Zelfs ervaren fotoliefhebbers zijn nauwelijks bekend met het werk van de vorig jaar overleden Chileense fotograaf Sergio Larrain. Nochtans was de man lid van het prestigieuze agentschap Magnum, en wijdt de Fondation Henri Cartier-Bresson in Parijs dit najaar een retrospectieve aan hem. Zijn relatieve onbekendheid heeft te maken met het feit dat hij maar zo'n vijftien jaar als fotograaf actief was, van 1953 tot '67. Larrain trok zich nog voor zijn veertigste uit de wereld terug om een meer spirituele weg te volgen. "Een goede foto komt voort uit een staat van gratie", verwoordde hij later ...

Zelfs ervaren fotoliefhebbers zijn nauwelijks bekend met het werk van de vorig jaar overleden Chileense fotograaf Sergio Larrain. Nochtans was de man lid van het prestigieuze agentschap Magnum, en wijdt de Fondation Henri Cartier-Bresson in Parijs dit najaar een retrospectieve aan hem. Zijn relatieve onbekendheid heeft te maken met het feit dat hij maar zo'n vijftien jaar als fotograaf actief was, van 1953 tot '67. Larrain trok zich nog voor zijn veertigste uit de wereld terug om een meer spirituele weg te volgen. "Een goede foto komt voort uit een staat van gratie", verwoordde hij later zijn visie op fotografie. "En die dient zich pas aan als men zich van de conventies heeft ontdaan." Larrain kwam uit het gecultiveerde milieu van de haute bourgeoisie, met een vader die architect was en een indrukwekkende bi-bliotheek bezat. Op zijn achttiende ging hij in de Verenigde Staten studeren, ontdekte daar de fotografie, en ging als afwasser werken om zijn Leica te kunnen betalen. Bij zijn terugkeer naar Chili sloot hij zich aan bij een vereniging die zich ontfermde over straatkinderen. Larrain ging zoals zij leven, en bracht hun bestaan in beeld. Hij stuurde enkele afdrukken naar de beroemde Edward Steichen, toen conservator van de fotoafdeling van het Museum van Moderne Kunst in New York, die ze prompt aankocht. Via Magnumfotograaf René Burri ontmoette hij in Parijs Henri Cartier-Bresson. De gevierde fotograaf en medeoprichter van het agentschap was zo onder de indruk dat hij Larrain op staande voet verzocht om Magnum te vervoegen. De Chileen hapte toe, ging in Parijs wonen, versloeg het huwelijk van de sjah, de Algerijnse oorlog, en maakte foto's over de maffia in Italië. Maar uiteindelijk wendde hij zich af van commerciële opdrachten voor magazines. Hij keerde terug naar Chili, ging er werken met Pablo Neruda, en gaf een eerste, zeer poëtisch boek uit, El rectangulo en la mano, inmiddels een nagenoeg onvindbaar meesterwerk waarvan hij zelf ook de lay-out verzorgde.Kort daarna trok hij zich terug in de heuvels, op een plek zonder communicatiemiddelen, waar hij mediteerde en yoga beoefende. Toch slaagde Agnès Sire, artistiek directeur van Magnum, erin om zijn isolement te doorbreken en een correspondentie met hem op te zetten. Daaruit ontstonden twee boeken, Valparaiso en London. De Fondation Henri Cartier-Bresson toont 128 zwart-witafdrukken uit de verzameling van Magnum, maar ook vitrines met documentatie en een album dat Larrain in 1995 realiseerde, met teksten, tekeningen en foto's. Een unieke gelegenheid om kennis te maken met het sterk sociaal beladen werk van een bescheiden grootmeester. Een blijvende herinnering aan hem vormt het pas verschenen boek Sergio Larrain, van de fotograaf zelf, Agnès Sire en Gonzalo Leiva Quijada (Editions Xavier Barral, 65 euro), een absolute must voor de liefhebber van sociaal bewogen zwart-witfotografie. Expo tot 22 december. Info : +33 1 56 80 27 00, www.henricartierbresson.org.PIERRE DARGE