Parijs, een donkergrijze maandagmiddag, ternauwernood 48 uur na de terroristische rampspoed van 13 november 2015. Vlak bij Gare de l'Est, in rue de la Fidelité, staat het voormalige Hôtel de Londres et du Brésil nog half in de steigers. De werken aan een nieuw etablissement op hetzelfde adres hebben vertraging opgelopen. In feite zou Hôtel Grand Amour die ochtend de deuren openen. De receptie is nog een puinhoop en in sommige kamers moet de verwarming nog worden geïnstalleerd.
...

Parijs, een donkergrijze maandagmiddag, ternauwernood 48 uur na de terroristische rampspoed van 13 november 2015. Vlak bij Gare de l'Est, in rue de la Fidelité, staat het voormalige Hôtel de Londres et du Brésil nog half in de steigers. De werken aan een nieuw etablissement op hetzelfde adres hebben vertraging opgelopen. In feite zou Hôtel Grand Amour die ochtend de deuren openen. De receptie is nog een puinhoop en in sommige kamers moet de verwarming nog worden geïnstalleerd. Het zijn niet meer dan details, sust de hoteldirecteur, terwijl kloeke klusjesmannen een tweepersoonsmatras in een piepkleine lift trachten te krijgen. De eerste gasten worden uiteindelijk over een week verwacht. "Na wat er vrijdag is gebeurd," zegt ze, "houden we ons hart vast." Een seizoen later verkeert Parijs nog altijd in noodtoestand. Sixtiesidool Michel Polnareff (72) heeft verscheidene concerten afgezegd in de grootste zaal van Parijs, de AccorHotels Arena in Bercy, hoewel dat volgens de pers meer heeft te maken met zijn tanende populariteit dan met angst voor eventuele aanslagen. Alles welbeschouwd lijkt er weinig veranderd. Voor taartjeszaak Angelina's in rue de Rivoli staat een eindeloze rij toeristen. De Champs-Elysées zien zwart van het volk. De metrostellen zitten barstensvol. De hotels hebben het nog altijd moeilijk, al lijkt het einde van een wel heel donkere tunnel stilaan in zicht. De Parijse hotelsector verloor, volgens research van toerisme-expert MKG, al zo'n 146 miljoen euro aan inkomsten sinds de aanslagen. In het laatste kwartaal van 2015 werden in Parijs 9,8 procent minder hotelovernachtingen geboekt door buitenlandse toeristen. Vooral Russen, Japanners, Italianen en Nederlanders lieten het afweten. De burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, reisde zopas naar Tokio voor een operatie charme. Hôtel Grand Amour, uitgebaat door clubimpresario André Saraiva (Le Baron) en Thierry Costes van de gelijknamige hoteldynastie, heeft zijn start alvast niet gemist. Het restaurant zit elke avond vol met bobo's en modevolk ; het is de nieuwe hotspot in een hoekje van het tiende arrondissement dat zich in snel tempo regenereert. Twaalf jaar geleden haalde het Hôtel de Londres et du Brésil nog de krantenkoppen toen de voormalige eigenaars kamers bleken te verhuren aan minderjarige Roemeense prostituees. Tegenwoordig komen de verslaggevers van Vogue en The New York Times er jetsetfeestjes verslaan. Dieper in het hart van Parijs, aan de place Vendôme, gaat sinds augustus 2012 nog een oud hotel schuil achter stellingen : het legendarische Ritz zou oorspronkelijk deze maand heropenen, na een bijzonder intensieve opknapbeurt. Tot op 19 januari in de vroege ochtend brand uitbrak op de hoogste verdieping van het gebouw. De brand was spectaculair en de materiële schade groot. Er waren zestig brandweermannen nodig om het vuur onder controle te krijgen. Maar gelukkig vielen er geen gewonden. Hôtel Ritz opende in 1898, bijna veertig jaar na het eerste palace van Parijs, het Grand Hôtel du Louvre in rue de Rivoli. Het hotel was de grote droom van César Ritz, telg uit een Zwitserse boerenfamilie. Voor hij zich in Parijs vestigde, had hij hotels geleid in Luzern (Hotel National), Londen (achtereenvolgens The Savoy en The Ritz) en Monaco (Grand Hôtel). Ritz, een man met visie, wou een resoluut modern hotel, helder en hygiënisch, met een badkamer voor elke slaapkamer (ongezien in die tijd). Maar zijn architect, de traditionele Charles Mewes, had veeleer een hommage aan Versailles in gedachten. Het resultaat lag ergens tussenin : een statig, klassiek gebouw met alle modern comfort. In 1910 werd een belendend pand gehuurd en heringericht, en later werd het hotel doorgetrokken tot aan rue Cambon. Tussen de twee wereldoorlogen kwamen Indiase maharadja's curry eten in Hôtel Ritz terwijl ze in de juwelierszaken van place Vendôme hun edelstenen lieten bewerken. Poor little rich girl Barbara Hutton, erfgename van het Woolworth-winkelimperium, huurde een suite voor het hele jaar, en ook Coco Chanel had haar eigen vertrekken (de ontwerpster woonde er dertig jaar, tot haar dood in 1971). Cole Porter gaf diners in restaurant L'Espadon. Ernest Hemingway logeerde zo vaak in het Ritz dat de hotelbar naar hem werd genoemd (de Hemingway Bar inspireerde op zijn beurt de bar van Hôtel Grand Amour). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het hotel gerecupereerd door de nazi's. En hun minnaressen, onder wie Chanel en actrice Arletty. Na de bevrijding viel het Ritz langzaam uit de gratie van voorname gasten. Jongere reizigers, in het bijzonder, verkozen Plaza Athénée of George V, ondanks de verwoede pogingen van Charles Ritz om het verouderde hotel van zijn vader opgekalefaterd te krijgen. Hij overleed in 1976. Drie jaar later werd het hotel overgenomen door Mohamed al-Fayed, voor dertig miljoen dollar. Al-Fayed, die ook eigenaar was van Harrods, ondernam grootscheepse renovatiewerken. In de kelders bouwde hij onder meer een zwembad en een discotheek (ik herinner me een feestje van Gianni Versace, circa 1994, met onder anderen Prince, Sylvester Stallone, Naomi Campbell, Cindy Crawford en een handvol vertegenwoordigers van de Belgische pers). In augustus 1997 namen prinses Diana en haar minnaar Dodi al-Fayed hun laatste avondmaal in de suite impériale van het Ritz, even voor hun fatale dood in een tunnel aan de pont de l'Alma. In de nineties was het Ritz het voornaamste luxehotel van Parijs. Incontournable, zeker voor gegoede Amerikanen (Anna Wintour van Vogue bleef het hotel altijd trouw). Een zogeheten palace, maar tegelijk ook niet : het hotel kreeg nooit het officiële, zeer gegeerde palace-label (in tegenstelling tot Le Bristol, George V, Mandarin Oriental, Meurice, Plaza Athénée, Park Hyatt Vendome, Royal Moncau en Shangri-la). Het voorbije decennium kreeg Hôtel Ritz voor het eerst in de geschiedenis internationale concurrentie. De Aziatische luxemastodonten - Mandarin Oriental, Peninsula en Shangri-La - openden één na één opulente Parijse dépendances. De gevestigde waarden zetten zich schrap, en deden de nodige investeringen om hun nieuwe rivalen bij te benen. Na de heropening van het Ritz in juni (met onder meer een spa van Chanel, en volledig heringerichte kamers en suites), is het nog wachten op de comeback van het bijna even legendarische Hôtel de Crillon aan Place de la Concorde, dicht voor werken sinds 2013. Terwijl de luxehotels met elkaar in de strijd gaan om klanten uit China, het Midden-Oosten en Texas, heeft Parijs er de voorbije jaren en maanden ook een hele rist boetiekhotels bij gekregen. De pionier is Hôtel Costes, om de hoek van het Ritz, dat vorig jaar zijn twintigste verjaardag vierde. De familie Costes, die een heel netwerk brasseries opereert in Parijs, kocht onlangs het aanpalende, veel grotere Hôtel Le Lotti, dat van 1910 dateert (Albert en Paola hebben er nog gelogeerd, net als Kirk Douglas, Paul Newman, Winston Churchill en Hergé). De twee worden op dit moment samengevoegd. De barokke interieurs van Hôtel Costes, gedecoreerd door Jacques Garcia, hebben een hele generatie hoteliers beïnvloed, en die invloed reikt tot de recentste golf van veelal kleine, funky boetiekhotels, die in alle uithoeken van Parijs zero-sterren- luizennesten vervangen. En zo belanden we terug in Hôtel Grand Amour. Met zijn 44 kamers is dat de grote broer van het veel kleinere Hôtel Amour in South Pigalle, de vroegere rosse buurt aan de voet van Montmartre, waar intussen een heel pak voormalige rendez-voushotels en stripteaseclubs getransformeerd is tot trendy bars en restaurants. Grand Amour scoort vooral punten op het gebied van comfort en attitude. De kamers zijn klein en er is geen televisie, maar de matrassen zijn vijfsterrenkwaliteit. De badkamerproducten worden geleverd door Hermès, en de sleutelhangers door Moynat. Er hangt werk van Keith Haring, Pierre Molinier en Helmut Newton aan de muren. Het marmer in de badkamers is gerecycleerd van het vroegere dakterras van grootwarenhuis Galeries Lafayette, en het tapijt in de gangen (let op het frivole penismotief) ligt ook bij Castel in Saint-Germain-des-Prés, de legendarische privéclub uit de sixties, die sinds kort eveneens in handen is van Costes en Saraiva. De beide Amours zijn typisch voor de jongste generatie Parijse boetiekhotels : sjofel en chic, op de grens van barok en underground. Soms lijkt het of er elke week een adres bijkomt, van Hôtel Bachaumont, in een voormalige kliniek, tot Les Bains, ex-badhuis en ex-discotheek. De hotels mikken op toeristen, maar ook op Parisiens, met fijne restaurants en bars. De hotels zijn doorgaans ook redelijk geprijsd. Bij Hôtel Henriette, in de ondergewaardeerde, doch perfect gelegen wijk Les Gobelins, kost de goedkoopste tweepersoonskamer hooguit 89 euro. Hôtel Grand Amour rekent vanaf 110 euro voor de kleinste kamers. De website van Ritz afficheert prijzen vanaf 1300 euro. De zachte tarieven zijn vanzelfsprekend goed nieuws voor de veeleisende reiziger met bescheiden budget. Die had tot voor kort de keuze tussen Philippe Starcks Mama Shelter, Airbnb of een lange reeks karakterloze hotels met veel beige. Wat stijl betreft en, tot op zekere hoogte, service - Paris will always be Paris - is de kloof met New York, Londen, Hongkong of Bangkok min of meer gedicht, en dat werd tijd. De toeristen mogen nù terugkeren. Hôtel Grand Amour, 18 rue de la Fidélité, 10de arrondissement, www.hotelamourparis.fr Ritz Paris, 15 Place Vendôme, 1ste arrondissement (van 1 juni), www.ritzparis.com Door Jesse BrounsErnest Hemingway logeerde zo vaak in het Ritz dat de hotelbar naar hem werd genoemd