De strijd voor ecosystemen heeft volgens internationale milieuorganisaties een mijlpaal bereikt, maar niet alle belangrijke doelstellingen zijn gehaald. Verschillende landen hebben zich tien jaar geleden onder meer geëngageerd om tegen 2020 zeventien procent van het landoppervlak en tien procent van het zeeoppervlak te beschermen. Dat is deels gelukt, hebben het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN) woensdag gezegd. Ze hebben wel kritiek op de kwaliteit van de bescherming. Zo zijn te veel gebieden geïsoleerd en ze bieden zo onvoldoende vrije ruimte voor de dieren.

Het rapport werd in het Zwitsers hoofdkwartier van de IUCN voorgesteld. Volgens het rapport wordt 22,5 miljoen vierkante kilometer land en binnenwateren beschermd. Dat is een oppervlakte groter dan China en de VS samen. Daarmee wordt het percentage van zeventien procent beschermd landoppervlak bereikt, bestaande reservaten die nog geen officiële status hebben meegeteld.

Doelstellingen voor 2030

Het doel om tien procent van het zeeoppervlak te beschermen, is nog niet bereikt. Momenteel is 28,1 miljoen vierkante kilometer beschermd, wat neerkomt op 7,7 procent van het totale oppervlak. UNEP en IUCN beschouwen het echter als een succes dat 42 procent van alle beschermde land- en zeeoppervlakte de laatste tien jaar die beschermde status kreeg.

De uitbreiding van de beschermde gebieden is een van de Aichi-doelstellingen. Die doelen werden in 2010 in Japan vastgelegd in het verdrag ter bescherming van soorten om het uitsterven van dier- en plantensoorten tegen te gaan.

De organisaties vragen met aandrang om de gebieden te verbinden. Zo kunnen de dieren vrij bewegen en worden ecologische processen mogelijk gemaakt. Bovendien moeten de randzones van de reservaten beschermd worden en de lokale bevolking moet beter betrokken worden. De IUCN roept op om op de VN-conferentie ter bescherming van soorten in oktober een streefcijfer goed te keuren om 30 procent van het land- en zeeoppervlak te beschermen tegen 2030.

De strijd voor ecosystemen heeft volgens internationale milieuorganisaties een mijlpaal bereikt, maar niet alle belangrijke doelstellingen zijn gehaald. Verschillende landen hebben zich tien jaar geleden onder meer geëngageerd om tegen 2020 zeventien procent van het landoppervlak en tien procent van het zeeoppervlak te beschermen. Dat is deels gelukt, hebben het VN-Milieuprogramma (UNEP) en de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN) woensdag gezegd. Ze hebben wel kritiek op de kwaliteit van de bescherming. Zo zijn te veel gebieden geïsoleerd en ze bieden zo onvoldoende vrije ruimte voor de dieren. Het rapport werd in het Zwitsers hoofdkwartier van de IUCN voorgesteld. Volgens het rapport wordt 22,5 miljoen vierkante kilometer land en binnenwateren beschermd. Dat is een oppervlakte groter dan China en de VS samen. Daarmee wordt het percentage van zeventien procent beschermd landoppervlak bereikt, bestaande reservaten die nog geen officiële status hebben meegeteld. Het doel om tien procent van het zeeoppervlak te beschermen, is nog niet bereikt. Momenteel is 28,1 miljoen vierkante kilometer beschermd, wat neerkomt op 7,7 procent van het totale oppervlak. UNEP en IUCN beschouwen het echter als een succes dat 42 procent van alle beschermde land- en zeeoppervlakte de laatste tien jaar die beschermde status kreeg. De uitbreiding van de beschermde gebieden is een van de Aichi-doelstellingen. Die doelen werden in 2010 in Japan vastgelegd in het verdrag ter bescherming van soorten om het uitsterven van dier- en plantensoorten tegen te gaan. De organisaties vragen met aandrang om de gebieden te verbinden. Zo kunnen de dieren vrij bewegen en worden ecologische processen mogelijk gemaakt. Bovendien moeten de randzones van de reservaten beschermd worden en de lokale bevolking moet beter betrokken worden. De IUCN roept op om op de VN-conferentie ter bescherming van soorten in oktober een streefcijfer goed te keuren om 30 procent van het land- en zeeoppervlak te beschermen tegen 2030.