We zouden deze keer eens in de zomer naar de bergen trekken. Om er met heel ons gezin als Heidi's over de groene alpenweiden te huppelen, dartelend tussen alpenroos en edelweiss. Kou zouden we zeker niet lijden, Wallis staat bekend als de 'zonnestudio' van Zwitserland, de abrikozen vallen je er zo in de mond. Je kunt er wandelen, fietsen, zwemmen en zelfs... lamatrekken! Het is weer eens wat anders dan skiën.
...

We zouden deze keer eens in de zomer naar de bergen trekken. Om er met heel ons gezin als Heidi's over de groene alpenweiden te huppelen, dartelend tussen alpenroos en edelweiss. Kou zouden we zeker niet lijden, Wallis staat bekend als de 'zonnestudio' van Zwitserland, de abrikozen vallen je er zo in de mond. Je kunt er wandelen, fietsen, zwemmen en zelfs... lamatrekken! Het is weer eens wat anders dan skiën. Plaats van afspraak is een lamaboerderij in Fiesch, hartje Wallis. Bernhard Burgener, "zeg maar Berni", staat ons op te wachten. Een uit de kluiten gewassen vijftiger in short, geblokt hemd en stevige wandelbottines. Geen lama's te bespeuren, we moeten eerst nog even wachten op een Hollandse familie die met ons mee op dagtocht trekt. Berni geeft vooraf nog een woordje uitleg. "De meeste lama's leven in Zuid-Amerika, in Peru en Bolivië. Ze worden gebruikt als lastdier en voor hun wol. In Europa worden ze vooral als gezelschapsdier gehouden. Lama's zijn lieve, rustige en zachtaardige dieren, bij onverwacht lawaai of drukte schrikken ze snel op. Je moet altijd zachtjes aan doen, een lamatocht is een proces, het komt erop aan een band met het dier op te bouwen. Als kennismaking moet je je eerst laten besnuffelen, de armen naast het lichaam, zonder al te veel te bewegen. Lama's zijn heel sensitief, ze voelen je gedrag goed aan en gaan dit spiegelen. Ze geven je kracht en inzicht in je eigen persoonlijkheid." Ik vind het allemaal wat wollig klinken. Maar er zal wel iéts van aan zijn, het heilzame effect van lama's is algemeen bekend. De aandacht van de kinderen verslapt, tot Berni de stal in duikt. Vier lama's komen de poort uit gestapt, zeg maar geschreden. Drie donkerbruine, één lichtbruine. Gracieus en waardig, met langzame tred. Je ziet meteen waarom de lama soms ook schaapkameel wordt genoemd. Met hun lieflijke bambi-ogen en volle wimpers zien ze er grappig uit. Imposant ook, de dieren torenen hoog boven ons uit. Boer Berni verzekert ons dat er niets kan gebeuren, de lama's zijn bijzonder tam, ze zijn het gewoon om met mensen mee te trekken. De dappersten onder ons nemen een lama bij het touw. Even kennismaken, wat snuffelen en dan is het eindelijk zover, we gaan op pad. In het dorp moeten we eerst een grote weg over, vervolgens zullen we via kleine landwegels de bergen in trekken. We zijn nog maar net vertrokken of het gaat al mis. Leonardo, de lichtbruine lama, schrikt op van een langsdenderende vrachtwagen en rukt zich los. Dochter Marie laat meteen het touw schieten, het beest gaat er als een haas vandoor. Gelukkig heeft Berni hem snel weer te pakken. Niets aan de hand, verzekert hij, Leonardo is een beetje de kapoen van de bende. Helaas is het vertrouwen van onze dochter weg, ze weigert pertinent het touw weer vast te nemen. De rest van de tocht verloopt rimpelloos, het moet gezegd. Meer nog, eens we in de cadans van de wandeling geraken, daalt een opmerkelijke rust over ons neer. Het voelt goed om met de lama's op stap te zijn. Therapie avant la lettre, zoiets. Als kleine stipjes schuiven we traag door het immense berglandschap. Diep beneden zien we de Rhône glinsteren. We trekken langs berghutten en sappige alpenweiden, Heidi is nooit veraf. Veel volk is er niet op de been, we komen alleen onszelf tegen. We wisselen al eens van lama, maar niet te veel. Zelfs zoon Felix, niet meteen een grote dierenliefhebber, raakt al snel gehecht aan 'zijn' lama. Selfie-met-lama, cool man! Samen overwinnen we smalle richels en bruggetjes over waterbronnen. De picknickstop is zwoel en loom, we liggen languit in het malse gras. En hoe zit dat nu met het spuwen, vragen we. Als lama's het ergens even niet mee eens zijn, of als ze graag willen laten zien wie er de baas is, spuwen ze een groen, zuur stinkend papje uit hun maag naar buiten, legt Berni uit. Ze spuwen alleen maar naar elkaar, bijna nooit naar mensen. Goed om te weten. De rest van de tocht blijft de zon onverminderd schijnen, het wordt soms zelfs té warm. Het verfrissende bergbeekje is welkom. Met spijt leveren we 's avonds de lama's weer in bij de stal. De volgende dagen vliegen om. Met trottibiken, een step met handremmen waarmee je zo hard als je durft de bergen afracet. We steppen van Belalp naar Blatten, goed voor een hoogteverschil van bijna 800 meter. Niet voor watjes. Verder gaan we avonturieren in klimpark Hexenkessel. Via allerlei touwen en kabels leggen we een route af tussen de boomtoppen, alleen gezekerd met een heupgordel. We maken een dagtrektocht met Edelbert Kummer, een krasse zeventiger die de bergen als zijn broekzak kent. Hij gidst ons van Belalp naar Ried, een pittige wandelroute van meer dan acht uur langs de Aletschgletsjer. We zien steenbokken loodrecht over de bergwanden springen, een kudde zwarte Ehringerkoeien verspert ons de weg. Later in de week bezoeken we een lokaal eetmarktje, waar we genieten van een Walliser Teller, een vleesschotel met rauwe ham, salami en Trockenfleisch, zeer dun gesneden plakjes rundvlees dat maanden in de berglucht te drogen heeft gehangen. De kinderen zijn verzot op de punten smeuïge abrikozentaart. En op de enige zwaar regenachtige dag laten we ons verwennen in Brigerbad, een wellnessoase met sauna, dampbaden en glijbanen.Tekst & Foto's Karlijn Nijs