Opeens vallen ze dan toch binnen, subtiel als de Wehrmacht tijdens de blitzkrieg : de verhuizers. Dat is een beroepsgroep waarvoor ik mij schrap moet zetten. Je hebt jobs - piloot of chirurg bijvoorbeeld - die gezag ontlenen aan de mensenlevens die op het spel staan. Andere beroepen, vastgoedmakelaar of croupier in het casino, krijgen een zweem van belangrijkheid omdat er grof geld in omgaat - ook al zijn croupiers veredelde tuinmannen, met dat gedoe met dat harkje, en hebben makelaars zelden gevoel voor humor. Verhuizers daarentegen, dat is zoiets als dokwerkers. Zij dwingen respect af met hun brede rug en spierkracht.
...

Opeens vallen ze dan toch binnen, subtiel als de Wehrmacht tijdens de blitzkrieg : de verhuizers. Dat is een beroepsgroep waarvoor ik mij schrap moet zetten. Je hebt jobs - piloot of chirurg bijvoorbeeld - die gezag ontlenen aan de mensenlevens die op het spel staan. Andere beroepen, vastgoedmakelaar of croupier in het casino, krijgen een zweem van belangrijkheid omdat er grof geld in omgaat - ook al zijn croupiers veredelde tuinmannen, met dat gedoe met dat harkje, en hebben makelaars zelden gevoel voor humor. Verhuizers daarentegen, dat is zoiets als dokwerkers. Zij dwingen respect af met hun brede rug en spierkracht. De verhuizer is zich bewust van die uitstraling. Hij neemt je op van top tot teen vanonder zijn hoody, en klasseert je vervolgens als halfzacht bureaumannetje. "Slauerhoff", zegt de verhuizer met gespeelde verwondering, terwijl hij het stof blaast van een van mijn veel te talrijke boeken. Uit zijn mond klinkt die naam als een lol, zoals ze een mop hier te lande noemen. "Wat doet gij voor werk misschien ?", vraagt hij nonchalant, een sigaret in de mondhoek waar een askegel afvalt. "Journalist", beken ik, als een die op heterdaad betrapt is. Stilte. Een ogenblik van existentiële twijfel. De vraag of je levensvervulling genade zal vinden in de ogen van deze kloeke kerels. "Dus gij schrijft vooral leugens ?", vat zijn collega mijn bestaan in vijf woorden samen. Het verdict is geveld, de verhuizers lachen. Ik voel mij uitgeprocedeerd ; hier is geen beroep meer mogelijk. Kom dan maar aanzetten met waakhond van de democratie en zo van die gezwollenheden. "Journalist voor wat ?", wil de man niettemin nog weten, terwijl hij in zijn dooie eentje een koelkast van de grond heft. "Voor Knack Weekend", probeer ik. Weer die stilte, alsof er nog gratie verleend kan worden. "Knack-wür-sten ?", schalt er dan een, tot hilariteit van de anderen. Mijn humor zal wel nooit met die van deze potige heren samenvallen. Desondanks lijkt het me fijn om verhuizer te zijn en op grove schoenen door het leven te stappen. Andermans stof en huidschilfers verkassen, af en toe bulderend van het lachen. Na het werk telkens een andere deur achter je dichttrekken. 's Avonds bier en voetbal, zoals ik mij dat voorstel. Spelen op de Lotto. Nooit geplaagd worden door de drang wijsheid in een boek te zoeken. Uren later zijn al mijn spullen op de camion geladen. Het voelt kwetsbaar achter een vrachtwagen te rijden waarop je hele hebben en houden gestouwd is. "Mijnheer de journalist", roept een van de verhuizers terwijl hij in het nieuwe huis van de trap komt. "Uw werkbank is klaar !" "Mijn werkbank ?", vraag ik achterdochtig. Ik kan mij niet herinneren over dergelijk alaam te beschikken. "Uw bed", zegt hij met een knipoog. "We hebben het in elkaar gezet en dat rijzweepje uit de kast onder het hoofdkussen gelegd." De stilte als de verhuizers weg zijn, is van het soort dat beklemmend genoemd wordt. Ik tuur in de tuin en zie de takken van de treurwilg heen en weer wiegen. Ik denk aan de treurbeuk, de treurberk, de treurhoningboom en nog enkele andere welluidende varianten van houtachtige gewassen. Ik vraag mij af welke vogel in het nestkastje achter in mijn stadstuin zal postvatten. Ik zie het hier wel zitten. Ik hou van de plankenvloeren en de strakke witheid. Het mooist echter vind ik de koele kelder, met zijn gewelf uit 1790 of zoiets. Ik laat mijn hand over de stenen glijden, en bedenk dat die hier al op elkaar waren gemetseld ten tijde van de blitzkrieg. Ten tijde van Waterloo, Wounded Knee en Woodstock. Ten tijde van mijn betoudovergrootvader Johannes Franciscus Mulders, kleermaker in de abdij van Averbode. Nog net niet ten tijde van de dinosauriërs. Van zoveel onverzettelijkheid gaat kracht uit, en kalmte. Als de wereld mij beklemt, zal ik de keldertrap afdalen om aan die muur houvast te voelen. jean.paul.mulders@knack.be JEAN-PAUL MULDERS"Mijnheer de journalist", roept een van de verhuizers terwijl hij in het nieuwe huis van de trap komt. "Uw werkbank is klaar!"