'Brood en rozen', dat is wat de duizenden stakende textielarbeidsters in New York scanderen op 8 maart 1908. Ze eisen betere werkomstandigheden, een 8-uren werkdag, kiesrecht voor vrouwen en de afschaffing van kinderarbeid. Enkele jaren later zal die datum wereldwijd erkend worden als Internationale Vrouwendag. In verschillende landen, waaronder Rusland, is deze dag intussen een echte feestdag. Zo keurde recent ook de deelstaat Berlijn in 2019 een wetsvoorstel goed dat van 8 maart een officiële feestdag maakt. Het eerste wetsvoorstel in België hierover werd al in 2003 ingediend, maar raakte nooit goedgekeurd.

Brood op de plank en rozen om het leven aangenamer te maken, is dat niet wat we ook vandaag nog willen? Welvaart, gendergelijkheid en meer bruto nationaal geluk binnen ieders handbereik: als feministe bepleit ik het elke dag. Toch vind ik Internationale Vrouwendag nog altijd hét moment om wereldwijd de ongelijke verdeling van macht, geld en goed tussen vrouwen en mannen aan te klagen en in de kijker te zetten. Want wie denkt dat vrouwendag niet meer nodig is, surft best eens naar de statistieken van onze overheden. Die tonen glashelder aan dat het met die gelijkheid nog lang geen 'brood en rozen' is, integendeel: de COVID-crisis slingert ons terug in de tijd.

Vrouwen onderbreken vandaag meer dan mannen hun loopbaan om de kinderen op te vangen

Neem nu de loonkloof. Dit jaar organiseert zij-kant op 25 maart Equal Pay Day, de dag voor gelijk loon. Vrouwen moeten tot die dag werken om te verdienen wat mannen vorig jaar al verdienden. Elk jaar schuiven we met mondjesmaat op naar 1 januari, telkens wanneer de loonkloof verkleint. Aan dit tempo zullen we nog tot het jaar 2067 actie moeten voeren vooraleer vrouwen en mannen gelijk betaald worden. Het doet mij denken aan die oudere actievoerster met het bordje 'I can't believe I still have to protest this fucking shit'.

Erger nog, ik vrees dat de pandemie van vandaag de loonkloof kan vergroten. Vrouwen onderbreken vandaag meer dan mannen hun loopbaan om de kinderen op te vangen: 69% van de mensen die corona-ouderschapsverlof opnamen waren vrouwen. Dat verlof was geen recht maar een gunst van de werkgever en hop, daar kwamen de genderstereotypen weer opspelen: vaders bleven aan het (tele)werk, moeders gingen meer zorgen, met de laptop aan de keukentafel.

En dan nog maar te zwijgen over al die vrouwen die niet kunnen telewerken. Ze zijn immers massaal in de meerderheid in de essentiële jobs. Ontluisterend zijn de gemiddelde lonen die bij deze beroepen horen. Zo verdienen zorgkundigen (98% van hen zijn vrouw) gemiddeld 2.549 euro bruto per maand, ofwel een bedrag dat bijna 30% onder het loon van de gemiddelde Belg ligt. Verpleegkundigen (92% vrouwelijk) hebben een lager loon dan de gemiddelde werknemer met een bachelor-diploma. Arbeiders in de voedingsnijverheid verdienen ongeveer 20% minder dan de gemiddelde Belg, terwijl kassiers en ander winkelpersoneel gemiddeld 2.500 euro bruto per maand krijgen. Hiermee behoort het winkelpersoneel (69% vrouwelijk) tot de minst betaalde beroepen in België. Helemaal onderaan de loonladder bungelen de verzorgers in kinderdagverblijven (98% vrouwelijk). Zij verdienen 2.317 euro bruto per maand, op voorwaarde dat ze voltijds werken, wat vaak niet zo is.

In België steeg tijdens de eerste lockdown het aantal meldingen van partnergeweld bij hulplijn 1712 met 70%

Naast de loonkloof is er ook nog die andere pandemie: intrafamiliaal geweld. Wereldwijd wordt één op de drie vrouwen in haar leven geconfronteerd met partnergeweld. Jaarlijks worden nog altijd drie miljoen meisjes slachtoffer van genitale verminking. In België steeg tijdens de eerste lockdown het aantal meldingen van partnergeweld bij hulplijn 1712 met 70%. En dan heb ik het nog niet over de wereldwijde impact van de Coronacrisis, met meer kindhuwelijken, tienerzwangerschappen, cybergeweld, genitale verminking of de moeilijker toegang tot anticonceptie en abortus.

Het centrale thema van de internationale vrouwendag is dit jaar #ChooseToChallenge. Laten we onze wereld uitdagen, laten we alert zijn. Individueel zijn we, ieder van ons, verantwoordelijk voor onze gedachten en daden, elke dag opnieuw. Laten we de uitdaging aangaan om genderongelijkheid elke dag te bestrijden. Van uitdaging komt verandering, en die hebben we recent nog gezien bij de inauguratie van Joe Biden, waar de 23-jarige Amanda Gorman de show stal. Ze kondigde en passant aan dat ze in de toekomst zal meedingen voor het hoogste Amerikaanse ambt. Dat is wat ook Kamala Harris haar toont: vrouwen kunnen aan de top geraken. En dat is heel normaal.

Maar laat ik eindigen met een positieve noot: Internationale Vrouwendag moet ook een feest zijn, het feest van alles wat we al bereikt hebben voor meer gelijkheid. Nog beter: laten we er maar meteen een officiële feestdag van maken. Daar worden we allemaal beter van, vrouwen én mannen.

'Brood en rozen', dat is wat de duizenden stakende textielarbeidsters in New York scanderen op 8 maart 1908. Ze eisen betere werkomstandigheden, een 8-uren werkdag, kiesrecht voor vrouwen en de afschaffing van kinderarbeid. Enkele jaren later zal die datum wereldwijd erkend worden als Internationale Vrouwendag. In verschillende landen, waaronder Rusland, is deze dag intussen een echte feestdag. Zo keurde recent ook de deelstaat Berlijn in 2019 een wetsvoorstel goed dat van 8 maart een officiële feestdag maakt. Het eerste wetsvoorstel in België hierover werd al in 2003 ingediend, maar raakte nooit goedgekeurd.Brood op de plank en rozen om het leven aangenamer te maken, is dat niet wat we ook vandaag nog willen? Welvaart, gendergelijkheid en meer bruto nationaal geluk binnen ieders handbereik: als feministe bepleit ik het elke dag. Toch vind ik Internationale Vrouwendag nog altijd hét moment om wereldwijd de ongelijke verdeling van macht, geld en goed tussen vrouwen en mannen aan te klagen en in de kijker te zetten. Want wie denkt dat vrouwendag niet meer nodig is, surft best eens naar de statistieken van onze overheden. Die tonen glashelder aan dat het met die gelijkheid nog lang geen 'brood en rozen' is, integendeel: de COVID-crisis slingert ons terug in de tijd. Neem nu de loonkloof. Dit jaar organiseert zij-kant op 25 maart Equal Pay Day, de dag voor gelijk loon. Vrouwen moeten tot die dag werken om te verdienen wat mannen vorig jaar al verdienden. Elk jaar schuiven we met mondjesmaat op naar 1 januari, telkens wanneer de loonkloof verkleint. Aan dit tempo zullen we nog tot het jaar 2067 actie moeten voeren vooraleer vrouwen en mannen gelijk betaald worden. Het doet mij denken aan die oudere actievoerster met het bordje 'I can't believe I still have to protest this fucking shit'.Erger nog, ik vrees dat de pandemie van vandaag de loonkloof kan vergroten. Vrouwen onderbreken vandaag meer dan mannen hun loopbaan om de kinderen op te vangen: 69% van de mensen die corona-ouderschapsverlof opnamen waren vrouwen. Dat verlof was geen recht maar een gunst van de werkgever en hop, daar kwamen de genderstereotypen weer opspelen: vaders bleven aan het (tele)werk, moeders gingen meer zorgen, met de laptop aan de keukentafel.En dan nog maar te zwijgen over al die vrouwen die niet kunnen telewerken. Ze zijn immers massaal in de meerderheid in de essentiële jobs. Ontluisterend zijn de gemiddelde lonen die bij deze beroepen horen. Zo verdienen zorgkundigen (98% van hen zijn vrouw) gemiddeld 2.549 euro bruto per maand, ofwel een bedrag dat bijna 30% onder het loon van de gemiddelde Belg ligt. Verpleegkundigen (92% vrouwelijk) hebben een lager loon dan de gemiddelde werknemer met een bachelor-diploma. Arbeiders in de voedingsnijverheid verdienen ongeveer 20% minder dan de gemiddelde Belg, terwijl kassiers en ander winkelpersoneel gemiddeld 2.500 euro bruto per maand krijgen. Hiermee behoort het winkelpersoneel (69% vrouwelijk) tot de minst betaalde beroepen in België. Helemaal onderaan de loonladder bungelen de verzorgers in kinderdagverblijven (98% vrouwelijk). Zij verdienen 2.317 euro bruto per maand, op voorwaarde dat ze voltijds werken, wat vaak niet zo is. Naast de loonkloof is er ook nog die andere pandemie: intrafamiliaal geweld. Wereldwijd wordt één op de drie vrouwen in haar leven geconfronteerd met partnergeweld. Jaarlijks worden nog altijd drie miljoen meisjes slachtoffer van genitale verminking. In België steeg tijdens de eerste lockdown het aantal meldingen van partnergeweld bij hulplijn 1712 met 70%. En dan heb ik het nog niet over de wereldwijde impact van de Coronacrisis, met meer kindhuwelijken, tienerzwangerschappen, cybergeweld, genitale verminking of de moeilijker toegang tot anticonceptie en abortus. Het centrale thema van de internationale vrouwendag is dit jaar #ChooseToChallenge. Laten we onze wereld uitdagen, laten we alert zijn. Individueel zijn we, ieder van ons, verantwoordelijk voor onze gedachten en daden, elke dag opnieuw. Laten we de uitdaging aangaan om genderongelijkheid elke dag te bestrijden. Van uitdaging komt verandering, en die hebben we recent nog gezien bij de inauguratie van Joe Biden, waar de 23-jarige Amanda Gorman de show stal. Ze kondigde en passant aan dat ze in de toekomst zal meedingen voor het hoogste Amerikaanse ambt. Dat is wat ook Kamala Harris haar toont: vrouwen kunnen aan de top geraken. En dat is heel normaal.Maar laat ik eindigen met een positieve noot: Internationale Vrouwendag moet ook een feest zijn, het feest van alles wat we al bereikt hebben voor meer gelijkheid. Nog beter: laten we er maar meteen een officiële feestdag van maken. Daar worden we allemaal beter van, vrouwen én mannen.