Het gaat er de laatste weken ongemeen hard aan toe op sociale media. De berichten zijn vaak kort door de bocht, ongenuanceerd en bij wijlen grof. Kennis van de feiten is niet langer een voorwaarde om er een uitgesproken mening op na te houden. Toogpraat, fulmineren sommige criticasters. Maar daarmee doe je de toog oneer aan: op café is er meestal meer ruimte voor nuance en debat. Het helpt wellicht dat mensen elkaar daar recht in de ogen kijken. De sociale media zijn een anonieme en bij momenten hysterische variant van het publieke debat. Waarbij kwetsende en respectloze reacties op profielpagina's v...

Het gaat er de laatste weken ongemeen hard aan toe op sociale media. De berichten zijn vaak kort door de bocht, ongenuanceerd en bij wijlen grof. Kennis van de feiten is niet langer een voorwaarde om er een uitgesproken mening op na te houden. Toogpraat, fulmineren sommige criticasters. Maar daarmee doe je de toog oneer aan: op café is er meestal meer ruimte voor nuance en debat. Het helpt wellicht dat mensen elkaar daar recht in de ogen kijken. De sociale media zijn een anonieme en bij momenten hysterische variant van het publieke debat. Waarbij kwetsende en respectloze reacties op profielpagina's van tijdschriften, kranten of mediasites elke constructieve dialoog onmogelijk maken. Die stroom schreeuwerige tweets en comments is het product van onze morele intuïtie, zegt hoogleraar rechtspsychologie Harald Merckelbach (zie pagina 28). Die morele intuïtie krijg je perfect geformuleerd in 280 tekens, omdat ze weinig nuance behoeft. Het is per definitie een snelle manier van redeneren die geen inspanning kost en vooral werkt op wat academici 'patroonherkenning' noemen: een automatisch denkproces dat je ook gebruikt om op de lichtschakelaar te duwen wanneer het donker is in de kamer of om vijandigheid in iemands stem te detecteren. Wetenschappers gaan ervan uit dat we in zo'n 95 procent van de gevallen op automatische piloot denken, precies omdat het zo makkelijk is. We gebruiken deze denkwijze helaas ook om complexere situaties te beoordelen. En dan scheren we weleens te kort door de bocht. Want onze morele intuïtie maakt ons wereldbeeld veel eenvoudiger en samenhangender dan het in werkelijkheid is. Een voorbeeld. In de discussie over Bart De Pauw hoorde ik meer dan eens suggereren dat nogal wat vrouwen mannen valselijk van grensoverschrijdend gedrag beschuldigen, uit wraak of uit wanhoop. Onze morele intuïtie associeert plegers van zedenfeiten trouwens met vieze, obscure figuren, niet met sympathieke, doodnormale mannen. Het klinkt aannemelijk, maar klopt het ook? Twee onafhankelijke Amerikaanse onderzoeken kwamen tot de vaststelling dat valse aangiften slechts vijf procent van het totaal uitmaken. Als je bovendien weet dat meer dan 90 procent van de slachtoffers van zedenfeiten nooit aangifte doet, dan besef je dat de recente beschuldigingen maar een topje van de ijsberg vormen, en dat de vermaledijde groep rancuneuze vrouwen verwaarloosbaar klein is. Het zou dus raadzaam zijn om ons op sociale media niet te snel te laten meeslepen door de voorbijrazende meningen en gevoelens, en met z'n allen wat minder te vertrouwen op onze intuïtie en wat meer op ons verstand. Nadenken verloopt nu eenmaal trager dan roepen. En als we na het zorgvuldig wikken en wegen van de verschillende standpunten tot de vaststelling komen dat we te weinig van het onderwerp afweten om er iets zinnigs over te zeggen, dan kunnen we nog altijd beslissen om even te zwijgen.