Hoe een mens zich in een land kan vergissen. Onherbergzaam, zo had ik me Montenegro altijd voorgesteld, met ruige bergen en dito bewoners en een minimum aan toeristische infrastructuur. Mocht ik mijn huiswerk wat beter gemaakt hebben, dan had ik geweten dat dit stukje voormalig Joegoslavië altijd al een trekpleister voor rijk en schoon volk was. Sterren als Liz Taylor, Richard Burton en Sofia Loren werden geregeld op het hoteleiland Sveti Stefan gesignaleerd en maarschalk Tito - hij die hier graag herinnerd wordt als de man die 'njet' durfde te zeggen tegen Stalin - had er een buitenverblijf. Na diens dood gooide de Balkanoorlog roet in het eten. Toen de kruitdamp optrok, bleken enkel nog de Montenegrijnen vast te hangen aan de Serviërs.
...

Hoe een mens zich in een land kan vergissen. Onherbergzaam, zo had ik me Montenegro altijd voorgesteld, met ruige bergen en dito bewoners en een minimum aan toeristische infrastructuur. Mocht ik mijn huiswerk wat beter gemaakt hebben, dan had ik geweten dat dit stukje voormalig Joegoslavië altijd al een trekpleister voor rijk en schoon volk was. Sterren als Liz Taylor, Richard Burton en Sofia Loren werden geregeld op het hoteleiland Sveti Stefan gesignaleerd en maarschalk Tito - hij die hier graag herinnerd wordt als de man die 'njet' durfde te zeggen tegen Stalin - had er een buitenverblijf. Na diens dood gooide de Balkanoorlog roet in het eten. Toen de kruitdamp optrok, bleken enkel nog de Montenegrijnen vast te hangen aan de Serviërs. Maar kijk: sinds 2006 vaart het land een onafhankelijke koers. Montenegrijnen, Serviërs, Bosniërs en Albanezen vormen er een vreedzame multi-etnische samenleving. Als er iets is wat de bewoners verbindt, zo'n 660.000 stuks voor een oppervlakte ongeveer zo groot als Vlaanderen, dan is het de ambitie om de verloren tijd in te halen. In 2002 al werd de euro er ingevoerd, het land krijgt al volop steun van Europa, onder andere voor de modernisering van het wegennet. Aansluiten bij de Europese Unie ? Liever vandaag dan morgen, oordelen de meesten hier. Helaas, midden in het veranderingsproces sloeg zoals overal de economische crisis toe. Het toerisme werd zwaar getroffen. Anno 2010 houden de Montenegrijnen de adem in. Op de bescheiden luchthaven van Tivat ruikt het naar verf en naar grote verwachtingen. Maar op de charter uit België na is het tarmac leeg, in minder dan een kwartier staat iedereen buiten met zijn koffer. Zwarte bergen (de letterlijke vertaling van Montenegro, Crna Gora in de plaatselijke variant van het Servo-Kroatisch) ? Niks daarvan, in mei is het landschap van een allesoverweldigend, bijna fluorescerend sappig groen. Een landschap met een verbluffende variatie : er zijn heuvels, hoogvlakten, weiden, grote en kleine meren, klaterende bergriviertjes in regelrechte canyons, een heuse fjord, vijf natuurreservaten. Het is beslist geen hoogheidswaan dat Montenegro zich in 2006 tot ecostaat uitriep. Toch blijven de meeste toeristen aan de kust plakken, wat een beetje jammer is. Toegegeven, de verleiding is groot. Zeker als je hotel in Becici ligt, dat in 1963 de Grand Prix de Paris voor het mooiste strand van Europa kreeg. Uit die tijd dateert ook de Slavische promenade met veel infrastructuur voor sport en spel die ontworpen werd voor de toen overwegend Tsjechoslovaakse toeristen en die nu een Coney Islandachtige retrosfeer uitstraalt. Her en der worden cafés en strandclubs opgekalefaterd voor het nieuwe seizoen : tegelvloeren worden opnieuw gevoegd, relingen in een fris kleurtje gezet, bloembakken gevuld. Geen spoor van postcommunistische lethargie. Nu al verrijst in Becici het vijfsterrenhotel Splendid, met helihaven, super-de-luxe spa, trendy Japans restaurant en privéstrand. Brad Pitt en Angelina Jolie verbleven er in april 2010. Vlakbij, op Kaap Zavala, bouwt de Russische onderneming Mirax het futuristische hotel Astra dat niet zou misstaan in Dubai. Ga naar Montenegro voor het al te toeristisch is, hadden collega-reisjournalisten me aangeraden en ik ben geneigd hun advies bij te treden. In een halfuurtje wandel je van Becici langs het strand naar Budva, Dubrovnik in zakformaat met een snuifje Saint-Tropez. De oude stadskern, omringd door Venetiaanse wallen uit de vijftiende eeuw, is verkeersvrij en een paradijs voor flaneurs en fashionista's. Op intieme pleintjes bruist onder schaduwrijke bomen een rijke terrascultuur. Montenegro heeft een opvallend jonge bevolking. Zelfbewuste Slavische schoonheden heupwiegen voorbij op stiletto's en in microrok. Bij Jadran, een populair visrestaurant aan de strandboulevard, staat naast bijna elke tafel een wandelwagentje met baby. Veel jong volk ook op het carnaval dat hier op 1 mei valt, een tikkeltje ironisch toch in een ex-communistisch land. Haremvrouwen en nep-Carioca's dansen in hun glitterkostuums voorbij de tribune met notabelen, de moslimmeisjes dragen er zedig een dik vleeskleurige maillot onder. Aan de andere kant van Becici ligt Sveti Stefan, de meest gefotografeerde plek van Montenegro. Hier was het dat destijds sterren als Marilyn Monroe verbleven. Tegenwoordig is het tot een exclusief hotel getransformeerd eilandje met vissershuisjes privédomein voor gasten als Claudia Schiffer en Madonna, die vorig jaar net als de Rolling Stones optrad op Jaz, een breed wit zandstrand ten zuiden van Budva ; gewone stervelingen kunnen Sveti Stefan enkel van op een afstand bewonderen. Cultuurfanaten vinden dan weer hun gading in Kotor, prachtig gelegen aan de enige 'fjord' van de Adriatische kust en uitgeroepen tot Unesco-werelderfgoed. De sfeer is er uitgesproken Venetiaans en artistieker dan in Budva, in de achterafstraatjes worden charmante huizen in warmgele natuursteen driftig gerestaureerd en in vele gevallen als kunstgalerie ingericht. Wie over een solide conditie en dito knieën beschikt, kan zich wagen aan de klim naar de San Giovanniburcht hoog boven de stad. Het is zwoegen, maar het panorama over de driehoekige vesting maakt alles goed. Over de oude hoofdstad Cetinje, die zevenhonderd meter hoog in de bergen ligt, lopen de meningen uiteen. Sommigen vinden ze de moeite van de verplaatsing niet waard, anderen, waaronder ikzelf, zijn gevoelig voor de wat excentrieke charme van de plek. Tijdens de Turkse overheersing van de Balkan bleef Montenegro als enig gebied onafhankelijk en bestuurden de koningen vanuit Cetinje het land. Vandaar dat de grootmachten er hun ambassades vestigden, vaak in hun eigen bouwstijl. De vergane glorie van die vaak wat megalomane gebouwen, een paleis, een klooster en een stuk of wat musea staat in schril contrast met de huidige provinciale sfeer van het stadje met zijn pastelkleurige huizen. Meer dan in de kuststeden ervaar je hier het echte Montenegro, met blinkende terreinwagens zij aan zij met aftandse Lada's en Yugo's voor het stoplicht en baardige popes in een zwarte pij die op een caféterras bedaard een biertje drinken. Vlak bij Cetinje ligt Lovcen Nationaal Park, met op de gelijknamige bergpiek het mausoleum van de nationale held Peter II Petrovic Njegos. Tussen kust en gebergte een serie adembenemende haarspeldbochten, toepasselijk bekend als de Serpantinas. Na een van die bochten worden we geconfronteerd met een wildzwaaiende magere man midden op de weg. Een hinderlaag, flitst het door me heen. Maar nee, de Bosniër wil enkel een krik lenen om zijn eigen krik van onder een scheefgezakte Kadett uit de jaren stilletjes te krijgen. Als dat uiteindelijk lukt, gebaart zijn vrouw dat ik mijn handen moet openhouden en schudt er een half zakje pinda's in, waarna het zoontje op de valreep ook nog een paar appels door het open autoraampje mikt. Overigens hoef je in Montenegro als toerist niet bang te zijn om met autopech te midden van nergens te stranden. Autoschlep staat er her en der op rotsen langs de weg gekalkt, gevolgd door een telefoonnummer. Het plaatselijke idioom voor depannage, begrijp ik, Montenegrijns is waarlijk een fluitje van een cent. Deel twee van de taalcursus volgt in het dorpje Njegusi, te midden van de groene hoogvlakte aan de voet van een paar besneeuwde bergtoppen. We eten er Njeguski sir (kaas) en Njeguski prsut (gedroogde ham) op het terras van een simpele blokhut met een hoog kerststalgehalte. Binnen hangt een groot portret van maarschalk Tito tussen de dierenhuiden. Sir en prsut wordt ons standaardmenu op plekken waar de bediening echt geen gebenedijd woord Engels of Duits verstaat. Dat de Montenegrijnen aan de stuurse kant zijn, hadden kenners mij gewaarschuwd. Niks van gemerkt. Als we in de buurt van het immense Skadarmeer met zijn pelikanenkolonie een verlaten weggetje inslaan dat ons naar het uitzichtpunt Rijeka Crnojevika moet brengen, duikt er ineens een snelrijdende R4 achter ons op. Een man met een wit baardje doet teken dat we moeten stoppen. Ik vrees alweer een valstrik, maar het blijkt de eigenaar van het nabijgelegen Pelican Hotel te zijn, die ons vriendelijk een brochure van zijn etablissement aanbiedt. En of ze de toeristen hier graag zien komen ! Dat blijkt ook in Stari Bar, het oude stadsdeel van de haven Bar, Antivari in het Italiaans, wegens pal tegenover Bari, aan de andere kant van de Adriatische Zee. We moeten er even naar zoeken, normaal verwacht je de oude stad pal aan zee, maar de ruïnes van het middeleeuwse Stari Bar, met sporen van romaanse, gotische, renaissance en oriëntaalse architectuur, liggen op een heuvel boven de stad, helemaal in harmonie met het mediterrane landschap. De grote aardbeving van 1979 bracht veel schade toe aan de indrukwekkende site, maar de restauratiewerken zijn nu grotendeels rond. In het kasseistraatje dat naar de vesting leidt, lokt een terrasje met kleurig geschilderde meubelen, geborduurde tafelkleedjes en kussens, en zoals gebruikelijk met zeer lage prijzen. Het menu van Kazdrma, traditionele keuken, is in potlood geschreven en veel wijzer worden we er niet van, maar de waard prijst graag de specialiteiten aan : een komkommerslaatje met een fijn gekruide yoghurtsaus, lamsragout en gestoofde aubergine. "Nice food ?" De man bestudeert gretig onze gezichten als we de eerste happen nemen. Wijn is er niet, onze gastheer is moslim, maar de glazen gekoeld veenbessensap naar eigen recept zijn een smakelijk alternatief. "Very nice indeed !" In de hoofdstad Podgorica, het voormalige Titograd, heb je als toerist niets te zoeken, maar je moet er wel doorheen als je noordwaarts wil, naar het hoogland van Durmitor, met de op de Grand Canyon na grootste bergkloof ter wereld langs de rivier Tara, populair bij de liefhebbers van wildwatertoerisme. Of door de Moraca Canyon naar Biogradska Gora, het zogenaamde Verborgen Meer. Een welkome halte op de slingerende route is het orthodoxe Moracaklooster met zijn vredige tuinen en fresco's van heiligen met grote, verwijtende ogen. Biogradska Gora zelf, een koel, schilderachtig meer gevoed door klaterende bergbeekjes, wordt omringd door het laatste oerwoud van Montenegro. Naast otters, bevers, herten en ander klein wild zouden er ook nog beren huizen. Beren of niet, in dit oord van stilte en knisperende zuivere lucht had ik best een paar dagen willen blijven. Maar we zijn hier maar een week en willen ook nog naar het zuiden van Montenegro, waar het landschap met zijn donkere, kaarsrechte cipressen aan Toscane doet denken en moskeeën en kerken broederlijk naast elkaar staan. Ulcinj, de laatste stad voor de grens met Albanië, maakt op het eerste gezicht een rommelige indruk, maar het kleine stadsstrand met zijn vele cafés en restaurants is niet zonder charme. Hier wonen veel etnische Albanezen, maar je ziet er nauwelijks hoofddoeken in het straatbeeld. De mooiste witte zandstranden van Montenegro, alles bij elkaar dertig kilometer lang en in het voorjaar grotendeels leeg, liggen voorbij Ulcinj. We zetten nog maar net een voet op Velika Plaza, dat met zijn reddersstations op palen herinneringen oproept aan Bay Watch, of er komt een man op een motorfiets aangereden. Hij is ons helemaal gevolgd vanuit het dorp en ja, ook hij wil ons een onderkomen bezorgen. Zijn visie op de plaatselijke toestand krijgen we er gratis bij. In tegenstelling tot de meeste landgenoten ziet hij geen heil in Europa. "Jullie zitten niet op ons te wachten en wij zijn niet klaar voor jullie vele wetten." Maar in het toerisme ziet hij wel heil : "Vertel in België hoe mooi en veilig het hier is. En dat ze vooral ook naar Ulcinj komen, Albanezen zijn echt niet allemaal dieven en moordenaars zoals veel westerlingen denken." Ik verzeker hem dat ik mijn best zal doen, hopelijk komt Dossier K hier nooit in de bioscoop. TEKST EN FOTO'S LINDA ASSELBERGSSir en prsut wordt ons standaardmenu op plekken waar men ons niet verstaat.