Bij het binnenkomen kijk je meteen aan tegen een meer dan levensgroot, niet-geretoucheerd portret van Marilyn Monroe, die je met haar zwoele blik lijkt te volgen. De foto, gemaakt door Gene Kornman, siert de gang met de zestiende-eeuwse zwart-witte tegelvloer in de Parijse flat van Serge Cajfinger. Die vloer is wellicht het enige element dat hier nog origineel is, afgezien van de mooie proporties van de kamers en het zicht op de Seine. Cajfinger leidt ons enthousiast rond en wijst door het open raam naar het Louvre aan de overkant van de stroom, naar de flat van Karl Lagerfeld, twee huizen verder, en naar het appartement van Jacques Chirac aan de andere kant. Dat zij hier ook wonen, vindt Serge best amusant, maar zelf woont hij er al langer.
...

Bij het binnenkomen kijk je meteen aan tegen een meer dan levensgroot, niet-geretoucheerd portret van Marilyn Monroe, die je met haar zwoele blik lijkt te volgen. De foto, gemaakt door Gene Kornman, siert de gang met de zestiende-eeuwse zwart-witte tegelvloer in de Parijse flat van Serge Cajfinger. Die vloer is wellicht het enige element dat hier nog origineel is, afgezien van de mooie proporties van de kamers en het zicht op de Seine. Cajfinger leidt ons enthousiast rond en wijst door het open raam naar het Louvre aan de overkant van de stroom, naar de flat van Karl Lagerfeld, twee huizen verder, en naar het appartement van Jacques Chirac aan de andere kant. Dat zij hier ook wonen, vindt Serge best amusant, maar zelf woont hij er al langer. Toen hij een stek zocht in Parijs vond Cajfinger, die zijn kinderjaren had doorgebracht in Brazilië en zijn jeugd in Rijsel, het een conditio sine qua non dat je uitzicht zou hebben op de Eiffeltoren. Maar zo ver kwam het niet. Dat gebrek wordt echter ruimschoots gecompenseerd door het groene panorama van de bomen langs de Quai Voltaire, waar ooit Hubert de Givenchy kuierde met zijn muze Audrey Hepburn. Toen Serge de flat voor het eerst bezocht, zag hij de ruimte meteen zitten, op voorwaarde dat hij alles mocht afbreken : het lijstwerk, de deuren, de lambriseringen... Ze waren wel oud maar "gewoon lelijk". Negen maanden duurde het proces van afbreken en weer opbouwen. In een eerste fase koos Cajfinger voor een minimalistische aanpak, "sober en puur", maar toen hij enkele jaren geleden terugkeerde naar zijn kleurrijke appartement in Brazilië, vond hij zijn Parijse flat toch wat somber. Dus werd alles weer veranderd. De muren kregen de kleuren van Parijs, "een wat vuil, grijsachtig beige, dat verandert met het daglicht." Vooral omdat er geen gordijnen hangen. Maar dat hoeft voor Serge niet. Voor de rest is het interieur zeer levendig en 'vrolijk'. Zoals het schilderij van Peter Zimmermann dat perfect aansluit bij de rode Serpentinesofa van Vladimir Kagan en waarvan het palet en de afgeronde vormen ook vaak terugkomen in Cajfingers kledingontwerpen. Als tegenhanger voor de sofa liet hij op aanraden van een vriendin, de "supergetalenteerde" ontwerpster Florence Lopez, een wat ouderwets ogende, grote sofa maken op maat. En eens je aan het zoeken gaat, komt van het een het ander. Zo ontdekte Serge op een van zijn snuistertochten langs galeries en rommelmarkten, het fascinerende bewegende kunstwerk Cercle Rouge de Chine, van Manuel Mérida. In een antiekwinkel in de rue de Seine tikte hij twee Pierre Paulinfauteuils op de kop, plus twee Pascal Mourgues en nog enkele andere prachtstukken. Serge Cajfinger was piepjong toen hij zijn carrière opstartte. Als adolescent verliet hij Brazilië en keerde terug naar Frankrijk om, naar wens van zijn vader, zijn baccalaureaat te halen en architectuur te studeren. Maar al snel gooide hij het over een andere boeg : hij opende, met zijn moeder en zijn tante Paule, een winkel in het chique Rijsel van de jaren zeventig. Hij noemde de zaak Paule Ka, en gaf blijk van goede smaak en doorzettingsvermogen. Hij wou absoluut een Yves Saint Laurent-hoek, ontworpen door Andrée Putman. Zijn plan kreeg veel tegenkanting maar hij zette door en mocht uiteindelijk de collectie Rive Gauche verkopen, naast de fishtail-creaties van Mugler, de breedgeschouderde jassen van Claude Montana, de jungle power van Kenzo en de gesculpteerde jurken van Alaïa. Dat hadden ze in Rijsel nog nooit gezien. Door jarenlang stijladvies te geven en kledingstukken te moeten aanpassen, groeide bij hem de behoefte - we zijn dan in 1987 - om zelf kleren te 'construeren'. "Alles in mijn leven is overigens een constructie", zegt Cajfinger. "Mijn bedrijf, mijn huizen, mijn stijl, zelfs de vrouw die ik neerzet : ik zie haar als een extreem elegante verschijning, op 5th Avenue of Madison, perfect à la Mad Men - dat overigens nog niet bestond toen ik begon - of zoals Jackie Kennedy, iemand met een heel eigen stijl." Zijn stijl - en dus ook die van Paule Ka - is gebaseerd op contrasten, zwart-wit, knopen, minimale lijnen maar met een twist, zoals in de grote blauwe bank. "Subtiele ingrepen, zonder dat het te evident wordt." Is dat de formule om vrouwen te verleiden ? Om enthousiast te blijven, succes te blijven boeken, ondanks de crisis ? Serge is niet alleen adept van yoga en meditatie, hij leest ook veel, zoals De Kracht van het Nu van 'spiritueel' auteur Eckhart Tolle. Het helpt hem om in het hier en nu te leven, sereen te blijven. "Het meeste plezier beleef ik aan het cre-eren", zegt de ontwerper. "Dat is de kern van dit vak. Momenteel zijn we bezig met de collectie voor de komende winter, dat is teamwork, en dat is prachtig. Ik vind het leuk om iets in gang te zetten, iets in elkaar te steken, weerom, te construeren." De laatste tijd is hij ook veel bezig met de inrichting van zijn huis in de Alpilles. "Ik woon in de Provence en ik werk in Parijs", zegt hij. "Vorig jaar heb ik vastgesteld hoe vredig en hoe licht het daar in de Provence is. Het was een openbaring. Een prachtige plek, alsof er al driehonderd jaar niets is veranderd. Geen reclames, geen grote winkels, alles is er nog zoals vroeger. Misschien wordt de wereld wel compleet gek, maar daar niet. Alles is zo mooi gebleven, in een nationaal park dat nog door André Malraux werd beschermd. Het is een Provençaals huis, maar binnen heb ik de muren helemaal opnieuw gekalkt, en ik heb er mijn meubels uit de jaren zestig gezet." Serge kan zijn kinderjaren niet loslaten, hij is verknocht aan de jaren zestig, het decor van zijn jeugd. In Brazilië verzamelt hij meubelen uit de gouden fifties en sixties, in Frankrijk concentreert hij zich op Franse meubels uit diezelfde periode. Consequent. Dat betekent niet dat hij in een museum leeft, strak en stijf. Hij voelt zich geen collectioneur, al is hij dat in de loop der jaren toch wat geworden. "Het is geen bewuste zoektocht. Hoewel ik nu toch ook keramiektafels van Roger Capron aan het verzamelen ben." En daarbij komen nog zijn vazen in Vallauriskeramiek, een betoverend samenspel van aarde, water en vuur. In de eetkamer, naast de grote salon, staat een cocktailbar uit de seventies die hij op de kop tikte in Milaan. "Voor de vrienden", zegt vrijgezel en niet-drinker Serge. Bezoekers worden verwend en kunnen intussen genieten van kunstwerken als de mooie foto van een hedendaagse geisha van Ethan Levitas, een doek van Paul Raguenes in dieppaarse tinten, of het kronkelige lijnenspel van de wandtapijten van Emiliano Di Cavalcanti, een Braziliaan zoals Serge. Van Brazilië brengt hij ook vaak keien mee, die hij her en der deponeert, op de bar, op het buffet, op de vintage tafel uit de seventies, alsof hij via die stenen verbonden wil blijven met zijn moederland. Aan de overkant, in zijn bureau, staan de tafels van Capron, die oorspronkelijk voor een visrestaurant waren bedoeld. Unieke stukken, die Serge combineert met een portret van Jackie Kennedy, een tweede werk van Robert Silvers. Vanop afstand zie je een oplichtend gelaat, maar als je dichterbij kijkt, ontdek je een mozaïek van miniatuurfoto's die het verhaal vertellen van de bijzondere vrouw die ook mevrouw Onassis was. Op de boekenplank staat een van zijn laatste aanwinsten, een werk van de Italiaanse kunstenares Dadamaino, "vrije vormen, zo eenvoudig en mooi als een vlinder." Ernaast twee enorme boeken over de grote Braziliaanse architect Oscar Niemeyer. Serge groeide immers op in Porto Alegre ; Niemeyers creaties, Brasilia in wording, de toekomstgerichte betonconstructies, het geloof in de vooruitgang maakten deel uit van zijn leefwereld. Helaas overleed Niemeyer kort voordat Serge hem zou ontmoeten. Hetzelfde gebeurde met Audrey Hepburn. Jammer, maar zijn bewondering blijft even levendig. Er liggen ook stapeltjes Egoïste en Façade, twee trendy magazines uit de jaren tachtig. "Ik heb ook een uitgave van Le Palace, gemaakt door het kunstenaarsduo Pierre en Gilles, en er staat ook een foto in van mij, toen ik nog jong en knap was !" Verder een boek over uniformen van stewardessen, andere werken, onder meer over Christian Dior, Carine Roitfeld, Rare bird of fashion... Tegen de muur een tapijt van Mathieu Mategot. "Voor mij stralen al die dingen geluk en vreugde uit." Serge is vandaag ook erg in zijn nopjes omdat hij per post twee catalogi ontving van een bevriende galerist die veilingen organiseert, vooral van Scandinavisch design. Hij doorbladert de catalogi en is erg enthousiast. Hij zal de foto's van de vazen en flessen ophangen in zijn atelier, want dat werkt inspirerend. Zo zocht hij voor de herfst-wintercollectie 2013 inspiratie bij Salvador Dali en het surrealisme. Er werd gewerkt met verrassende accessoires, ogen, monden... maar steeds vertaald naar de elegante 'Madison Avenue-vrouw' die hij voor ogen heeft. Zelf draagt de ontwerper een soort 'uniform' : jeans, wit overhemd, zwarte trui en aangepast jasje, vaak marineblauw. Zijn dressing mogen we niet zien, dat vindt hij te intiem, maar zijn garderobekast wel. Er hangt een collectie (niet gedragen) leren jassen, waaronder creaties van Ann Demeulemeester en Martin Margiela. Verder overjassen voor koud of regenachtig weer, een "magnifieke" Prada, een Neil Barrett, een Lanvin, met een vleugje Pomegranate van Jo Malone, zijn parfum. "Ik zou die geur wel vijf keer per dag kunnen aanbrengen", zegt hij. Cajfinger blijft een en al enthousiasme. Wellicht is dat de reden dat hij het nooit moe wordt om te ontwerpen, bezig te zijn met zijn interieur, lange wandelingen te doen in de Alpilles, kunstbeurzen te bezoeken en vooral... te dromen. "Ik droom ervan een groot huis te bouwen. Zeer modern." Het ultieme huis ? Waar zou hij dat bouwen ? Dat weet hij nog niet. Dat vindt hij ook niet zo belangrijk. "Het gaat erom te blijven dromen."DOOR ANNE-FRANÇOISE MOYSON & FOTO'S RAPHAËL LUGASSYAlles is hier gebaseerd op contrasten, op kleine dingen met een twist. Een spel van subtiliteiten De muren kregen de kleuren van Parijs, een wat vuil, grijsachtig beige, dat verandert met het daglicht