Ingrediënten

Voor 4 personen

2 gelatineblaadjes (4 g), 1 vanillestokje, 35 cl room, 60 g suiker, sap van 1 citroen, 200 g frambozen, 50 g aardbeien, 50 g bramen Voor de koekjes: 2 eiwitten, 50 g extra fijne suiker, 50 g bloem, 50 g gesmolten boter, 1 tl vloeibare honing

Bereiding

  1. Laat de gelatine weken in koud water. Snij het vanillestokje in de lengte in tweeën. Giet de room in een pannetje, voeg het vanillestokje en 40 g suiker toe. Zet op laag vuur en breng aan de kook. Laat 5 minuten koken en haal van het vuur. Knijp de gelatine uit en laat al roerend smelten in de hete room. Laat afkoelen tot lauw.
  2. Giet intussen de rest van de suiker en het citroensap in een pannetje. Breng aan de kook en laat 5 minuten inkoken. Haal de pan van het vuur.
  3. Doe de helft van de frambozen en alle aardbeien en bramen in een blender met de citroensiroop. Mix fijn tot een coulis. Giet door een fijne zeef en verdeel over ramequins of glazen.
  4. Giet de vanilleroom voorzichtig op de vruchtencoulis in de glazen en werk af met de rest van de frambozen. Zet de panna cotta's minstens 2 uur koel weg.
  5. Maak de koekjes. Verwarm de oven voor op 200°C.
  6. Kluts de eiwitten schuimig. Meng er de suiker, de bloem, de gesmolten boter en de honing door.
  7. Leg kleine hoopjes deeg op een bakplaat bekleed met bakpapier; laat er voldoende ruimte tussen. Druk de hoopjes lichtjes plat met de achterkant van een houten lepel. Bak de koekjes 10 minuten in de oven; ze moeten licht goudbruin zijn.
  8. Haal de koekjes uit de oven en schep van de bakplaat met een spatel. Leg op een deegrol, zodat ze een mooie ronde vorm krijgen. Laat afkoelen en serveer bij de panna cotta's