De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die welvarende landen bundelt, heeft een grootschalig onderzoek gehouden naar hoe mensen die zich niet hetero noemen in de samenleving staan.

Een eerste bevinding was dat steeds meer mensen zichzelf omschrijven als homo, lesbienne, bi of transgender. In de veertien lidstaten die betrouwbare cijfers kennen over de omvang van de LGBT-groep wonen in het totaal zeventien miljoen mensen die zich in een van die groepen voelen thuishoren. Gemiddeld genomen komt dat neer op net geen drie procent van de bevolking, al loopt dat in de Verenigde Staten op tot iets meer dan acht procent.

Vaker uit de kast

Die cijfers liggen merkelijk hoger dan zeven jaar geleden, maar dat hoeft niet te betekenen dat er meer homo's, lesbiennes, bi's of transgenders zijn bijgekomen. Dat meer mensen zichzelf zo omschrijven, kan ook te maken hebben met het feit dat het alles wat afwijkt van de heteroseksuele norm meer aanvaard wordt. 'De groei zal doorgaan, want jongeren nu zijn meer geneigd om uit de kast te komen', zeggen de onderzoekers.

De acceptatie van homoseksualiteit en transgenders is de afgelopen decennia flink toegenomen en is het hoogst bij vrouwen, jongeren, hoogopgeleiden en stadsbewoners. Van de meer dan dertig doorgelichte landen staat België in de ranglijst van openminded landen op de dertiende plaats. De top drie bestaat uit IJsland, Zweden en Nederland. Letland, Litouwen en Turkije sluiten dan weer de rangschikking.

Discriminatie

Toch is niet alles peis en vree in de resultaten van de studie, want discriminatie op basis van seksualiteit is nog steeds schering en inslag in heel wat welvarende landen. 'Slechts in de helft van de OESO-lidstaten is het homohuwelijk gelegaliseerd en in minder dan een derde van de lidstaten kan je je geslacht op officiële documenten laten veranderen zonder chirurgie of therapie te ondergaan', meldt het rapport.

Een op drie LGBT'ers uit Europa zei zich onlangs gediscrimineerd te voelen op het werk, op school of op straat en in sommige landen ligt dat aantal zelfs op de helft. Ook LGBT'ers zouden volgens de OESO iets kennen als het glazen plafond: 'Ze hebben elf procent minder kans om een hoge managementfunctie te vervullen.'

Ook op vlak van transgenders is er nog meer werk aan de winkel wat acceptatie betreft. Slechts veertig procent van de Europeanen zou er geen probleem mee hebben om een transgender als regeringsleider, collega of schoonzoon of -dochter te hebben.