Net als de mode kennen ook de psychologie en de psychiatrie hun hypes. Problemen waar je in eerste instantie nog niet of nauwelijks van had gehoord worden opeens trending. Eind vorige eeuw leken de klassen plots vol te zitten met ADHD'ertjes. Ook autisme begon aan een onverhoedse opmars. Persoonlijkheidskenmerken als introversie en extraversie zijn populaire manieren geworden om iemand te omschrijven. En een fenomeen als burn-out is tegenwoordig in geen enkel bedrijf nog onbesproken.
...

Net als de mode kennen ook de psychologie en de psychiatrie hun hypes. Problemen waar je in eerste instantie nog niet of nauwelijks van had gehoord worden opeens trending. Eind vorige eeuw leken de klassen plots vol te zitten met ADHD'ertjes. Ook autisme begon aan een onverhoedse opmars. Persoonlijkheidskenmerken als introversie en extraversie zijn populaire manieren geworden om iemand te omschrijven. En een fenomeen als burn-out is tegenwoordig in geen enkel bedrijf nog onbesproken. Ik stel die persoonlijkheidskenmerken niet ter discussie, en het lijdt ook geen twijfel dat er wel degelijk mensen aan deze aandoeningen lijden. Maar: het lijkt telkens plots om héél veel mensen te gaan. Daar is een evidente wetenschappelijke verklaring voor: het wetenschappelijk handboek voor psychiaters (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) breidt steeds maar uit. In vergelijking met de eerste uitgave telt de huidige vijfde editie driemaal zoveel diagnoses. En meer diagnoses betekent dat meer mensen 'iets' kunnen hebben. Ook de criteria voor het stellen van een diagnose worden steeds algemener. Iemand zal veel sneller het label autismespectrumstoornis toebedeeld krijgen omdat hij bijvoorbeeld repetitief gedrag vertoont, of moeilijkheden ondervindt bij het leggen van sociale contacten. Een Amerikaans onderzoek toonde aan dat 75% van de huidige patiënten vóór 1990 niet als autist gediagnosticeerd zou worden. Dat er met zo ongeveer iedereen wel iets mis lijkt te zijn, heeft ook een maatschappelijke verklaring. Dokter Remo Largo wees daar twee weken geleden in een interview in dit blad al op. "We willen graag 'normaal' zijn en vinden het fijn als de mensen rondom ons dat ook zijn. Maar dat valt moeilijk te rijmen met het feit dat we allemaal uniek zijn. In een massamaatschappij leven, maakt het moeilijk om met die uniciteit om te gaan." Wie het gevoel heeft anders te zijn, wil dat kunnen begrijpen en benoemen. Daardoor zijn we van al die verschillende labels gaan houden. Ze zijn een deel van onze identiteit geworden. Zo is ook hoogsensitiviteit een populair etiket geworden. Hoewel het een persoonlijkheidskenmerk is en geen aandoening, wordt het toch vaak als een storende eigenschap ervaren. Hoogsensitieve personen hebben veel meer kans op overprikkeling. Dat de aandacht hiervoor toeneemt op een moment dat de digitalisering van de samenleving in een stroomversnelling is gekomen, is natuurlijk geen toeval. Zowel professor Elke Van Hoof als journaliste Fleur van Groningen, beiden auteur van een vlot verkopend boek over het onderwerp, gaan hierover in discussie op pagina 20. Beiden zijn het er roerend over eens dat er ook veel goede kanten zijn aan hoogsensitief zijn. Maar over hoe we met de minder prettige eigenschappen moeten omgaan, verschillen de meningen. Die verrekte uniciteit van de mens toch. ruth.goossens@knack.be RUTH GOOSSENSWie het gevoel heeft anders te zijn, wil dat kunnen begrijpen en benoemen. Labels zijn een deel van onze identiteit geworden