Vrouwen - en vooral vrouwen met kinderen - worden vaak gezien als mensen die beter verschillende taken kunnen combineren. Tijdens een productieve meeting snel een boodschappenlijst samenstellen, richting de schoolpoort een maaltijdplan bedenken en onderweg naar huis nog even stoppen bij de apotheker voor medicijnen voor de jongste: kunnen ze. Tenminste, dat is wat er lang geloofd werd. Want nu blijkt uit een onderzoek dat niemand echt goed is in multitasken.

Voor het Duitse onderzoek, dat gepubliceerd werd in PLOS One, werd nagegaan hoe de hersenen van vrouwen reageren wanneer ze hun aandacht moeten verdelen tussen verschillende taken. Voor sommige experimenten werd de 48 deelnemende mannen en 48 vrouwen gevraagd om twee taken tegelijk uit te voeren, voor andere experimenten moesten ze snel schakelen van de ene naar de andere taak. Uit beide testen bleek dat vrouwelijke hersenen niet efficiënter werkten dan die van een man.

Mythe ontkracht

Dat resultaat is opmerkelijk, want het zijn wel erg vaak vrouwen die in klassieke huishoudens het meeste werk op zich nemen. Hoewel de mannen een inhaalbeweging hebben gemaakt, blijkt uit elk tijdsbestedingsonderzoek dat vrouwen nog steeds uren meer werk verrichten en minder tijd hebben voor zichzelf. Zelfs in huishoudens waar de klusjes gelijk verdeeld zijn, is het vaak de vrouw die het merendeel van de mentale arbeid op zich neemt. Vaak gebeurt dat vanuit de idee dat vrouwen daar nu eenmaal beter in zijn, of bepaalde soorten werk sneller zien liggen.