsel in de buurt te vinden is of te dicht bij een ander nestkastje.

Pimpelmees
Pimpelmees© Getty Images

Partner Content