Ik heb iets met plekken op de rand, al was het maar vanuit het idee dat daar wat extremer geleefd wordt. Op de grens van continent en heel veel water, halverwege de Oude en de Nieuwe Wereld voldoen de Azoren in meer dan één opzicht aan die voorwaarde. Het helpt natuurlijk als je een levendige verbeelding hebt. Neem nu Angra do Heroismo, de hoofdstad van het eiland Terceira, gelegen in wat een van de mooiste natuurlijke baaien ter wereld moet zijn. In gedachten zie ik ze aanleggen, de karvelen en galjoenen die er op weg naar de Nieuwe Wereld beschutting zochten voor stormen en piraten en vers proviand insloegen. Of hoe ze beladen met goud en zilver uit de Amerika's en specerijen en schatten uit het Oosten terugkeerden.
...

Ik heb iets met plekken op de rand, al was het maar vanuit het idee dat daar wat extremer geleefd wordt. Op de grens van continent en heel veel water, halverwege de Oude en de Nieuwe Wereld voldoen de Azoren in meer dan één opzicht aan die voorwaarde. Het helpt natuurlijk als je een levendige verbeelding hebt. Neem nu Angra do Heroismo, de hoofdstad van het eiland Terceira, gelegen in wat een van de mooiste natuurlijke baaien ter wereld moet zijn. In gedachten zie ik ze aanleggen, de karvelen en galjoenen die er op weg naar de Nieuwe Wereld beschutting zochten voor stormen en piraten en vers proviand insloegen. Of hoe ze beladen met goud en zilver uit de Amerika's en specerijen en schatten uit het Oosten terugkeerden. Geen wonder dat je in de architectuur sporen van exotisme terugvindt : nu eens waan je je in Goa, dan weer in Havanna of Salvador da Bahia. In 1534, tachtig jaar nadat de eerste kolonisten er neerstreken, verwierf Angra de status van stad. Op die manier werd ze de eerste 'moderne' urbanisatie midden in de Atlantische Oceaan, reden genoeg voor de Unesco om het historische centrum in renaissancestijl in 1983 tot werelderfgoed uit te roepen. Tegenwoordig is Angra een levendig stadje, waar de bewoners opvallend veel aandacht besteden aan hun omgeving. Als tegengif voor hun geïsoleerde ligging misschien ? De suikerbonenkleuren van de kerken en kapelletjes contrasteren aardig met de witgekalkte huizen met hun mooie smeedijzeren balkons, in de trottoirs vormen witte en zwarte keien elegante patronen. En ook al is het nog maar oktober, hier en daar beginnen schuchter de eerste kerstversieringen in het straatbeeld te verschijnen. Eerlijk gezegd was ik liever een maand eerder op de Azoren neergestreken, al was het maar om de hier enorm populaire tourada à corda mee te maken, een soort stierenloop zoals die in Pamplona, alleen zitten de stieren vast aan een lang touw. Dat neemt niet weg dat de waaghalzen die de confrontatie met de gehoornde tegenstrevers aangaan serieuze buitelingen maken, blijkbaar zonder veel erg, althans in de video-opnamen van de tourada's die je in veel etalages kunt bekijken. En gelukkig brengen ook de stieren het er levend van af. " To everything there is a season", zongen The Byrds al. " Turn, turn, turn..." Op de Azoren maak je al die seizoenen mee als in een versnelde film. Je weet al hoe laat het is als het vliegtuig uit Lissabon uit de wolken duikt en over het intens groene landschap zweeft. Zo groenselgroen, dat kan maar één ding betekenen : regen, veel regen. Maar net zo goed piept een kwartier na een malse stortbui de zon alweer door de wolken. Als je dan toevallig op de helling van een vulkaan als de Caldeira de Guilherme Moniz staat, dan ontrolt zich onder je ogen een golvende fluo lapjesdeken omzoomd door lavamuurtjes, waarop zon en wolken een grillig schaduwspel spelen. Geen gouden stranden hier, maar waar de zee op de zwarte rotsen beukt, zijn hier en daar natuurlijke zwembaden met heerlijk helder water gevormd. Echt koud is het er nooit. Dankzij de warme Golfstroom die hier passeert, varieert de temperatuur hier tussen een milde 16°C in de winter en een comfortabele 26°C in de zomer. Hoewel de Azoren vooral een publiek van natuurliefhebbers aanspreken, komen ook de cultuurminnaars hier aan hun trekken. In Angra de Heroismo is het vooral het klooster São Gonçalo dat me aanspreekt met zijn kapel rijk aan bladgoud en azulejo's. In Praia da Vitoria, de andere historische stad van Terceira, werkt een koppel restaurateurs in de gotische kerk van São Sebastião met engelengeduld aan de restauratie van de mooie fresco's. De laatste grote aardbeving op het eiland dateert van 1980 en de schade is hier en daar nog te zien. En ook in deze stad vallen de vele kleurige kapelletjes op gewijd aan de Heilige Geest. In een gebied waar de mensen zo overgeleverd zijn aan de natuurkrachten, is elke hulp natuurlijk welkom. Verder is Praia da Vitoria een aardig provinciestadje waar oude mannen op straat kaartspelen of met de handen op de rug rondkuieren en de schoolgaande jeugd tijdens de lunchpauze de herfstzon opzoekt. Lekker eten kun je er ook. In Restaurante O Pescador bijvoorbeeld, waar vooral verse vis en zeevruchten op het menu staan. De kleine inktvisjes in roomsaffraansaus die ik koos vallen helaas ook zeer in de smaak bij mijn reisgezelschap, zodat ik mijn portie zienderogen zie slinken. We drinken er verdelho bij, witte wijn van het eiland Pico die hier de wijn van de tsaren genoemd wordt, omdat Nicolaas II er een bijzondere voorkeur voor had. Alles bij elkaar bestaan de Azoren uit negen eilanden, waarvan we er tijdens deze reis drie aandoen. En reken maar dat elke lokale gids zijn eigen eiland de meeste charme toedicht. Op het eerste zicht valt Ponta Delgada, de hoofdstad van São Miguel, mij wat tegen. Maar dat komt omdat we in een wat anoniem congreshotel in een moderne, commerciële wijk logeren. Want de oude stad met haar verkeersvrije straten en pleinen vol caféterrassen heeft wel degelijk charme. De bevolking is onmiskenbaar devoot : in de late namiddag zitten kerken en kapellen vol, en niet alleen met bejaarde mensen. In het klooster van Nossa Senhora da Esperança, bekend om de aanbidding van de Senhor Santo Cristo dos Milagres (van de mirakels) en de prachtige schatkamer, meldt een laconiek bordje dat een gsm geen directe lijn met God verzekert. In het kleine museum verbonden met de gotische kerk van São Sabastião hangen schilderijen van Van Eyck en Rubens. Dat hoeft niemand te verwonderen : de eerste bewoners van de Azoren waren Vlamingen, na de ontdekking in 1427 van de onbewoonde vulkanische eilanden gerekruteerd door de Portugezen. Met als lokaas : zilver, dat hier zomaar voor het graaien zou liggen. Nu, dat viel dik tegen, maar daar kwamen de moedige kolonisten pas later achter. Hoe ook, ze lieten talrijke sporen na : de familienaam De Bruges is hier nog altijd in omloop en verder introduceerden de Vlamingen windmolens, ossenwagens en kantwerk op de eilanden. São Miguel wordt niet voor niets het groene eiland genoemd. Nauwelijks ben je het centrum van Ponta Delgada uit, of je bent omringd door schitterende groene landschappen. Dankzij de milde temperaturen floreren hier de enige thee- en ananasplantages in Europa, maar dé toeristische trekpleisters zijn natuurlijk de vulkanen. De Vale das Furnas, een uitgestrekte krater waarin warmwaterriviertjes stromen, is een bezoek meer dan waard. De weg naar Lagoa das Sete Cidades is omzoomd door hortensia's en het uitzicht over de groene en blauwe kratermeren zet zelfs de meest prozaïsche mens aan het dromen. Helaas gooit het wispelturige klimaat roet in het eten : een malse plensbui en ondoordringbare mistbanken maken een verdere exploratie van het gebied zinloos. Gelukkig kunnen we terecht in de Termas da Ferraria in het kustplaatsje Ginetes, waar je je kunt laten inpakken in vulkanische modder en masseren met warme zwarte keien. Een sprintje langs het rotspad en je bubbelt in een natuurlijke warmwaterbron in zee, zoveel echter dan een jacuzzi. Van op de kade van het havenstadje Horta heb je een magnifiek zicht op het buureiland Pico en een vulkaan zoals je je die uit de diacollectie van de leraar aardrijkskunde herinnert. Majestueus rijst hij uit de zee op en reikt met zijn 2351 meter tot aan de wolken, wat hem meteen ook tot het hoogste punt van de Azoren en heel Portugal maakt. Maar dat is niet de enige reden waarom Horta, hoofdstad van het eiland Faial, mijn hart gestolen heeft. De jachthaven is namelijk een favoriete tussenstop van zeilers die op het punt staan de Grote Oversteek naar de Amerika's te maken. 's Avonds tref je dat kleurrijke gezelschap in Peters Sportcafé waar ze hun straffe zeemansverhalen met veel gin tonic overgieten. Dit is ook de plek waar de bemanningen boodschappen voor andere zeilers achterlaten, in de vorm van heuse brieven of bierviltjes en naar de vervaagde handschriften te oordelen bereiken veel berichten nooit hun bestemmeling. Niet zo doeltreffend als e-mail, maar wel romantisch, zoals het hele haventje trouwens. Geen wonder dat veel zeilers hier langer dan oorspronkelijk gepland blijven plakken. De traditie wil dat ze vóór het afvaren op de kade hun 'vlag' achterlaten ; die muurschilderingen groeiden met de jaren uit tot een kleurrijke galerie. Wie aan de bar van Peters café de sleutel vraagt, kan een verdieping hoger het walvisvaardersmuseum bezoeken. Sinds 1984 is de walvisjacht verboden, maar er wordt op Faial wel nog aan walvisspotting gedaan. Daarvoor worden trouwens de oude uitkijkposten op de kust gebruikt. En niet alleen om walvissen op te sporen. In de haven lopen we Frederik Vanderperre tegen het lijf, een Vlaamse marinebioloog die al vijf jaar verbonden is aan de afdeling oceanologie van de universiteit van de Azoren. Zijn studieobject is de blauwe haai, die volgens hem helemaal niet zo agressief is als vaak wordt aangenomen. Om het bestand en verspreidingsgebied zo goed mogelijk in kaart te brengen, worden de haaien gevangen, van een zendertje voorzien en weer vrijgelaten. Frederiks goeie maat Norberto Serpa is wat je noemt ne keirel : gepekeld door zee en zon, het lange grijze haar in bedwang gehouden door een rode bandana. Walvissen zijn zijn dada, maar als we op zijn excursieboot inschepen, zie ik aan zijn gezicht dat het niks wordt : voor potvissen en orka's is het trouwens veel te laat in het seizoen. Jammer, want uit ervaring weet ik hoe adembenemend het is, zo'n enorm gevaarte dat zich uit het water verheft en met een sierlijke flip van de staart opnieuw de diepte in duikt. Gelukkig zijn de dolfijnen wel op het appel, in wisselende formaties dartelen ze vóór en naast de boot. Het is aan een vulkaanuitbarsting dat Faial zijn ontstaan te danken heeft en ook in latere eeuwen bleef het er rommelen. De laatste grote eruptie dateert van de jaren vijftig. Van september 1957 tot oktober 1958 spuwde een onderzeese vulkaan stoom, lava en as. Het eiland kreeg er 2,4 km2 grondgebied bij, maar daar staat tegenover dat driehonderd huizen verwoest werden en tweeduizend mensen dakloos werden. Het was het begin van een grote volksverhuizing naar de VS en Canada. Ook nu zie je nog overal verlaten en overwoekerde huisjes in het landschap. Een stille getuige van de ramp is de vuurtoren van Capelinhos, op de meest westelijke punt van Faial, te midden van een kaal woestijnlandschap van donkere as. Vlakbij is de ingang van het ultramoderne ondergrondse vulkanologische museum, knap van design en vol boeiende informatie over de werking van vulkanen en getuigenissen over de ramp van 1957. De conclusie dringt zich op : in de Azoren laat de natuur niet met zich sollen. Met een enorme verscheidenheid van landschappen en vegetatie als resultaat - van Noord-Atlantisch tot mediterraan en subtropisch - waar een eigenzinnige reiziger die zich graag laat leiden door verwondering volop aan zijn trekken komt. DOOR LINDA ASSELBERGSEEN KWARTIER NA EEN MALSE BUI PIEPT DE ZON ALWEER DOOR DE WOLKEN. BUBBELEN IN EEN WARMWATERBRON IN ZEE, ZOVEEL ECHTER DAN EEN JACUZZI. DE JACHT IS VERBODEN, MAAR OP FAIAL WORDT WEL AAN WALVISSPOTTING GEDAAN.