De brutale moord op een 33-jarige vrouw in Londen doet het debat over veiligheid voor vrouwen op straat weer oplaaien. Dinsdagavond zat professor Liesbeth Stevens in De Afspraak op Canvas waarin ze stelde dat 'de ambitie om een samenleving uit te bouwen zonder (seksistische) straatintimidatie niet alleen maar op de schouders van de slachtoffers mag liggen'. Het deed me iets fundamenteels beseffen: te vaak keek ik weg van het probleem. 'Stuur iets als je thuis bent' of 'Ik zal je naar huis wandelen' zijn twee zinnetjes die zo frequent zijn in mijn leefwereld dat ze een gewoonte geworden zijn. Alsof het normaal is dat een vrouw niet 's avonds naar huis kan wandelen zonder lastig gevallen te worden.

Niet enkel vrouw hebben te kampen met intimidatie op straat, ook bij holebi's en transgenders is het schering en inslag. De moord op een homoman in Beveren is waarschijnlijk een verschrikkelijk gevolg van het negatief klimaat dat velen van de gemeenschap frequent ervaren.

Ook ik was te laf om andere mannen ter verantwoording te roepen

Op 8 maart, vrouwendag, stond mijn Instagramfeed vol met activistische boodschappen: "Omdat met sleutels tussen je knokkels over straat lopen niet normaal is" of "Omdat we het niet uitlokken". Boodschappen die enkel werden gedeeld door vrouwen, terwijl het net vooral mijn 'geslachtsgenoten' zijn aan wie die berichten eigenlijk gericht zijn. Ik deelde ook niets, want het leek niet mijn probleem of strijd te zijn. Noch slachtoffer, noch dader ben ik.

Of toch? Ook ik lachte mee met overdreven schunnige moppen waar een vriendin aan de andere kant van de tafel extreem ongemakkelijk van werd. Ook ik verkoos wegwandelen boven iemand op zijn gedrag aanspreken. Ook ik was te laf andere mannen ter verantwoording te roepen. Misschien waren het 'maar' gevallen van micro-agressie, maar ze houden een vrouwonvriendelijke cultuur in stand die vrouwen objectiveert en kleineert. Een cultuur die ervoor zorgt dat vrouwen bang zijn om zich in onze publieke ruimte te begeven. Of zich in het openbaar te begeven op de manier hoe zij zelf verkiezen: een diepe decolleté of een rok boven de knieën. Het is aan ons, mannen, om tussen te durven komen, af te keuren en onze uitdrukkelijke steun uit de spreken voor de plaats die vrouwen verdienen in onze straten. Dat deed ik nooit uitdrukkelijk en nooit luid genoeg, tot vandaag. Want het is niet omdat je zelf geen slachtoffer of dader bent dat je geen verschil kan maken in het verbeteren van deze problematiek.

Onze straten horen geen jungle te zijn, maar een plaats van tolerantie, vrijheid én veiligheid

Een maand geleden schreef ik een opiniestuk op demorgen.be over de avondklok. Een vrouwelijke kennis stuurde me een bericht waarin ze stelde dat er voor haar in praktijk altijd een avondklok was. Het maakte indruk, want die avondklok beperkt mijn vrijheid sterk. Die van haar is altijd beperkt geweest, of het nu donker of licht is. Wanneer men de publieke arena betreedt komen de wolven met hun schunnige of zelfs agressieve opmerkingen buiten. Het zorgt ervoor dat de publieke ruimte betreden een afweging wordt tussen potentieel 'gevaar' en 'plezier'. Schrik om door de jungle te trekken.

Ik wacht op de dag de niemand moet vrezen buiten te komen, ongeacht welk geslacht, geaardheid of huidskleur je hebt. En dat vrouwen de publieke ruimte ervaren zoals ik: prachtige natuur in een stadspark, een schat aan kunst en architectuur bij het passeren van het stadhuis en amusement op de Oude Markt. Onze straten horen geen jungle te zijn, maar een plaats van tolerantie, vrijheid én veiligheid. Aan de machthebbers van dit land en onze steden kan ik maar een ding zeggen: veiligheid voor iedereen in onze straten hoort een beleidsprioriteit te zijn.

De brutale moord op een 33-jarige vrouw in Londen doet het debat over veiligheid voor vrouwen op straat weer oplaaien. Dinsdagavond zat professor Liesbeth Stevens in De Afspraak op Canvas waarin ze stelde dat 'de ambitie om een samenleving uit te bouwen zonder (seksistische) straatintimidatie niet alleen maar op de schouders van de slachtoffers mag liggen'. Het deed me iets fundamenteels beseffen: te vaak keek ik weg van het probleem. 'Stuur iets als je thuis bent' of 'Ik zal je naar huis wandelen' zijn twee zinnetjes die zo frequent zijn in mijn leefwereld dat ze een gewoonte geworden zijn. Alsof het normaal is dat een vrouw niet 's avonds naar huis kan wandelen zonder lastig gevallen te worden. Niet enkel vrouw hebben te kampen met intimidatie op straat, ook bij holebi's en transgenders is het schering en inslag. De moord op een homoman in Beveren is waarschijnlijk een verschrikkelijk gevolg van het negatief klimaat dat velen van de gemeenschap frequent ervaren. Op 8 maart, vrouwendag, stond mijn Instagramfeed vol met activistische boodschappen: "Omdat met sleutels tussen je knokkels over straat lopen niet normaal is" of "Omdat we het niet uitlokken". Boodschappen die enkel werden gedeeld door vrouwen, terwijl het net vooral mijn 'geslachtsgenoten' zijn aan wie die berichten eigenlijk gericht zijn. Ik deelde ook niets, want het leek niet mijn probleem of strijd te zijn. Noch slachtoffer, noch dader ben ik. Of toch? Ook ik lachte mee met overdreven schunnige moppen waar een vriendin aan de andere kant van de tafel extreem ongemakkelijk van werd. Ook ik verkoos wegwandelen boven iemand op zijn gedrag aanspreken. Ook ik was te laf andere mannen ter verantwoording te roepen. Misschien waren het 'maar' gevallen van micro-agressie, maar ze houden een vrouwonvriendelijke cultuur in stand die vrouwen objectiveert en kleineert. Een cultuur die ervoor zorgt dat vrouwen bang zijn om zich in onze publieke ruimte te begeven. Of zich in het openbaar te begeven op de manier hoe zij zelf verkiezen: een diepe decolleté of een rok boven de knieën. Het is aan ons, mannen, om tussen te durven komen, af te keuren en onze uitdrukkelijke steun uit de spreken voor de plaats die vrouwen verdienen in onze straten. Dat deed ik nooit uitdrukkelijk en nooit luid genoeg, tot vandaag. Want het is niet omdat je zelf geen slachtoffer of dader bent dat je geen verschil kan maken in het verbeteren van deze problematiek. Een maand geleden schreef ik een opiniestuk op demorgen.be over de avondklok. Een vrouwelijke kennis stuurde me een bericht waarin ze stelde dat er voor haar in praktijk altijd een avondklok was. Het maakte indruk, want die avondklok beperkt mijn vrijheid sterk. Die van haar is altijd beperkt geweest, of het nu donker of licht is. Wanneer men de publieke arena betreedt komen de wolven met hun schunnige of zelfs agressieve opmerkingen buiten. Het zorgt ervoor dat de publieke ruimte betreden een afweging wordt tussen potentieel 'gevaar' en 'plezier'. Schrik om door de jungle te trekken. Ik wacht op de dag de niemand moet vrezen buiten te komen, ongeacht welk geslacht, geaardheid of huidskleur je hebt. En dat vrouwen de publieke ruimte ervaren zoals ik: prachtige natuur in een stadspark, een schat aan kunst en architectuur bij het passeren van het stadhuis en amusement op de Oude Markt. Onze straten horen geen jungle te zijn, maar een plaats van tolerantie, vrijheid én veiligheid. Aan de machthebbers van dit land en onze steden kan ik maar een ding zeggen: veiligheid voor iedereen in onze straten hoort een beleidsprioriteit te zijn.