Zielsverhuizing

Als het aan mij ligt, zal ik nooit in een nieuwbouwwoning wonen. Hoe fantastisch het ook moet zijn om met een visionair architect from scratch je droomhuis ergens neer te poten, ik hou te veel van de verhalen die aan de muren van oude huizen kleven. Van lief, leed en passie. Wat is er leuker dan ze te achterhalen en nieuw leven in te blazen. Mijn eigen geschiedenis ken ik immers goed genoeg.

De 95-jarige man van wie we ons huis kochten drie jaar geleden, deed dat wel, zijn droomhuis bouwen. Buurtbewoners herinneren zich hoe hij in 1969 zelf de fundamenten uitgroef met een spade, en hoe hij in zijn overall de vele Aziatische bomen en struiken die hij in de tuin had geplant met liefde verzorgde. Naar het schijnt kwamen ze vroeger van ver om de majestueuze magnolia te bewonderen. Het pak dat hij dan droeg, naaide zijn vrouw met de hand. Van haar is weinig geweten, ze was een vrome eenzaat. Maar als ik naar het ontwerp van haar naaikast kijk, me de vinyl beschermlaag op ieder schap in huis herinner, of hoe het nu wat grandmillennial lijkend bloemetjesbehang (zie verder) perfect binnen de kaders van de deuren paste, moet ze bijzonder op orde en netheid gesteld zijn geweest. We vonden seventiesfuifstickers en -tekeningen van de kinderen op de vreemdste plaatsen. Misschien een stil teken van rebellie?

De dag dat we de overeenkomst ondertekenden, vertelde de oude man dat hij had gedroomd over zijn vrouw. Dat ze opstond uit het bed en de slaapkamer wilde verlaten. Ze keek achterom, zei: “Het is goed”, en verdween. Na een slepende ziekte overleed ze er jaren geleden. Het was een teken, zei hij. De ziel die het huis waarop we verliefd werden had bepaald, maakte plaats voor de onze.

Waarom we zo veel waarde hechten aan die ziel, lees je verder.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content