Opinie

Barbara Creemers

‘Verander de wereld, begin in de keuken’

Parlementslid Barbara Creemers verslond Weet Wat Je Eet, de reeks van Knack en Knack Weekend over ultrabewerkte voeding. ‘Er bestaan alternatieven voor de golf aan burn-outs en klachten over mentale en fysieke gezondheid. Het uitgangspunt om van voedsel te vertrekken, is daarbij een uitgelezen uitgestoken hand.’

‘Tien redacteurs van Knack aten een maand lang geen ultrabewerkt voedsel.’ Ik heb het de laatste weken aan ongeveer iedereen die ik tegenkwam verteld. En zeker wat ze daaruit leerden. ‘Ze vielen gemiddeld bijna twee kilo af, terwijl dat niet het opzet was. Gezondheidsklachten als migraine waren na die maand merkelijk beter en ze hadden minder zware metalen in hun lichaam. En misschien het verrassendste van alles: ze gaven niet meer geld uit!’ Het zijn maar een paar conclusies van een experiment waarrond Eva Kestemont, Lotte Philipsen en Trui Engels een artikelenreeks schreven. Die reeks verdient een groot leespubliek, want elke letter ervan draagt het potentieel om ons leven en onze wereld beter te maken.

‘Genieten van eten zet een radarwerk in gang dat in staat is de hele wereld te veranderen’, schrijft Eva Kestemont in haar afsluitende column. Ze verwijst naar denkers als Carolyn Steel en Annemarie Mol die voedsel centraal zetten in hun wereldbeeld en visie op hoe de overheid die wereld moet organiseren. Onbewust doen we dat allemaal: in feesten en tradities rond belangrijke kantelpunten in ons leven staat eten altijd centraal. En toch doen we dat niet meer in ons dagelijks leven. Het is hoog tijd om daar verandering in te brengen.

‘Verander de wereld, begin in de keuken’

Want er is één angel in het hele experiment die eigenlijk alle volgende stappen bepaalt: de tijd. We weten dat de tijd die je investeert in goed eten, zich dubbel en dik terugbetaalt in de vorm van een betere gezondheid en een sterkere mentale weerstand. En toch is de tijd – of het gebrek eraan – het argument om het experiment niet om te zetten in een vaste gewoonte. Daarin speelt de voedingsindustrie een gemene, maar cruciale rol. Met hun marketing doen ze ons geloven dat ultrabewerkt voedsel ons tijdsgebrek op een gezonde manier zal oplossen. En dat is een leugen. Een grove zelfs, als het gaat over gezondheid, zo staaft huisarts en auteur Staf Henderickx met voorbeelden uit zijn praktijk. Maar ook op vlak van tijd wint een kant- en klare maaltijd niet als je het vergelijkt met een snelle pasta of met je voorbereidingen uit het weekend.

Het is de taak van de overheid om de meest kwetsbaren te beschermen tegen schadelijke stoffen. Dat gaat over tabak, alcohol, PFAS, maar ook over ultrabewerkt voedsel. Want we vinden het intussen gelukkig normaal dat het not done is om te roken met een kind in de auto. We hebben duidelijke regels over de verkoop van alcohol en tabak aan jongeren. Waarom doen we dat dan niet met ultrabewerkt voedsel? Waar blijft de vrije keuze als je overal waar je komt, wordt platgeslagen met marketing voor deze ongezonde brol?

Maar de discussie gaat eigenlijk verder dan dat. Want ik zie veel jonge gezinnen vastlopen in de rat race, hopeloos zoekend naar rust in hun leven en hun gezin. Ze rennen zich te pletter van de school naar de opvang, naar het werk en de hobby’s van de kinderen. Daar tussenin is er weinig tijd om rustig te koken, laat staan om te genieten van dat eten. Dan komen we weer bij de vraag of we echt moeten werken tot we erbij neervallen. Of dat we eindelijk eens inzien dat het systeem dat ons die redenering opdringt op de schop moet. Want als we uitgaan van het principe dat minder meer is, dan komen we terecht in een verlossende spiraal van oplossingen, gewoon door de redenering om te draaien. Als we minder werken en de honger naar de eeuwige economische groei stillen, dan komt er tijd om voor onze kinderen en ouders te zorgen in plaats van anderen daarvoor in te schakelen. Dan komt er weer tijd om met onze voeding bezig te zijn en er samen aan tafel van te genieten. Misschien komt er zelfs tijd voor groene vingers om minstens een deel van onze voeding zelf te kweken in samentuinen. Om van elkaar te leren hoe je lekkere gerechten op tafel tovert met een minimum aan ingrediënten. Om elke laatste korst van ons brood te benutten en zo in te zien dat minder ingrediënten én minder voedsel effectief tot meer genot, meer gezondheid en meer rust leiden.

We hebben duidelijke regels over de verkoop van alcohol en tabak aan jongeren. Waarom doen we dat dan niet met ultrabewerkt voedsel?

Dat zijn de discussies die onze samenleving vraagt momenteel. Want overal voel je dat we het geweer van schouder moeten veranderen. De ene zomer overstromen onze dorpen, de andere baart de droogte en de hitte ons zorgen. De verhoudingen zijn uit evenwicht, zowel in de natuur als tussen mensen en dat laat zich voelen. In het begin van de pandemie voelde je het optimisme, dat het na corona anders zou en moest zijn. Maar nu we ons leven hernemen en zien dat het tempo even hoog ligt als daarvoor, zie je aan allerlei signalen dat we een kans gemist hebben. Het experiment van Knack en Knack Weekend en de lessen die de journalisten met ons delen, zijn voor mij zulke signalen. Het is nog niet te laat. Er bestaan alternatieven voor de golf aan burn-outs en klachten over mentale en fysieke gezondheid. Het uitgangspunt om van voedsel te vertrekken, is daarbij een uitgelezen uitgestoken hand. Want eten en drinken is één van de weinige dingen in het leven die je echt moet doen. Al de rest is inderdaad bijzaak.

Daarom is het goed dat minister Van Peteghem in zijn blauwdruk voor de fiscaliteit oppert om de BTW op groenten en fruit naar 0% te brengen. En daarom is het goed dat minister Vandenbroucke werkt aan een plan voor gezonde voeding. Ik hoop dat hij de reeks van Knack en Knack Weekend van voren tot achteren leest. Want het beste moment om veranderingen aan te brengen aan de manier waarop we met voedsel omgaan, was gisteren. Het tweede beste moment is vandaag.

Toen ik voor Velt nog lessen over duurzame voeding gaf, begon ik altijd met de leuze ‘Verander de wereld, begin in je keuken.’ Want met de tien stappen naar een groene keuken, zet je consumenten echt al wel een heel eind op weg. In de titel van mijn opinie veranderde ik één letter, maar die verandert meteen ook het hele perspectief. Uiteraard moeten we consumenten blijven voeden met de beste ideeën, tips en handvaten om in hun keuken mee de wereld te veranderen. Maar er is meer nodig en daarom moeten we dé keukens veranderen. De keukens van ziekenhuizen, woonzorgcentra, scholen, crèches, restaurants en overheidsinstellingen. De keukens van iedereen, eigenlijk. De uitdagingen waarvoor we staan zijn te groot om ze enkel aan de consumenten over te laten. Maar zonder de consumenten die bij elke hap die ze eten, kunnen tonen dat ze het anders willen, zal het systeem niet veranderen. Daarom een groot applaus voor iedereen die de marketing van de voedingsindustrie doorprikt en zelf eten maakt. En zo ook nog eens een berg plasticafval uitspaart. En een nog groter applaus voor het team achter Knack en Knack Weekend dat de uitdaging aanging en zo een steen verlegde in de rivier van de manier waarop we naar eten kijken.

Partner Content