Ingrediënten

Voor vier personen

2 tomaten, 2 stengeluien, 150 g grijze garnalen, 50 cl court-bouillon, 8 tongfilets, grof gemalen peper

VOOR DE KRABBOTERSAUS

500 g kleine krabben, 1 wortel, 1 ui, 2 teentjes knoflook, 4 el olijfolie, 2 el geconcentreerde tomatenpuree, 20 cl droge witte wijn, 1 dopje saffraanpoeder, cayennepeper, peper en zout, 100 g heel koude boter

Bereiding

  1. Maak eerst de krabbotersaus. Plet de krabben grof. Schil de wortel en hak hem fijn, pel en snipper de ui en de knoflook.
  2. Verhit de olie in een stoofpan en bak de krabben 5 minuten op een hoog vuur. Voeg de groenten en de tomatenpuree toe en laat al roerend 5 minuten bakken.
  3. Giet er de witte wijn bij, voeg de saffraan en een paar snuifjes cayennepeper toe, kruid met peper en zout en meng.
  4. Giet er water bij tot het mengsel tot de helft onderstaat, breng aan de kook en laat 30 minuten zacht borrelend koken. Mix daarna alles zo fijn mogelijk en giet door een fijne zeef boven een kookpan.
  5. Zet de kookpan terug op een laag vuur. Roer er onder voortdurend kloppen de boter in vlokjes door, breng eventueel verder op smaak en hou de saus warm.
  6. Was de tomaten en snij ze in uiterst kleine blokjes. Snipper de stengeluien. Pel de garnalen.
  7. Breng de court-bouillon aan de kook, leg er de tongfilets in en pocheer 10 minuten. Laat zorgvuldig uitlekken.
  8. Lepel de krabbotersaus op de borden. Leg er tongfilets op en bestrooi ze met grijze garnalen, blokjes tomaat en stengeluien. Sprenkel er nog wat botersaus over en bestrooi met grove peper. Serveer meteen.