Lene Kemps
Lene Kemps Lene Kemps is de hoofdredactrice van Knack Weekend.

De taal klinkt zangerig. De letters hebben krullen. De koning speelt saxofoon. En de mensen lachen graag. Een natuurlijke elegantie en levenslust die in totale harmonie lijkt met klatergoud en commercie.

Lene Kemps / Foto’s Global Pictures

De lucht valt onuitstaanbaar warm, zwaar en vochtig naar beneden. Na een half uur stappen naar een van Bangkoks toeristische trekpleisters, de koninklijke stad, zwellen mijn ogen op, zit mijn neus dicht en voel ik een druk in mijn hoofd. Bangkok-wandelziekte. De agent op het kruispunt draagt een gasmasker, dus ik had het eigenlijk kunnen weten. ?Wat een idee om geen taxi te nemen?, zegt Touria me later. Vier jaar geleden ruilde ze Brussel voor Bangkok. ?Geen zinnig mens wandelt in Bangkok. Het is gezien de luchtvervuiling levensgevaarlijk.? De Thailanders rijden me glimlachend voorbij. Weer een farang blanke buitenlander op zoek naar een authentieke Bangkok-ervaring.

Rommeliger en echter dan Singapore, minder luxueus en ambitieus dan Hongkong, is Bangkok een droom waar je zonder problemen de nadelen van draagt. Buiten word je ziek, maar in de taxi hangen geurige bloemenkransen en zorgt de airconditioning voor kippenvel. Ik besluit de rest van mijn lijstje tempels, Chinatown, shopping center waar ik Touria ontmoet vanuit de auto te bezoeken. Nog niet helemaal geleerd, draai ik het raampje open. Ook dat is niet zo’n goed idee. Er zijn zo’n acht miljoen inwoners, en ik vermoed dat ze allemaal een auto hebben. En dat ze zich allemaal naar een afspraak met Touria in het shopping center begeven. In plaats van couleur locale waaien er uitlaatgassen binnen.

De files in Bangkok zijn een studie in bezigheidstherapie. Mensen praten, iemand verkoopt vanuit een truck nootjes en koekjes, sommigen poetsen hun tanden en maken hun nagels schoon, niemand windt zich op. De chauffeur vindt het moment gekomen voor een conversatie. Een uitzondering, want hoewel de Thailanders uitermate vriendelijk zijn, zetten ze zelden de eerste stap tot contact. Bovendien praten ze Engels met een hoog ?Yes, we have no bananas?-gehalte. Stel drie vragen en je krijgt drie verschillende antwoorden.

Ben ik van België ? Dan wil hij me trots de brug laten zien die de Thailanders van ons land hebben gekregen, helemaal nieuw. Het is hetzelfde metalen gevaarte dat jarenlang het centrum van Brussel ontsierde, op weg naar Koekelberg, maar dat durf ik niet te zeggen. Bangkok staat vol bruggen, zelfs de koning heeft er een getekend. Men vergelijkt de stad wel eens met Venetië : een wirwar van bruggen, kanalen en wegen. Het Brugge van het oosten. Men hoopt op die manier het enorme verkeersprobleem op te lossen, maar het resultaat is dat er nu niet alleen immense files op de grond zijn, maar ook één verdieping hoger. Soms houden de bruggen zomaar op en wordt er niet verder gebouwd. Foutje in de berekeningen, of de bouwfirma die in een of ander schandaal is failliet gegaan. De stad verwerkt het allemaal op een vrij natuurlijke manier, hoewel Touria haar hoofd schudt en zegt : ?Deze stad komt nooit meer goed, dit moet slecht aflopen.? Bovenop de hopen ongebruikt beton worden meteen kraampjes en kleine winkeltjes gezet. Van de grote buizen hebben mensen hun thuis gemaakt en aan de stalen draden hangt kraakwitte was te drogen.

Shoppen in Bangkok is een overweldigende ervaring. De stad telt reusachtige malls naar Amerikaans voorbeeld, die elk mogelijk merk bevatten. Prada, Vuitton, Gaultier. ?Wie snobistisch en rijk is, koopt zelfs de wintercollectie. Wollen truien en kasjmier jassen, die in dit klimaat compleet overbodig zijn?, zegt Touria. De jongeren zien er net hetzelfde uit als in Brussel, al schijnt hier de olifantenpijp en niet de oversized jeans de rage te zijn. Op een groot videoscherm kijken ze naar de Wild & Lethal Trash-show van Walter Van Beirendonck. Ik zie ze volgende winter al rondlopen met dikke mutsen. Met Walters mascotte Puk Puk in de tuk tuk, het klinkt goed.

Men heeft bij Best Tours de best mogelijke route voor me uitgestippeld. Een staalkaart van wat het land te bieden heeft, een kort en bondig toeristisch overzicht. Van Bangkok reis ik naar Chiang Mai, de parel van het noorden, en vandaar naar Phuket, het exotische paradijs. De stad, de bergen, het strand. De drukte, de natuur, de zon. De wereldse genoegens, de poëzie en het niksdoen. De clichés op een rijtje, al zijn ze daarom niet minder waar of echt. Thailand moet pure toeristische perfectie zijn.

Net zoals de bevolking lijkt het land zich moeiteloos en met stijl aan de toeristeninvasie aan te passen. Thailand laat je in de waan echt te reizen, terwijl je bij de hand genomen wordt. Het laat je geloven dat je zaken ontdekt terwijl ze je worden aangeboden. De Thailanders gaan er prat op dat ze nooit zijn overwonnen of gekoloniseerd door het westen. ?Vrijheid is belangrijk voor ons?, zegt Toi, die met me langs de tempels van Chiang Mai fietst er zijn er honderd. ?Dit land kan je niet overwinnen, het neemt jou in beslag.? Over de vele vreemdelingen die in Thailand neerstrijken, zegt hij : ?Ze komen naar dit land om zichzelf te vinden, maar lopen erin verloren.?

Chiang Mai is de tweede grootste stad van het land, met een trotse geschiedenis als residentie van koning Rama in de 13de eeuw, maar geeft meer de indruk van een uit de kluiten gewassen dorp. De sfeer is er erg aangenaam. De inwoners benaderen bezoekers vriendelijk en waardig, zonder enig spoor van kleverige opdringerigheid. Op de avondmarkt is het rustig winkelen, zonder dat men je meteen spullen probeert aan te smeren. In de vele openluchtrestaurants eet je tussen de Thaise families. Als Bangkok je met de neus op de (mislukte ?) toekomst drukt, dan ontsnap je in Chiang Mai niet aan het verleden. Het lijkt of alle traditionele ambachtslui en kunstenaars hier wonen : goudsmeden, lakwerkers, zijdewevers, en de makers van de beroemde bleekgroene keramiek celadon. ?Leven deze gewoontes nog of zijn ze speciaal voor de toeristen een beetje aangewakkerd ?? wil ik weten. Toi kijkt weg en glimlacht. Een typisch Thailands antwoord.

Phuket, ontdekt door rugzakreizigers in de jaren zeventig, wordt nu platgelopen door hordes toeristen. Naast de Thaise bungalows staan Duitse Stubes en Italiaanse pizzeria’s. Toch wordt ook hier het Benidorm-gevoel nooit overweldigend. ?Het zit ‘m allemaal in het boeddhisme?, beweert Jim, een Amerikaan die ik op het strand ontmoet. ?Boeddhisten zijn geweldig in het bewaren van evenwicht, kampioenen in het verzoenen van tegenstellingen. Ze mogen eigenlijk geen dieren doden, maar vinden altijd wel iemand om het karweitje voor hen op te knappen. Zij gaan vrijuit omdat ze het niet zelf doen, de andere gaat vrijuit omdat hij het bevel kreeg. Zolang ze niet verantwoordelijk zijn voor de dood van het dier, mogen ze het vlees wel opeten. Puristen gaan ervan uit dat je als boeddhist zelfs geen ei mag breken, maar dan kan je altijd terecht in de winkel waar men een voorraadje eieren heeft, die ‘per ongeluk’ gebarsten zijn. Op dezelfde manier weten Thailanders het beste uit het toerisme te halen. Ze geven hun land weg en blijven toch zichzelf. Ze respecteren de regels, maar omzeilen ze een beetje.?

De lijfspreuk van de Thailanders is mai pen rai : trek het je niet aan, laat maar waaien, laat kleine irritaties als onafgewerkte bruggen, grootschalige politieke corruptie en eindeloze files niet in de weg staan van joie de vivre. Daarnaast is er ook nog zoiets als samuk, wat vrij vertaald grote pret betekent. Werk moet ook samuk zijn, anders hoeft het voor de Thailanders niet. In het hotel in Bangkok laten de koks potten en pannen vallen om naar onze mannequin Christina te kijken (zie Bangkok non-stop, de modeproductie op p.102 e.v.). Ze is zo ontzettend groot, vinden ze. En lachend wijzen ze aan tot waar ze komt : wel tot halverwege de hoge koksmuts.

Het is in Phuket bijzonder gemakkelijk om samuk te hebben. Het is een stressvrij tropisch eiland, waar het moeilijkste probleem is : in welke van de honderden restaurants zullen we vanavond eten ? Welk eiland zullen we morgen bezoeken ? Welke vissen zullen we achterna snorkelen ? Om in de mai pen rai-sfeer te komen, is niets beter dan een traditionele Thaise massage. In Bangkok kan je ervoor terecht in de tempel, in Chiang Mai in een massagesalon en in Phuket zelfs op het strand. Geheel in tegenstelling met het Thaise imago worden er bij deze massage geen kleren of lichten uitgedaan. Een uur of zelfs langer wordt druk uitgeoefend op elke spier, elk gewricht wordt losgeschud, en door bepaalde bewegingen wordt een deel van de bloedsomloop afgesloten en weer in gang gemasseerd. Nadien tintelt het hele lichaam en je voelt je heerlijk ontspannen.

Voor vreemdelingen die er werken, bestaan er lange handleidingen hoe je de Thaise kronkels en de feel good factor overleeft. ?In het begin heb ik me over hun gebrek aan ambitie en discipline vaak boos gemaakt?, zegt Touria, die in een reclambureau werkt. ?Deadlines worden nooit gehaald en fouten worden nooit verbeterd. Ze haten confrontaties en spanningen. Maar je past je aan en plots blijk je oneindig veel geduld te hebben.? ?Het leven is meer dan een loonbriefje en een maagzweer?, zegt Toi. Zijn zus is op enkele maanden tijd wel vier keer van werk veranderd. De sfeer stond haar niet aan en de buitenlandse baas was niet vriendelijk. Een plotse uitbarsting van woede betekent in Thailand gezichtsverlies. Kritiek dient op bedekte wijze te worden aangebracht, bitse bevelen geven kan niet. Touria vertelt hoe op een bedrijfsfeestje een toneelstukje werd opgevoerd over de prijzen van de rijst. Maar eigenlijk ging het om de lage lonen. De allegorie is alive and kicking, andliving in Thailand.

Vooral op de koninklijke familie mag geen enkele vorm van kritiek worden geuit. Buitenlandse kranten mogen dan schrijven over schandalen en intriges waarin de zoon van de koning is verzeild geraakt, de Thailanders reppen er met geen woord over. Wanneer je hen er ronduit naar vraagt, antwoorden ze gewoon niet. Ze kijken glimlachend weg. De koning is God, en in elke stad is er wel een winkel die schilderijen en foto’s van hem verkoopt. Op mijn favoriet beeld uit de jaren vijftig draagt hij een rond brilletje en speelt hij saxofoon. ?Onze koning kan alles?, zegt Toi.

In Chiang Mai ontsnap je niet aan het verleden. Het lijkt wel of alle traditionele ambachtslui en kunstenaars hier wonen.

Links : Phuket, het exotische paradijs, toeristische perfectie. Rechts : drijvende markt.

Partner Content