Mijn moeder was huisvrouw, vader een garagist die niet met geld kon omgaan. We waren thuis met vier kinderen en best wel arm eigenlijk. Om bij te verdienen, hadden we een krantenronde : 720 huizen die in twee uur tijd afgewerkt moesten worden. We reden in een R4'tje met een deur uit en een koord om je aan vast te houden. "Da's training", zei mijn vader. We zouden daar kracht en uithoudingsvermogen van krijgen.
...

Mijn moeder was huisvrouw, vader een garagist die niet met geld kon omgaan. We waren thuis met vier kinderen en best wel arm eigenlijk. Om bij te verdienen, hadden we een krantenronde : 720 huizen die in twee uur tijd afgewerkt moesten worden. We reden in een R4'tje met een deur uit en een koord om je aan vast te houden. "Da's training", zei mijn vader. We zouden daar kracht en uithoudingsvermogen van krijgen. We mochten niet huilen als we pijn hadden en als vader thee wilde, moesten we onmiddellijk stoppen met televisiekijken - ook als het op dat moment juist spannend was. Zijn wil was wet. Het gezin was alles voor hem, maar wel op zijn manier, zoals hij het in Indonesië gezien had. Mocht je dat nu doen in België, dan was het kindermishandeling. De dood van mijn moeder is het ergste wat mij is overkomen. Ze stierf toen ik zeventien was, aan de gevolgen van een hersenbloeding. Opeens was ik moeder van mijn broer en twee zusjes. Daarom heb ik lang zelf geen kinderen gewild ; mijn zoontje Jett kreeg ik pas toen ik bijna veertig was. Op mijn achttiende ben ik begonnen met een dierenrechtenorganisatie. Ik werd vegetariër en later veganist. Door te koken voor hardcore- en punkbands ben ik 'erin gerold' als rockfotografe. Ik bleek daar oog voor te hebben. Vijf jaar lang heb ik de wereld rondgereisd om groepen als Foo Fighters, Bloodhound Gang, Slipknot, Rammstein en Marilyn Manson op de gevoelige plaat vast te leggen. Eagles of Death Metal ook, voor ze op slag wereldberoemd werden. Lemmy van Motörhead was keicool. Eerst keek hij mij zwijgend aan, met een boze blik van achter de slotmachine waaraan hij verslaafd was. Doodse stilte ; ik voelde mij niet op mijn gemak. Toen pakte hij zijn hoed en maakte een sierlijke buiging. Na de fotoshoot sloeg hij zijn arm om mijn middel en begon mij te kietelen. Ik kietelde terug, maar hij zei : I'm not ticklish, met die typische stem van hem. Voor mij ben je niet méér omdat je toevallig beroemd bent. Ik ben vriendelijk tegen iedereen. Voor die bands was ik nooit iemand van de pers, wel one of the guys. Je moet niet wachten tot er iets gebeurt, je moet het zélf doen. Dat is mijn levensmotto. Ik heb niet voor niets SELF MADE getatoeëerd op de knokkels van mijn handen. In het middelbaar volgde ik boekhouden en later, in avondschool, een opleiding tot restauranthouder. Maar het meeste heb ik mijzelf aangeleerd. Op een bepaald moment ben ik als uit de hand gelopen grap beginnen tatoeëren. Ik heb daar in het begin veel shit over gekregen van de tattoowereld. Ze zeiden : je bent een goede fotografe, maar laat het tatoeëren over aan de echte tatoeëerders. Ik dacht : time will tell en dat heb ik toen op mijn buik laten zetten. Als iedereen mij zo tegenwerkte, moest het wel zijn dat ze schrik voor mij hadden. De shop draait nu goed, dankzij mond-tot-mondreclame, en ik ben al mijn tweede meisje aan het opleiden. Al mijn tattoomateriaal is 100 % vegan. Elke tattoo op mijn lijf heeft zijn betekenis. Soms is het bijna therapeutisch. Op mijn schouder staat het beeld van mijn moeder. Al die rozen op mijn lijf verwijzen ook naar haar, want dat waren haar lievelingsbloemen. Mijn vader was ertegen dat ik mij liet tatoeëren, hij vond dat verpesting van mijn lichaam. In de loop der jaren begon hij dat wel cool te vinden, toen ik al eens op de cover van een buitenlands tijdschrift stond. Nu heeft hij zelf een tattoo van mij : een paradijsvogel van Nieuw-Guinea, en al meteen op zijn voorarm. Als getatoeëerde moeder voel je je soms bekeken. Je ziet mensen denken : ocharme dat kindje. Aan de kassa van de supermarkt trekken mannen soms een vettige knipoog naar mij terwijl ze daar met hun gezin staan. Je ziet ze denken : dat zal wel een hevige in bed zijn. Ik denk dan : néé, ik ben niet jouw seksfantasie. Eigenlijk ben ik heel huiselijk. Ik rook niet, ik drink niet, ik neem geen drugs. En als je geen fatsoenlijk gesprek kunt voeren, ben je bij mij ook aan het verkeerde adres. Cindy Frey (40) is moeder van Jett en partner van Steve. Ze werd geboren in Overpelt maar verhuisde 19 jaar geleden naar Kortrijk. Sindsdien gaf ze zes boeken uit met magnifieke foto's. Na de geboorte van haar zoon lanceerde ze ook een eigen kledinglijn met stoere spullen voor kinderen en baby's. TEKST JEAN-PAUL MULDERS & FOTO CINDY FREY"Je moet niet wachten tot er iets gebeurt, je moet het zélf doen"