Hij is laat gaan slapen, maar zijn gezicht vertoont geen spoor van vermoeidheid. Gisteravond was hij op de première van Bloed & Rozen - Het lied van Jeanne en Gilles, een toneelstuk over Gilles de Rais en Jeanne d'Arc. Regie Guy Cassiers, tekst Tom Lanoye, kostuums Tim Van Steenbergen. De regisseur en de modeontwerper vormen al jaren een gesmeerd team, gebaseerd op intensiteit en perfectionisme. Sinds 2003 werkten ze al acht keer samen, onder meer voor De ring van Wagner, in de Scala van Milaan. Twee opera's hebben ze achter de rug, nu Siegfried en Götterdämmerung nog. Van Steenbergen zal het er in 2012 nog druk mee hebben, daarna kan hij zich misschien concentreren op een eigen winkel. Maar alles op zijn tijd. Hij is niet gehaast, heeft geen last van een groot ego, houdt niet van opgefokte praatjes. Hij wil graag met zijn handen werken, patronen maken, knippen, draperen, vormgeven, denken, voor en tegen afwegen. En altijd positief blijven, een wijze keuze.
...

Hij is laat gaan slapen, maar zijn gezicht vertoont geen spoor van vermoeidheid. Gisteravond was hij op de première van Bloed & Rozen - Het lied van Jeanne en Gilles, een toneelstuk over Gilles de Rais en Jeanne d'Arc. Regie Guy Cassiers, tekst Tom Lanoye, kostuums Tim Van Steenbergen. De regisseur en de modeontwerper vormen al jaren een gesmeerd team, gebaseerd op intensiteit en perfectionisme. Sinds 2003 werkten ze al acht keer samen, onder meer voor De ring van Wagner, in de Scala van Milaan. Twee opera's hebben ze achter de rug, nu Siegfried en Götterdämmerung nog. Van Steenbergen zal het er in 2012 nog druk mee hebben, daarna kan hij zich misschien concentreren op een eigen winkel. Maar alles op zijn tijd. Hij is niet gehaast, heeft geen last van een groot ego, houdt niet van opgefokte praatjes. Hij wil graag met zijn handen werken, patronen maken, knippen, draperen, vormgeven, denken, voor en tegen afwegen. En altijd positief blijven, een wijze keuze. De Schelde, de kaaien, de oude hangars en het nieuwe Museum aan de Stroom. Hier vlakbij woont Tim Van Steenbergen in een oude zeepziederij, die na een lange periode van leegstand werd omgevormd tot een loft. Gelukkig waren er geen zware werken nodig. Er moeten witte stores komen, en de muur van de inkomhal is zwart geschilderd, zoals in zijn vorig huis. Zo komt het bevreemdende werk van Marilou Van Lierop optimaal tot zijn recht. Tim was er meteen weg van toen hij het zag hangen in galerie Kusseneers. Hij vond het "hallucinant" : een groep genummerde mensen, een gedemonteerd zwembad op zee, een sfeer die doet denken aan het zinkende vlot van de Medusa. Het was een cadeau voor Brecht, zijn levenspartner, voor zijn veertigste verjaardag. Hij wijst er zelf op dat het toch bizar is : als hij een kunstwerk koopt, is het meestal in zwart-wit of monochroom... Even tekenend is het werk van Eddy De Vos, aan de overkant in de living, boven een Güntherbuffetpiano die ooit nog dienst heeft gedaan op een cruiseschip. De Vos bewerkt wel vaker foto's van allerlei gebeurtenissen. Ook nu weer in zwart en wit. Het lijkt op een grof gepixelde foto, maar het is een schilderij op basis van een foto van Maria Callas en Marilyn Monroe, die elkaar maar één keer ontmoet hebben, met in het midden hun vaste kapper. De zwarte muur is ook de perfecte achtergrond voor een tafeltje waarop een schedel ligt. Het is een souvenir uit de tijd dat Tim eindeloos veel potloodtekeningen maakte, want dat hoorde bij zijn opleiding (1995-2000) aan de modeafdeling van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten, waar hij trouwens cum laude afstudeerde. De schedel is getooid met een transparant masker, een wat apart accessoire dat hij gebruikte tijdens een Parijs defilé herfst / winter 03-04 wellicht. Eronder staat een doos met een collectie stenen, 'voor de inspirerende kleuren'. Geen grote gebaren bij Tim Van Steenbergen. Alles is juist, mooi, afgemeten. Behoorlijk wat art deco, zoals de buffetkast in multiplex uit de jaren twintig, afkomstig uit de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebroeders De Coene (1888-1977), een van de topateliers voor toegepaste kunst. Ook de tafel en de stoelen zijn van De Coene. En die oude bioscoopstoelen tegen de muur ? Die komen waarschijnlijk van de Rubens, of kwamen ze van die cinema op de De Keyserlei ? Rechts staat er een doek met een portret van Ludwig van Beethoven. Het heeft hem jarenlang beangstigd, zegt hij, toen het op de tussenverdieping bij zijn grootouders in Beerse hing. Hij liep er toen vaak langs. Het werk dateert uit de jaren vijftig en is gesigneerd Jan Huet. Nauwelijks snuisterijen hier. Geen schetsboeken ook, geen patronen, laat staan een jas, een schoen, een jurk. "Ik wil alles gescheiden houden", zegt hij. "Ik breng zelden of nooit werk mee naar hier." Er is alleen zijn kleine zwarte notitieboekje waarin hij soms aantekeningen of schetsen maakt, altijd met potlood, soms wat bijgekleurd. Een onmisbaar kleinood. In de trein van Antwerpen naar Brussel (op weg naar Luc Duchêne), of in het vliegtuig (naar de Scala van Milaan of naar de Staatsoper Unter den Linden in Berlijn), zet hij zo zijn ideeën op papier, waarna meestal alles meteen kan worden ingescand in het atelier. Een efficiënte manier van werken. Alles loopt door elkaar, want zijn kostuums voor opera- of dansproducties zijn geïnspireerd op zijn heren- en damescollecties, zijn brillen voor Theo, zijn schoenen voor Ambiorix, zijn lamp voor Delta Light. Alles beïnvloedt alles. We bladeren even in het boekje, en stuiten op een ontwerp voor een lamp die eind oktober op de markt zal komen, op basis van een idee van de firma Delta Light. "Ik wilde een spel met licht en schaduw, zoals in het theater." Bemerken we invloeden uit de jaren vijftig ? "De jaren vijftig zijn bij mij nooit ver weg." De collectie herfst / winter 2011-2012 verwijst naar Anselm Kiefer, een kunstenaar die hij eerst op papier ontdekte, in een kunstboek dat hij cadeau kreeg van Guy Cassiers. "Zo boordevol emotie", zegt hij. In zijn ontwerpen gaat het dan ook om "de materie, die grove, uiterst gestructureerde materialen", maar ook om "meer pure, robuustere volumes". Hij vermeldt boucléwol, antracietgrijs en "wit als kleur van de hoop bij Kiefer". Maar er zijn ook enkele bedrukte stoffen, "vlinders", een verwijzing naar het kleine vlindermuseum dat hij uitbouwde in een hoek van zijn salon. Iets verder een werpspies, Afrikaanse maskers, een foto van Mata Hari ("de mooiste borsten die ik ooit gezien heb", zegt Brecht) en een ets van Félicien Rops, "een cadeau van Sonja Noël" (de voorzitter van Modo Brussels en eigenares van de winkels Stijl en Haleluja). Op de plankenvloer van wengé twee ingelijste affiches van 'zijn' eerste twee opera's, op vergeeld papier, met in rode letters Das Rheingold en Die Walküre. De kat, die luistert naar de naam Kevin (ook al is het een zij, volgens de dierenarts), keurt ons geen blik waardig. Ze wordt ook wel Nouchki genoemd, is van Noorse origine en heeft de "komieke" eigenschap dat ze gromt als een hond wanneer ze kwaad is. De keuken, die uitgeeft op een voorlopig nog onafgewerkt terras, is op eigenzinnige wijze functioneel gemaakt met behulp van een tafel met een ongegeneerd scheve poot. Ze heeft duidelijk al veel meegemaakt en volgens Brecht heeft zijn grootmoeder er zelfs flink wat konijnen op koud gemaakt. Eromheen staan krukjes van Spullenhulp, die Tim vond toen hij eigenlijk op zoek was naar elementen voor een kast die als kerstdecor moest dienen voor een etalage van Stijl in de Dansaertstraat in Brussel. Maar dat was vorig jaar, want nu staat ze bij Haleluja, de ecologische modewinkel op het einde van dezelfde straat. Tim houdt vast aan de wet van Lavoisier, de wet van behoud van massa. Er gaat niets verloren, er wordt niets nieuws gecreëerd, alles wordt getransformeerd.DOOR ANNE-FRANÇOISE MOYSON