Juan Manuel Chávez (19), roepnaam Bebi, speelt de prelude van de Cellosuite nr. 1 van Bach. Op een instrument vervaardigd uit onder andere een olievat, een vleesprikker en een apparaat om gnocchi te maken. Maar de klank resoneert er niet minder om en de toewijding van de jonge muzikant doet de rest. Het resultaat is een kippenvelmoment in de trailer voor Landfill Harmonic, een documentaire over een Paraguayaans jeugdorkest dat louter op gerecycleerde instrumenten speelt. De thuisbasis van Bebi en zijn muzikale vrienden is Cateura, een dorp dat op en van vuilnis leeft. Paraguay is een van de snelst groeiende landen van de Amerika's, maar bijna een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De gancheros (recycleerders) wonen in zogenaamde bañados, sloppen in de moerasgebieden tussen Asunción en de rivier Paraguay. "Van de staat hebben we niets te verwachten", zegt Gladys Aguilar, die vlakbij het stort woont. Vóór de verkiezingen zijn ze hier, met hun mooie beloftes die ze als snoepjes in onze mond stoppen. Snoepjes die bitter smaken als na de verkiezingen blijkt dat ze hun beloften niet nakomen en alleen maar om macht geven."
...

Juan Manuel Chávez (19), roepnaam Bebi, speelt de prelude van de Cellosuite nr. 1 van Bach. Op een instrument vervaardigd uit onder andere een olievat, een vleesprikker en een apparaat om gnocchi te maken. Maar de klank resoneert er niet minder om en de toewijding van de jonge muzikant doet de rest. Het resultaat is een kippenvelmoment in de trailer voor Landfill Harmonic, een documentaire over een Paraguayaans jeugdorkest dat louter op gerecycleerde instrumenten speelt. De thuisbasis van Bebi en zijn muzikale vrienden is Cateura, een dorp dat op en van vuilnis leeft. Paraguay is een van de snelst groeiende landen van de Amerika's, maar bijna een derde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De gancheros (recycleerders) wonen in zogenaamde bañados, sloppen in de moerasgebieden tussen Asunción en de rivier Paraguay. "Van de staat hebben we niets te verwachten", zegt Gladys Aguilar, die vlakbij het stort woont. Vóór de verkiezingen zijn ze hier, met hun mooie beloftes die ze als snoepjes in onze mond stoppen. Snoepjes die bitter smaken als na de verkiezingen blijkt dat ze hun beloften niet nakomen en alleen maar om macht geven." Troostelozer kun je een plek niet bedenken : varkens en kippen scharrelen in modderpoelen tussen schamele houten hutten met een golfplaten dak. En elke morgen zijn ze daar : de vuilniswagens die hun lading dumpen, in een nevelwolk met de weeë stank van rotting en verderf. Wat afval is voor de twee miljoen inwoners van Asunción, is een bron van inkomsten voor zo'n vijfhonderd gancheros die met lange stokken in het afval poken, op zoek naar bruikbaar spul. Hun handen zijn smerig, om hun hoofd hebben ze vodden gewikkeld, tegen de brandende zon en de vliegen. Een van de gancheros is Nicolás Gómez (48), alias Don Cola, een timmerman die dertig jaar in de bouw werkte, maar nu in Cateura houten pallets, verfpotten en aluminium ovenplaten verzamelt om er violen, cello's en gitaren van te maken. Zijn levensfilosofie is even simpel als nuchter : "Afval zal er altijd zijn, wat betekent dat ik nooit zonder werk zal vallen." Sinds acht jaar is Gómez de onmisbare handlanger van Favio Chávez, een ingenieur met een passie voor muziek. In 2006 belandde Chávez in Cateura om de recycleerders vanuit zijn ecologische vorming te helpen bij het sorteren van het afval. In het weekend keerde hij terug naar zijn thuisbasis in Carapeguá, een stadje op zestig kilometer van Asunción, waar hij als hobby een jeugdorkest dirigeerde. Na een optreden van dat orkest in Cateura, vroegen een aantal gancheros of Chávez hun kinderen geen muziekles kon geven. Meer dan veertig procent van de kinderen in het dorp maken nooit hun school af omdat ze hun ouders moeten helpen bij het afval sorteren. Daardoor groeien ze zonder enig toekomstperspectief op in sloppen waar ze een gemakkelijke prooi zijn voor jeugdbendes en drugsdealers. Oorspronkelijk was het Chávez er simpelweg om te doen de kinderen uit het vuilnis en van de straat te halen. "De start van het project verliep moeizaam : er was geen plek om te repeteren, de kinderen kenden niets van muziek en van sommigen kon ik de ouders niet contacteren omdat die hen aan hun lot overgelaten hadden." Maar geleidelijk groeide het besef dat muziek spelen voor de kinderen een manier was om uit de problemen te blijven. Sommige gezinnen geraakten zelfs opnieuw herenigd. Alleen zorgde de toenemende belangstelling voor de muzieklessen voor een nijpend tekort aan didactisch materiaal. "Aan mijn eigen instrumenten had ik niet genoeg, er waren veel te veel gegadigden. Bovendien, om echt vooruitgang te kunnen maken, hadden de kinderen instrumenten nodig die ze mee naar huis konden nemen. Maar een echte viool is meer waard dan het krot waarin de gancheros wonen. Laat een kind met zo'n instrument rondlopen en de kans is groot dat het overvallen wordt. Of dat de familie in de verleiding komt om het te verkopen of te ruilen." Instrumenten uit alternatieve materialen maken is niet zo ongewoon. In Noord-Amerika leren de allerjongsten volgens de Suzukimethode hoe ze een viool moeten vasthouden met behulp van een schoendoos, met een lineaal als hals en elastiekjes als snaren. Geïnspireerd door het voorbeeld van Les Luthiers, een Argentijns orkest dat zelfgemaakte instrumenten gebruikt, begon Chávez met de hulp van Cola Gómez te experimenteren met het materiaal dat ze volop in hun omgeving vonden, met afval dus. Noem het een missie : "De wereld geeft ons vuilnis, wij geven de wereld muziek terug. In de praktijk ontdekten we welke grondstoffen het best bewerkbaar waren, welke de juiste klank produceerden en bestand waren tegen de spanning van de snaren. Aangezien de instrumenten die we op deze manier in elkaar flansten geen enkele geldelijke waarde hadden, konden we ze met een gerust hart aan de kinderen mee naar huis geven." Ook nu nog doorwoelt Gómez drie keer per week de vuilnisbelt van Cateura, op zoek naar geschikt materiaal. De 'Stradivarius van Zuid-Amerika' is een echte tovenaar. Ook al had hij voordien nog nooit een viool of cello gehoord, op aanwijzingen van Chávez knutselde hij tot nu toe zo'n 450 instrumenten in elkaar. Met een elektrische zaag vormt hij ovenplaten om tot de basis van violen, olievaten transformeert hij tot cello's. Voor de hals van de snaarinstrumenten gebruikt hij gerecupereerde latten palé-hout, voor de stemschroeven haarborstels, hakken van vrouwenschoenen en houten lepels. Gegalvaniseerde buizen, stukjes van sloten en oud bestek worden fluiten, saxofoons krijgen flessendoppen als toetsen of worden gemaakt met lepels en knopen. De instrumenten zijn niet alleen vernuftig, origineel en budgetvriendelijk, ze klinken soms ook verrassend goed. Chávez : "Geleidelijk werd Cola behendiger in het maken van instrumenten uit recuperatiemateriaal, in sommige gevallen klinken ze zelfs beter dan de made in China-exemplaren waarop sommige gevorderde jongeren spelen." Mozarts Kleine Nachtmuziek op ovenplaat en olievat, je zou het een curiosum kunnen noemen. Maar door de gedrevenheid van de jongeren is het toch vooral ontroerend. Met de hulp van een paar collega's geeft Chávez tegenwoordig les aan zo'n zeventig kinderen, wekelijks leidt hij ook de repetitie van het Recycled Orchestra dat uit zo'n vijfentwintig jonge muzikanten bestaat. De reputatie van het orkest verspreidde zich snel. Na een reeks lokale optredens volgden aanbiedingen om in het buitenland te gaan spelen, wat niet zonder complicaties verliep. Geen enkel van de kinderen beschikte immers over een paspoort, ongeveer de helft had zelfs geen geboortebewijs. Voor de wereld bestonden ze dus niet eens. "In sommige gevallen moest ik zelfs de ouders aan de nodige papieren helpen. Dankzij het feit dat ze in het orkest spelen, hebben alle kinderen nu een identiteitsbewijs." Het kostte Chávez al zijn overtuigingskracht om sommige ouders aan het verstand te brengen dat muziek studeren de moeite waard is. "Ze vertellen hun kinderen dat viool spelen geen brood op tafel brengt, dat ze moeten werken om aan de kost te komen", zegt Jorge Ríos, een ganchero van wie de twee dochters in het orkest spelen. "Maar dankzij hun viool hebben mijn kinderen al in Panama gespeeld, in Rio de Janeiro en in Bogota. Ik zie het als hun kans op een beter leven." Eén van Chávez' beste leerlingen is de zestienjarige Tania. "Vijf jaar geleden begon ze in Cateura bij mij viool te studeren en nu is ze een van de eerste violen van het orkest. Met haar moeder en drie zussen woont ze in een eenkamerkrot. Als ze wil oefenen, moet de hele familie het huis uit. Tania's vader is verslaafd aan crack, maar hij slaagde er toch in om twee dagen clean genoeg te zijn om naar het gerecht te gaan en toestemming te geven zodat zijn dochter op tournee kon." "Het is mijn droom om muzikante te worden", zegt Noélia Ríos (14), met in haar armen een gitaar gemaakt uit twee grote blikken waarin oorspronkelijk een Paragayaans dessert op basis van zoete aardappel zat. Ook Noélia's zus Ada (15) speelt in het orkest. "Als ik een viool hoor, krijg ik vlinders in mijn buik", zegt ze. "Een gevoel dat ik niet kan uitleggen. Alle emoties kun je ermee uitdrukken : geluk, angst, verliefdheid." Het was de grootmoeder van de twee meisjes, zelf een voddenraapster, die hen twee jaar geleden inschreef voor Chávez' muziekcursus. In hun keet met aarden vloer in de sloppenwijk San Cayetano oefenen ze elke dag twee uur. Toch is het niet Chávez' voornaamste bedoeling om topmusici te kweken, voor hem is muziek vooral een middel tot sociale transformatie. "Afval gooi je weg, mensen niet. Als je arm bent, denk je in de eerste plaats aan het eten dat vandaag op tafel moet komen. Langetermijndenken is lastig. Het is een uitdaging om een kind dat in moeilijke omstandigheden opgroeit te doen inzien dat je om viool te leren spelen minstens twee uur per dag met dat ding onder je kin moet zitten. De mentaliteit, de discipline die je nodig hebt om muziek te studeren, kan je ook meer algemeen helpen om uit de armoede te geraken. Het is onze droom om de families van Cateura betere huizen en internet te bezorgen, zodat de kinderen een verbinding met de wereld hebben. "Andere landen bezoeken heeft mijn ogen geopend", zegt Ada. Intussen kreeg het project nieuwe impulsen. De Paragayaanse overheid heeft fondsen vrijgemaakt voor een muziekschool. Het stimulerende verhaal van het Recycled Orchestra kreeg wereldwijd aandacht, nadat de Paragayaanse filmmaakster Alejandra Amarilla een korte trailer op het web zette voor de documentaire over het orkest die zij en een paar medewerkers al jaren aan het maken waren. Na een paar dagen hadden miljoenen mensen over de hele wereld het filmpje gezien, wat leidde tot donaties voor het voltooien van de documentaire en voor nieuwe instrumenten. In een reportage van de Amerikaanse nieuwsshow 60 minutes zie je hoe de kinderen met ongeloof in de ogen een lading glanzende nieuwe gitaren uitpakken. Voor de meesten is het de eerste keer dat ze een 'echt' instrument in de handen houden. Uitnodigingen voor optredens stroomden binnen : in de VS, Canada, Palestina, Noorwegen en Japan. Het orkest speelde op het Britse Glastonbury Festival en ontving in Amsterdam de Prins Claus Prijs 2013 "omdat ze op een vernieuwende manier mensen laten samenwerken en gebruik maken van lokale middelen". Tot de grote verbazing van Fabio Chávez vroeg de heavy-metalband Metallica het Recycled Orchestra als openingsact voor hun Zuid-Amerikaanse tournee. Het succes heeft ook consequenties. Zoals de correspondent van 60 minutes zich afvroeg : "Kun je van een kind verwachten dat het op een blikken doos blijft spelen, als het een echte viool ter beschikking heeft ? Maar met een echte viool is dat kind gewoon een jonge violist, zoals er dertien in een dozijn zijn." Don Cola maakt zich geen zorgen : "Ik ben blij dat die jonge, enthousiaste jongelui op echte instrumenten kunnen spelen in plaats van op oud bestek, verfpotten en industrieel afval. Zoiets heet vooruitgang." Maar intussen blijft hij wel violen, cello's, gitaren en fluiten maken van afval, "omdat er nog altijd arme kinderen geboren worden". Op hun tournee door Vlaanderen speelt het achttienkoppige orkest op recyclage-instrumenten. DOOR JONATHAN GILBERT / THE INTERVIEW PEOPLE & BEWERKT DOOR LINDA ASSELBERGS & FOTO'S MAARTEN VAN HAAFFLaat zo'n kind met een echt instrument rondlopen en de kans is groot dat het overvallen wordt