'Flip Kowlier zong ooit dat er een beestje in zijn hoofd zit. Ik herken dat. Als creatieve mens borrelt er bij mij altijd van alles, en als mijn werkvolk daarboven niet direct iets constructiefs omhanden heeft, begint het wel iets anders te doen, zoals tobben. Dat gebeurde zelfs nadat ik de tofste job ter wereld had gekregen. Ik was 29 en werd vanaf dan betááld om op Studio Brussel te draaien en met Discobar Galaxie op het ene na het andere festival te spelen: zalig!
...

'Flip Kowlier zong ooit dat er een beestje in zijn hoofd zit. Ik herken dat. Als creatieve mens borrelt er bij mij altijd van alles, en als mijn werkvolk daarboven niet direct iets constructiefs omhanden heeft, begint het wel iets anders te doen, zoals tobben. Dat gebeurde zelfs nadat ik de tofste job ter wereld had gekregen. Ik was 29 en werd vanaf dan betááld om op Studio Brussel te draaien en met Discobar Galaxie op het ene na het andere festival te spelen: zalig! Maar na een jaar of twee trad er al eens gewenning of vermoeidheid op, of moest ik een minder spannende opdracht aannemen zodat ik mijn huis kon blijven afbetalen. Nu ben ik iemand die goed kan moeten en graag werkt. Maar ik kreeg het niet geplaatst: ik had van mijn hobby mijn beroep kunnen maken - het hoogst haalbare - en toch had ik niet altijd zin om te gaan draaien? Ik was jong, trok mijn filosofische vragen totaal uit proportie en dacht: stel dat dit toch niet de juiste keuze is, wie ben ik - die mij volledig met muziek associeer - dan nog? Gelukkig werd die belachelijke gedachteballon doorprikt door een wijze man. Ik laat hem anoniem omdat ik hem nergens mee wil belasten. Laat me gewoon zeggen dat hij me al veel heeft bijgestaan. Als prille dertiger kreeg ik dankzij hem de aha-erlebnis waarmee ik mezelf instant kon kalmeren. Hij zei: 'Vrijheid is graag doen wat je moet doen.' Zodra je beseft dat zelfs gemotiveerde keuzes verplichtingen met zich meebrengen, maar dat je die keuzes oprecht wou, wordt alles zo veel vrijer in je hoofd. Zodra ik muziek maken benoemde als 'mijn werk', werd het voor mij veel aanvaardbaarder dat het soms mijn voeten uithangt. Dat doet werk bij iedereen weleens. Onlangs moest ik voor de zoveelste keer van huis voor onze Belpop-try-outs en dacht ik: misschien wil ik liever nog wat tv-kijken met mijn vrouw en kinderen. Over die milde tegenzin voel ik me niet meer schuldig sinds ik dat advies kreeg, omdat ik weet: het was mijn keuze om te gaan rondtoeren. En ik speel die shows doodgraag. Ach, zelfs Flea van de Red Hot Chili Peppers - toch lang de ruigste en beste bassist ter wereld - zei ooit dat hij liever dan voor 60.000 man op Pinkpop te spelen thuis spaghetti had gemaakt voor zijn dochter. Mijn gouden raad geldt voor alle vaders, en bij uitbreiding, ouders. Als ik zuchtend opsta om mijn drie pubers op tijd naar school te krijgen, voelt dat als een dagelijks juk. Dan helpt het om te beseffen: nee, ik ben vrij, want ik doe graag wat ik moet doen en aan de basis vind ik mijn keuzes heel plezant. Post-corona besef ik dat nog meer. Met Discobar Galaxie speelden we na de lockdown een paar bevrijdende sets. De ene goede plaat volgde bijna magisch op de andere, zo geïnspireerd hadden we in jaren niet meer gedraaid. Waardoor ik mijn job nu nog meer naar waarde schat dan drie jaar geleden. Na een Belpop-show blijf ik ook gemakkelijker hangen omdat ik me realiseer hoe tof het is met de collega's en het publiek. Dat soort positieve snapshots maak ik vaak dankzij het wijze advies, en zo blijf ik mezelf eraan herinneren. Want het is eigen aan the human mind: zelfs als je een diep inzicht krijgt, is dat niet voor altijd verworven - we gaan telkens opnieuw mentaal nagelbijten - of het gaat verloren in frustratie en vermoeidheid. Wel, dan werkt zo'n motto als een post-it in je hoofd. Het doet mij alleszins lichter door het leven stappen.'