Het eten van een ijsje in de kinderjaren wordt door de meeste mensen geassocieerd met gevoelens van vreugde en geluk. Dat het roomijs erg populair gebleven is, komt onder meer omdat die geluksgevoelens zo gemakkelijk opnieuw opgeroepen kunnen worden door het consumeren ervan, schrijft Pim Reinders in zijn vuistdikke Een Coupe Speciaal - De wereldgeschiedenis van het consumptie-ijs. Maar ook de bel van de ijskar, het deuntje van de auto, de roep van de witte man op het strand maken onverbrekelijk deel uit van die koele en magische wereld die nauwelijks in woorden te vatten is. Het moeten ontberen van het ijsje is al lang een vorm van diep kinderleed. In zijn grote autobiografische werk Dichtung und Wahrheit (1830) betreurt de oude Goethe een voorval uit zijn jeugd: "Op een dag deed onze moeder ons vreselijk verdriet toen ze het ijs weggooide dat men ons aan tafel liet brengen, omdat het haar onmogelijk toescheen dat een maag ijs, ook al zat er nog zoveel suiker in, echt kon verdragen."
...