Zuid-Italië met Apulië (110.000 ha wijngaarden), Campania (4000 ha), Calabria (24.000 ha) en Basilicata (11.000 ha) heeft tot nu toe de rol vervuld van de Midi vroeger in Frankrijk: een reserve van zuidelijk wijngeweld die vooral moest dienen om de meer noordelijke wijnen zoals chianti, barolo en zelfs bordeaux wat op te peppen. En er zijn veel wijnen in het zuiden: Apulië alleen al maakt een kwart van de Italiaanse wijnproductie (gemiddeld 8,5 miljoen hl per jaar). Hiervan wordt nog geen 15 procent gebotteld, de rest wordt nog altijd 'onverpakt' verhandeld. Wat gebeurt er dan mee? Onlangs berichtte de Italiaanse pers dat 10.000 hectoliter werden ontdekt als Toscaanse wijn onder het IGT-etiket ( Indicazione Geografica Typica Toscana) en dat nog eens 50.000 hl op het nippertje, voor de gedaanteverandering, konden worden onderschept. Hoe is dat mogelijk? Het IGT-label werd in 1995 ingevoerd om het wat misprijzende etiket vino da tavola van de Toscaanse superwijnen (zoals Tignanello) te vervangen. Voor de IGT Toscana mag tot 15 procent wijn uit andere streken en nog eens 15 procent uit andere oogstjaren worden bijgemengd. Maar daardoor is de fraudepoort wijd opengezet: het gebruik van 'reizende' loten zuiderse bulkwijn is helemaal afhankelijk van de goede trouw van de wijnmakers. Zolang de wijnwetgeving niet verandert, zal het fraudespel blijven duren.

In het zuiden groeit echter het besef dat de lokale wijn duurder en beter gekwoteerd kan verkocht worden door de eigen kwaliteiten te valoriseren. Dat kan op twee manieren. Men kan de wijnen namaken die voorheen door die zuiderse wijntjes werden vervalst en dus een zuiderse chianti of barolo maken door sangiovese en nebbiolo te planten. Er is veel kans dat er goede wijn van komt, maar deze manier is verschralend voor de diversiteit van het wijnaanbod. Men kan ook de eigenheid van de lokale druivenrassen opwaarderen door verbeteringen op de wijngaard zelf (selectie, redelijke rendementen, betere technologie, enz.). Deze weg is moeilijker maar op lange termijn meerbelovend. Door het unieke karakter van de wijnen is er immers geen concurrentie. Bij de lokale druivensoorten zit nog veel onontgonnen potentieel dat door de historische klemtoon op bulkexport werd gemarginaliseerd. In Puglia zal men het dus moeten doen met de lokale rode primitivo en negroamaro.

Negroamaro vindt men enkel in Puglia: de wijn ervan zou iets hebben van gedroogde pruimen en zwarte chocolade. Hij wordt echter gemakkelijk te bitter zoals de naam amaro suggereert. Daarom zijn in het gistingsproces de contacttijd met de schillenkoek en de temperatuur van de gistingstank erg kritisch. In Puglia zijn er 25 DOC's en 6 IGT's, waarvan er wel 8 met negroamaro te doen hebben.

De andere belangrijke druif in Apulië is de primitivo (dezelfde druif als de Amerikaanse zinfandel). De naam heeft niets met 'primitief' te maken maar verwijst naar de vroege rijping. Het best en het meest geconcentreerd zijn de primitivo-wijnen van Manduria, ze hebben trouwens een eigen DOC.

in het glas

Toni Etneo van Selezione Vini Italiani in Zonhoven kwam onlangs uit Italië terug met een groot aanbod van originele en redelijk geprijsde wijnen uit Apulië. We proeven er enkele van.

Rosso Salento Armécolo 1998, IGT, Azienda Castel di Salve, Tricase. (80% negroamaro, 20% malvasia, geen hout). Onverwachte, lichte, galante kleur, hoogstwaarschijnlijk van de malvasia. Een fijne, breed uitgebouwde neus met weinig onderbouw. Friszure smaak, haast geen lengte, simpel van opvatting, karafwijn (266 fr.).

Gorgolano Rosso del Salento 1997, IGT, Azienda Agricola Pervini. (70% negroamaro, 30% primitivo en 10% malvasia nero, geen hout). Goede, donkere kleurconcentratie en een verse rijpe neus die echter wat oppervlakkig blijft bij opschudden. Smaak met fijne structuurbitterheid en een zekere vulling (218 fr.).

Vigna Spano 1996, IGT, Azienda Agricola Calo Michèle, Tuglië. (95% negroamaro en 5% malvasia nera). Mooie kleur met een aanzet van ontwikkeling. Neus met finesse en fijne onderbouw met een indruk van fijn hout. Evenwichtige smaak met goed structurerend bitter en wat rasperig. Belachelijk duur (841 fr., maar wel in 1999 uitgeroepen tot de beste wijn van Apulië).

Galantes Rosso 1997, IGT, Azienda Agricola Pervini, Manduria. (70% negroamaro, 30% primitivo, geen hout). Normale kleur maar een simpele, iets onzuivere neus. Evenwichtige, kleine, korte smaak (203 fr.).

Deze negroamaro-wijnen missen vulling en charme: de korte contacttijd met de schillenkoek onderdrukt de rijpheid en accentueert de scherpe tannines. Ze zijn overdreven licht gemaakt, geschikt als tuinwijn om koel te drinken. Ze doen aan de vroegere karaf-valpolicella denken.

Primitivo del Salento 1997, IGT, Azienda Agricola Mocavero, Monteroni di Lecce. (100 % primitivo, 6 maanden op grote vaten). Goede kleurconcentratie met een nuance van zachte evolutie. Verrassend fijne neus met toetsen van rijp en wat onderbouw. Mooie smaakaanzet maar ongedekt finaal bitter, nog versterkt door het hout (327 fr.).

Primitivo di Manduria 1997, DOC, Azienda Agricola Pervini. (100% primitivo en voor een derde gelagerd op barriques). Goede kleurconcentratie met een evolutieaanzet. Goed gebouwde neus met onderbouw en (droog) hout. Rijpe smaakaanzet met iets finaal bitter maar niet zo uitschietend als bij Salento (303 fr.).

Primitivo Manduria Archidamo 1997, DOC, Azienda Agricola Pervini. (100% primitivo, voor de helft zes maanden gelagerd op Sloveense eik). Heel goede, sombere en donkere kleur met weer een kleine evolutietoets. Goede neus van het zinfandel-register van droge pruimen en bramen, met brede onderbouw. Ronde, rijpe smaak met goed structuurbitter. Mooie wijn met persoonlijkheid (303 fr.).

Primitivo del Tarantino 1997, I Monili, IGT, Azienda Agricola Pervini. (90% primitivo en 10% montepulciano, geen hout). Vrij lichte kleur, zeker in vergelijking met de drie vorige primitivo's. Fijne, puntige neus en charmante, moderne, evenwichtige smaak met goede structuur. Een mooi elegant type (220 fr.).

De primitivo-wijnen hebben vulling maar ook rijpe charme.

Herwig Van Hove