Praten met stof door middel van naald en draad, zo omschrijft Atsushi Futatsuya het. Hij komt uit een sashikofamilie en zijn Instagrampagina Sashikostory heeft meer dan 45.000 volgers. 'Het is heel alledaags eigenlijk', vertelt hij. 'Sashiko is een handnaaitechniek met kleine steekjes die mensen ontwikkelden uit noodzaak, omdat hun kleding of textiel stukging, versleten raakte of te dun was om hen tegen de kou te beschermen. Elke Japanse regio, elk dorp en misschien zelfs elke familie had zijn eigen stijl. Een beetje zoals elk gezin een eigen recept van een nationaal gerecht heeft.' Het ontstond waarschijnlijk in de 17de eeuw, toen stof schaars was voor wie in armoede leefde en kleding eindeloos hersteld en doorgegeven werd. Katoen was onbetaalbaar, dus droeg men vaak hennep, wat losser geweven was en dus niet erg warm en duurzaam. 'Daarom werd de meestal blauwe stof - want indigo was het goedkoopste verfmiddel - verstevigd met wit sashikogaren voor ze beschadigd raakte', legt Futatsuya uit. Je kon met de techniek bovendien verschillende lagen boven elkaar maken. Kledingstukken die versleten waren werden hergebruikt voor andere kleding, dekens, sokken, handschoenen, gordijnen of zelfs kinderdoeken.
...

Praten met stof door middel van naald en draad, zo omschrijft Atsushi Futatsuya het. Hij komt uit een sashikofamilie en zijn Instagrampagina Sashikostory heeft meer dan 45.000 volgers. 'Het is heel alledaags eigenlijk', vertelt hij. 'Sashiko is een handnaaitechniek met kleine steekjes die mensen ontwikkelden uit noodzaak, omdat hun kleding of textiel stukging, versleten raakte of te dun was om hen tegen de kou te beschermen. Elke Japanse regio, elk dorp en misschien zelfs elke familie had zijn eigen stijl. Een beetje zoals elk gezin een eigen recept van een nationaal gerecht heeft.' Het ontstond waarschijnlijk in de 17de eeuw, toen stof schaars was voor wie in armoede leefde en kleding eindeloos hersteld en doorgegeven werd. Katoen was onbetaalbaar, dus droeg men vaak hennep, wat losser geweven was en dus niet erg warm en duurzaam. 'Daarom werd de meestal blauwe stof - want indigo was het goedkoopste verfmiddel - verstevigd met wit sashikogaren voor ze beschadigd raakte', legt Futatsuya uit. Je kon met de techniek bovendien verschillende lagen boven elkaar maken. Kledingstukken die versleten waren werden hergebruikt voor andere kleding, dekens, sokken, handschoenen, gordijnen of zelfs kinderdoeken. Een kledingstuk van lappen, overschotten en vodden, aan elkaar gezet met sashiko-steken, heet boro. Dat Japanse woord betekent iets - een jas, gebruiksvoorwerp, huis - dat stukgegaan is en daarna duidelijk en uitgebreid gerepareerd werd. Dat kon bij textiel met sashiko gebeuren, maar soms werden oude vodden ook tot nieuwe stukken stof geweven. Textiel werd tot vier generaties doorgegeven, en omdat alles echt tot de laatste draad werd gebruikt, is antieke boro vandaag zeldzaam en dus een collector's item. In het Stockholms Nationaal Museum voor Wereldculturen liep deze zomer een tentoonstelling van de collectie van Chuzaburo Tanaka. 'Boro is vandaag een culturele schat', schrijft curator Petra Holmberg in de catalogus. 'Het past in het Japanse idee van mottainai, dat ruwweg kan vertaald worden als 'niets verspillen'.' Ze omschrijft het ook als een ontroerende uitdrukking van het leven zelf. 'Dankzij boro krijgt textiel een soort biologische levenscyclus. Geboorte, leven, veroudering en dood.' Dat staat natuurlijk haaks op het 'volgen van de mode', schrijft antropoloog Staffan Appelgren. 'Boro kan ons dingen als het zorgen voor en herstellen van spullen doen herontdekken, het geeft ons de kans om een langetermijnrelatie op te bouwen met onze materiële wereld.' Boeiend idee, maar waarom verzamelen mensen antieke of nieuwe sashiko-kledingstukken en boro? Omdat ze mooi zijn. De zichtbaar genaaide lijnen zijn soms utilitair en eenvoudig, dan weer symbolisch en complex, maar de schoonheid is onmiskenbaar. 'Als je iets steviger maakt of herstelt, kun je het ook meteen mooier maken, toch?' lacht Futatsuya. De geometrische patronen hebben vaak een betekenis, ze staan voor de hennepplant, golven, zee-egels, vogels, bamboe en grassen, sommige symbolen zouden het 'kwade' afwenden en werden bijvoorbeeld op kinderkleding gebruikt. Maar er is een reden waarom ze geometrisch zijn, legt Futatsuya uit. 'Als je een tekening gebruikt en je moet later een beschadigd deel vervangen, dan is dat makkelijker met geometrische patronen dan met bijvoorbeeld een tekening van een boeddha.' Sommige patronen werden dan weer door specifieke families gebruikt, alweer uit noodzaak, zo blijkt. 'Als een visser verdrinkt of een dorpeling wordt aangevallen door een beer, dan herken je misschien zijn lichaam niet, maar vissen en beren eten een jas niet op, en zo wist de familie wat er gebeurd was.' De sashiko die we vandaag zien, is een revival van de originele volkskunst, vertelt Futatsuya. 'Sashiko ontstond uit noodzaak, maar toen Japan zijn grenzen opende en de levensstandaard steeg, verdween het als dagelijkse praktijk. Alleen in arme regio's zag je het nog en zelfs daar verdween het na de opkomst van goedkope confectiekleding, na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig en zeventig beseften mensen dat de kennis zou verdwijnen, en dus kwam er een revival. Mijn grootmoeder bijvoorbeeld, begon in die tijd een bedrijf dat sashikobenodigdheden verkocht en de techniek doorgaf. Het werd een keuze, een hobby, iets wat mensen deden omdat ze het graag deden en mooi vonden, niet omdat het moest. Daarom ook is onze sashiko vooral gericht op mooie patronen. Aan het begin van deze eeuw zorgde het internet voor een extra boost in de populariteit, omdat er online informatie verspreid werd.' Designers ontdekten het ambacht, handboeken werden vertaald en zo begon sashiko aan zijn reis rond de wereld. Japanse designers als Junya Watanabe en Kapital lieten zich inspireren door de techniek en Margiela bracht in 2011 pilotenjasjes met sashikoborduursels. Van Australië tot Amsterdam kwamen er winkels die sashikobenodigdheden verkochten of bedrijfjes die denim met sashiko borduurden. Het is een tikje ironisch dat sashiko, ooit een teken van armoede waar de dragers zich een beetje voor schaamden, nu verzameld wordt of voor astronomische bedragen de deur uitgaat. Mensen gaan ook zelf aan de slag en zelfs Veritas biedt workshops en sashikokits voor tassen en kussens aan op hun website. 'Vandaag zien we met Instagram een nieuwe revival', weet Futatsuya. 'En ja, sashiko blijft evolueren in Japan. Mensen gaan felle kleuren gebruiken, of naaien figuratieve, schattige patronen. Traditionalisten zijn daar niet blij mee, maar dat is nu eenmaal hoe het werkt. Wat niet evolueert, verdwijnt.' Kunnen sashiko en boro het probleem van fast fashion, verspilling en vervuiling oplossen? Het is een vraag die Futatsuya vaak krijgt op lezingen. 'Daar wil ik zelfs niet op antwoorden', lacht hij. 'Dat is een immens probleem dat niet zal verdwijnen doordat sommige mensen hun jeans op een mooie manier herstellen. Sashiko kan wel een inspiratie zijn om als individu op een andere manier naar textiel te kijken. Wie kleding naait en herstelt, al dan niet met sashiko, levert een bijdrage aan het verminderen van fast fashion, maar laat ons het vooral niet romantiseren.' Sashiko is dus geen 'duurzame' trend, vindt Futatsuya. 'Ik ben blij dat mensen erin geïnteresseerd zijn, het als hobby gaan doen of hun kleding laten repareren met deze techniek. Maar het is een druppel op een hete plaat, vrees ik.' Toch vindt hij het een goed idee om zelf naald en draad op te nemen. 'Omdat het je meer zal brengen dan alleen mooie spullen. In het Westen wil men altijd weten wat de regels zijn, hoe je perfecte steken maakt en wat het resultaat zal zijn. Maar sashiko gaat niet over het doel maar over het proces, over het bezig zijn met je handen en de stof. Borduren kan een vorm van meditatie zijn, je bent volledig in het nu en mij geeft het vaak een soort rust. Dan doet het resultaat er niet echt toe. Integendeel, soms is het jammer als een stuk klaar is.' Stel dat je zelf aan de slag wilt, hoe zit het dan met culturele toe-eigening? 'Iedereen kan naaien,' stelt Futatsuya, 'en iedereen kan deze techniek aanleren. Maar je kunt het pas sashiko noemen als je de basisinformatie kent en de typische draad en patronen gebruikt. Een bewuste instelling en een beetje kennis over de Japanse achtergrond en filosofie is dus nodig. Dat is ook de bedoeling van mijn Instagrampagina en onze onlineworkshops: mensen informeren en laten proeven van mijn ambacht.'