Door de winterse knolgroente om te vormen in krokante rösti krijgt ze iets frivools. Je kunt dit recept ook uitproberen met rode biet, pastinaak of wortelpeterselie.
...

Door de winterse knolgroente om te vormen in krokante rösti krijgt ze iets frivools. Je kunt dit recept ook uitproberen met rode biet, pastinaak of wortelpeterselie. Voor 10 röstikoekjes 1 kleine knolselder, geschild en grof geraspt 2 sjalotten, gesnipperd 1 teentje look, geplet en fijngehakt oe bussel peterselie of kervel, fijngehakt 75 g pecorino of parmezaan, geraspt 2 eieren 3 el bloem zeste van 1 citroen (onbespoten) zeezout en zwarte peper een mespunt chili een mespunt gerookt paprikapoeder olie om in te bakken Bekleed een vergiet met een kaasdoek of propere, dunne handdoek en stort hierin de geraspte knolselder. Knijp zoveel mogelijk vocht uit de knolselder door de groente in de doek uit te wringen. Meng de droge knolselderrasp met de sjalotten, look, groene kruiden en kaas. Klop de eieren los in een kommetje en meng dit ook onder het groentemengsel. Voeg de bloem en de kruiden toe en meng goed met je handen. Blijkt het mengsel nog te nat, voeg dan nog een beetje bloem toe. Laat de olie warm worden in een pan en vorm met je handen koekjes van het knolseldermengsel. Bak de koekjes in enkele minuten krokant op een middelhoog vuur. Draai om en bak de andere kant. Haal de rösti uit de pan en laat ze uitlekken op een groot bord bekleed met keukenpapier. Serveer met een frisse salade en wat zure room.