Moderne slavernij, illegale kinderarbeid en ontbossing zijn maar enkele van de erg grote en urgente problemen waarmee de cacaosector af te rekenen heeft. Aan de basis van dat alles ligt een extreme armoede. Die wegnemen, zou ook de gevolgen doen verdwijnen, redeneren Fairtrade en Tony's Chocolonely.

Daarom introduceren de organisaties nu de Living Income Reference Price, de prijs die een boer zou moeten ontvangen voor één kilo cacaobonen om hem in staat te stellen een leefbaar inkomen te verdienen. De prijs houdt rekening met variabelen zoals productiviteit, land- en familiegrootte en diversificatie van inkomen. De berekeningen leiden tot een referentieprijs van 2,2 dollar (net geen 2 euro) per kilogram voor Cacao uit Ivoorkust en 2,10 dollar (1,9 euro) voor cacao uit Ghana. Samen zijn deze landen goed voor zestig procent van de wereldwijde cacaoproductie.

Twintig procent meer

Fairtrade en Tony's Chocolonely zijn stellig: deze prijzen zouden de nieuwe standaard moeten worden voor álle spelers in de chocoladewereld. 'Elk bedrijf dat de problemen in de cacao industrie serieus neemt, zal de daad bij het woord moeten voegen door deze referentieprijs te betalen. Zonder fatsoenlijke betaling zullen mensenrechten geschonden blijven worden. De Living Income Reference Price biedt boeren de financiële ruimte om de noodzakelijke investeringen te doen in duurzame landbouw en een degelijk levensonderhoud', zegt Peter d'Angremond, directeur Fairtrade Nederland.

Fairtrade laat zelf haar minimumprijs en -premie met twintig procent stijgen als een eerste stap om de industrie richting de referentieprijs te bewegen. Elk jaar berekent Tony's Chocolonely een bijkomende premie om het gat tot de referentieprijs te dichten.