Het leefgebied van wilde dieren krimpt, dus gaan zij vaker in bewoond gebied op zoek naar voedsel en ruimte om te leven. Dat leidt vaak tot conflicten met mensen: denk maar aan de zwervende olifanten in China die boerderijen plunderen voor voedsel en water, krokodillen in Burundi die vissers doden of wolven in Nederland en België die schapen en koeien bedreigen tot grote onvrede van boeren.

Nu blijkt dat dit soort confrontaties voor een aantal beschermde diersoorten een van de belangrijkste bedreigingen vormen voor hun voortbestaan. Dat stelt het rapport 'A future for all - the need for human-wildlife coexistence' van WWF en UNEP.

Onenigheid tussen mens en dier

Een mens-dierconflict is een situatie waarbij mensen en dieren met elkaar in contact komen en er onenigheid ontstaat. Mensen gaan dan vaak dieren doden uit zelfverdediging, als vergelding of om te voorkomen dat ze hun eigendommen vernielen.

Dat het niet om uitzonderlijke gevallen gaat, blijkt uit het feit dat de onderzoekers stellen dat dit soort confrontaties er voor sommige soorten toe kan leiden dat ze uitsterven. Zo ondervindt 75 procent van alle wilde katachtigen wereldwijd gevolgen van conflicten tussen mens en dier die ze met de dood moeten bekopen. Maar ook andere roofdieren zoals ijsberen, mediterrane monniksrobben en grote grazers zoals olifanten lopen de kans te worden gedood als reactie op conflict met mensen.

'Mens-dierconflicten hebben in combinatie met andere bedreigingen tot een aanzienlijke achteruitgang geleid van soorten die ooit in grote aantallen aanwezig waren', zegt Femke Hilderink van WWF, een van de auteurs van het rapport. 'Soorten die van nature minder overvloedig zijn, werden zo op de rand van uitsterven geduwd. Tenzij er dringend actie wordt ondernomen, zal deze verwoestende trend verder worden doorgezet, met schadelijke en in sommige gevallen onomkeerbare gevolgen voor ecosystemen en biodiversiteit, maar ook voor mensen.'

Ontwikkelingsprobleem

Volgens het rapport waaraan 155 experts van 40 organisaties uit 27 landen aan meewerkten, is dit probleem net zo goed een ontwikkelings- en humanitaire kwestie als een zorg voor natuurbeschermers. De onderzoekers denken dat 'het niet adequaat aanpakken van dit probleem het behalen van de SDG's kan ondermijnen'.

Conflicten tussen mens en dier leiden immers tot een verlies van inkomen voor boeren, herders en vissers en andere groepen mensen zoals inheemse volkeren. De onderzoekers linken het probleem dan ook aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) en vragen de nodige aandacht van beleidsmakers.

Ook pleiten ze ervoor dat het onderwerp mens-dierconflict expliciet opgenomen wordt in het hernieuwde raamwerk van het Verdrag voor Biodiversiteit (CBD).

Kosten ongelijk verdeeld

Het rapport legt ook bloot dat de kosten van leven met wilde dieren ongelijk verdeeld zijn. 'Iedereen op aarde heeft baat bij het in stand houden van gezonde ecosystemen - die cruciaal zijn voor ons voedsel en levensonderhoud en waar wilde dieren onlosmakelijk mee verbonden zijn', stelt het rapport. 'De aanzienlijke last die wilde dieren kunnen zijn en de verantwoordelijkheid die de mensheid heeft voor het behoud van bedreigde diersoorten, komt vaak terecht bij gemeenschappen die het toch al moeilijk hebben, met name in ontwikkelingslanden die vaak rijk zijn aan biodiversiteit.'

Dat samenleven tussen mens en dier mogelijk is bewijst onder meer Kavango-Zambezi, een grensoverschrijdend natuurgebied in zuidelijk Afrika. Een geïntegreerde benadering van conflictbeheersing leidde daar tot een vermindering van 95 procent van het aantal stuks vee dat door leeuwen werd gedood. Het gevolg was dat in 2016 geen enkele leeuw meer uit vergelding werd gedood door de bewoners, terwijl dat er in 2012 en 2013 nog minstens 17 waren. Hierdoor konden de voorheen bedreigde leeuwenpopulaties zich herstellen.

Het leefgebied van wilde dieren krimpt, dus gaan zij vaker in bewoond gebied op zoek naar voedsel en ruimte om te leven. Dat leidt vaak tot conflicten met mensen: denk maar aan de zwervende olifanten in China die boerderijen plunderen voor voedsel en water, krokodillen in Burundi die vissers doden of wolven in Nederland en België die schapen en koeien bedreigen tot grote onvrede van boeren. Nu blijkt dat dit soort confrontaties voor een aantal beschermde diersoorten een van de belangrijkste bedreigingen vormen voor hun voortbestaan. Dat stelt het rapport 'A future for all - the need for human-wildlife coexistence' van WWF en UNEP.Een mens-dierconflict is een situatie waarbij mensen en dieren met elkaar in contact komen en er onenigheid ontstaat. Mensen gaan dan vaak dieren doden uit zelfverdediging, als vergelding of om te voorkomen dat ze hun eigendommen vernielen. Dat het niet om uitzonderlijke gevallen gaat, blijkt uit het feit dat de onderzoekers stellen dat dit soort confrontaties er voor sommige soorten toe kan leiden dat ze uitsterven. Zo ondervindt 75 procent van alle wilde katachtigen wereldwijd gevolgen van conflicten tussen mens en dier die ze met de dood moeten bekopen. Maar ook andere roofdieren zoals ijsberen, mediterrane monniksrobben en grote grazers zoals olifanten lopen de kans te worden gedood als reactie op conflict met mensen.'Mens-dierconflicten hebben in combinatie met andere bedreigingen tot een aanzienlijke achteruitgang geleid van soorten die ooit in grote aantallen aanwezig waren', zegt Femke Hilderink van WWF, een van de auteurs van het rapport. 'Soorten die van nature minder overvloedig zijn, werden zo op de rand van uitsterven geduwd. Tenzij er dringend actie wordt ondernomen, zal deze verwoestende trend verder worden doorgezet, met schadelijke en in sommige gevallen onomkeerbare gevolgen voor ecosystemen en biodiversiteit, maar ook voor mensen.'Volgens het rapport waaraan 155 experts van 40 organisaties uit 27 landen aan meewerkten, is dit probleem net zo goed een ontwikkelings- en humanitaire kwestie als een zorg voor natuurbeschermers. De onderzoekers denken dat 'het niet adequaat aanpakken van dit probleem het behalen van de SDG's kan ondermijnen'.Conflicten tussen mens en dier leiden immers tot een verlies van inkomen voor boeren, herders en vissers en andere groepen mensen zoals inheemse volkeren. De onderzoekers linken het probleem dan ook aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) en vragen de nodige aandacht van beleidsmakers. Ook pleiten ze ervoor dat het onderwerp mens-dierconflict expliciet opgenomen wordt in het hernieuwde raamwerk van het Verdrag voor Biodiversiteit (CBD).Het rapport legt ook bloot dat de kosten van leven met wilde dieren ongelijk verdeeld zijn. 'Iedereen op aarde heeft baat bij het in stand houden van gezonde ecosystemen - die cruciaal zijn voor ons voedsel en levensonderhoud en waar wilde dieren onlosmakelijk mee verbonden zijn', stelt het rapport. 'De aanzienlijke last die wilde dieren kunnen zijn en de verantwoordelijkheid die de mensheid heeft voor het behoud van bedreigde diersoorten, komt vaak terecht bij gemeenschappen die het toch al moeilijk hebben, met name in ontwikkelingslanden die vaak rijk zijn aan biodiversiteit.'Dat samenleven tussen mens en dier mogelijk is bewijst onder meer Kavango-Zambezi, een grensoverschrijdend natuurgebied in zuidelijk Afrika. Een geïntegreerde benadering van conflictbeheersing leidde daar tot een vermindering van 95 procent van het aantal stuks vee dat door leeuwen werd gedood. Het gevolg was dat in 2016 geen enkele leeuw meer uit vergelding werd gedood door de bewoners, terwijl dat er in 2012 en 2013 nog minstens 17 waren. Hierdoor konden de voorheen bedreigde leeuwenpopulaties zich herstellen.