Als kleine jongen was Joël Geismar 's avonds geregeld alleen thuis, als zijn ouders werkten. Om zich bezig te houden besloot hij zich te bekwamen in de kookkunst. Niet om de tijd te doden, maar om iets zinvols te doen.
...

Als kleine jongen was Joël Geismar 's avonds geregeld alleen thuis, als zijn ouders werkten. Om zich bezig te houden besloot hij zich te bekwamen in de kookkunst. Niet om de tijd te doden, maar om iets zinvols te doen. Zijn studies liepen niet altijd van een leien dakje. Uiteindelijk trok de jongeman naar de hotelschool van Waver, waar hij als vrije leerling de lessen volgde. Daarna volgden de stages elkaar op: Pierre Romeyer, Michel Haquin, Alain Troubat en andere grote namen. Maar de echte doorbraak kwam toen hij Philippe Emanuelli van Café des Spores ontmoette. 'Dankzij Philippe kreeg ik eindelijk oog voor goede producten en wijnen', aldus Joël. Aan een tafel in Moeder Lambic werkte het duo een concept uit voor een restaurant op wielen, een foodtruck met als specialiteit champignongerechten. Het werd geen gewone truck, want Emanuelli had een rijdend tandartskabinet uit de jaren zeventig op de kop weten te tikken. Om een lang verhaal kort te maken: Joël Geismar kocht het voertuig over en ging op pad met El Camion, een ongewone foodtruck die vandaag nog altijd originele streetfoodgerechten aanbiedt, zoals mitraillette met gekonfijte eend, kraakverse spieringen en burgers met pickles van lactogefermenteerde groenten. Het enige verschil is dat de chef nu niet meer aan het stuur zit, maar een medewerker op pad stuurt. Zelf staat hij aan het fornuis van zijn restaurant in de Washingtonstraat, in hetzelfde pand als Pêle-Mêle, de 'culturele recyclagewinkel' waarmee hij de voormalige autogarage deelt. Daar treffen vrienden en familie elkaar, bijvoorbeeld voor een heerlijke brunch, met onder meer huisgemaakte confit van varkensborst met witte bonen, pancakes of zachtgekookte eieren, gegaard op lage temperatuur.