Het lijkt in België over and out voor softijs. Dat zegt Caprigiani, de marktleider van de softijsmachineproducenten. Tussen 1990 en 2000 stonden er in ons land ongeveer 1.250 softijsmachines, vandaag zijn dat er nog 150 à 200. Dat wijt de producent aan het slechte imago dat rond de ijsjes hangt. In het verleden gebeurde het immers enkele keren dat een bedenkelijke hygiëne leidde tot voedselvergiftigingen.

Hoewel dat volgens de producent vandaag uitgesloten wordt door nieuwe technologieën, moet de Belg niets meer weten van het zachte ijs. De ijsventers die hun machine nog niet naar de kelder hebben verhuisd, moeten het dan ook vooral hebben van toeristen. Als Belgen zich toch nog eens laten gaan met een zacht ijsje, doen ze dat vooral in fastfoodketens en pretparken. Een guilty pleasure op een dag dat we sowieso al minder bezig zijn met wat we in onze mond stoppen, zeg maar.

Smaak

De Syndikale Unie voor het Brood- Banket- Chocolade- en Ijsbedrijf ziet dan ook een andere verklaring dan het verleden voor de teruglopende interesse in softijs. 'Volgens ons is het gewoon een smaakkwestie', klinkt het daar. 'In ons land gaat de voorkeur uit naar ambachtelijk schepijs en roomijs', zo denkt Antwerps voorzitter Geert Bossuyt. 'Ik weet ook wel wat ik doe als ik een ijssalon binnenstap en moet kiezen tussen de mooie ijstoog met meer dan twintig soorten ambachtelijk schepijs en enkele softijsmachines die naast elkaar staan opgesteld.'

Ons land toont zich van zijn eigenzinnigste kant, want softijs overspoelt wel nog steeds grote steden als Tokio, New York en Londen. De varianten met bijvoorbeeld thee en watermeloen zijn niet alleen hip op de sociale media, maar ook in onze buurlanden. De weeklacht van Caprigiani lijkt te bevestigen dat de meeste Belgen zichzelf niet graag tekort doen op vlak van lekker eten. In deze tijden, waarin ambachtelijke ijszaken bloeien als nooit tevoren, lijkt het te gek om te opteren voor een machinaal bereid ijsje.