Opinie

Frank Lindner

‘De overheid moet verantwoordelijkheid nemen voor een gezondere voedselomgeving’

Frank Lindner strijdt als campagneleider bij voedselwaakhond foodwatch tegen wanpraktijken in de voedingssector. Daarbij ziet hij nog veel werk: ‘De totale voedselomgeving draagt er sterk aan bij dat het voor mensen lastig is om gezonde voedselkeuzes te maken.’

Iedere dag lopen u en ik risico. We moeten ons voortbewegen in een voedselomgeving die obesitas en andere welvaartziekten in de hand werkt. Daarbij kunnen we nooit 100% zeker weten wat we precies eten. Voedselfraude en voedselschandalen vormen grote, en vaak verborgen risico’s. Het voedselsysteem is op het gebied van consumentenbescherming en voedselveiligheid hoognodig aan hervorming toe.

Obese voedselomgeving

De verantwoordelijkheid voor het maken van gezonde en veilige voedselkeuzes wordt door de overheid en het bedrijfsleven te veel en te vaak bij consumenten gelegd. En dat terwijl consumenten overgeleverd zijn aan de grillen van voedselfabrikanten en supermarkten. Deze hebben maar relatief weinig oog voor het welzijn van hun klanten. Kijk maar naar waarmee supers stunten om consumenten te lokken. 70% tot 80% van de aanbiedingen in supermarktfolders is voor ongezonde voeding en dranken. Het is niet alleen het aanbod in de supermarkt, ook buitenshuis laten horeca en kantines eenzelfde beeld zien. De totale voedselomgeving draagt er sterk aan bij dat het voor mensen lastig is om gezonde voedselkeuzes te maken.

De overheid moet verantwoordelijkheid nemen voor een gezondere voedselomgeving

Als voedselwaakhond en consumentenrechtenorganisatie voert foodwatch al jaren campagne om nationale en Europese overheden te overtuigen om ongezonde voeding duurder te maken en gezonde voeding goedkoper. Werken met belastingen (zoals een suikertaks) en subsidies (0%-BTW op groente en fruit) heeft zich in diverse Europese landen en daarbuiten allang bewezen. We eisen ook om het voedselaanbod en de aanbiedingen te reguleren en strengere wettelijke maatregelen in te stellen om de voedselomgeving te verbeteren. Verminder het aanbod van fastfood rondom scholen en ziekenhuizen! Maak duidelijk voor consumenten wat betere keuzes zijn en welke niet, middels voedselkeuzelogo’s zoals Nutri-Score voor voedingswaarden en de NOVA-score voor de mate van hoe bewerkt een voedingsmiddel is. Maak een einde aan alle kindermarketing voor ongezonde producten die buiten de nationale richtlijnen voor gezonde voeding vallen. Sta geen claims meer toe op producten die het ene beweren (zoals ‘Rijk aan vezels’), maar het andere zijn (suiker- en vetbommen).

Recht op adequaat voedsel en op gezondheid zijn mensenrechten, opgesteld door de Verenigde Naties. Overheden hebben daarbij de primaire plicht om de mensenrechten te beschermen en te bevorderen. Onze overheden moeten daarom meer werk maken en hun verantwoordelijkheid nemen voor een gezondere voedselomgeving. Ze kunnen niet langer achteroverleunen nu 55% van alle volwassenen in België overgewicht heeft en 21% aan obesitas lijdt.

Ons onveilige voedsel

Behalve de ongezonde voedselomgeving staat ook de veiligheid van het voedselaanbod – helaas – veelvuldig ter discussie. We hebben vaker gezien dat consumenten nietsvermoedend voedsel gegeten hebben waar ‘iets’ mis mee was, meestal al lang voordat er ergens in een fabriekshal of bij een overheidsinstantie de eerste alarmbel afgaat. Foodwatch roept al jaren op tot betere preventie van fraude en het voorkomen van voedselschandalen. Het eerste foodwatch-kantoor (in Duitsland) is nota bene in 2002 opgericht naar aanleiding van de gekkekoeienziekte, BSE. De gedupeerde consumenten hadden in dat voedingsschandaal geen schijn van kans; ze konden zich er niet tegen beschermen en konden zich ook niet direct op de boosdoeners verhalen. Het gebrek aan consumentenbescherming is voor alle daaropvolgende voedselschandalen nog steeds aan de orde.

In Europa hebben we sinds 2002 een algemene voedselwet, de General Food Law (EC Regulation 178/2002). Doel van de wet: het beschermen van de gezondheid van alle Europeanen en het consumentenbelang, door preventief op te treden tegen gezondheidsgevaren en misleiding op het gebied van voedsel. In de praktijk schiet het preventief optreden tegen voedselschandalen schromelijk tekort. Dit zagen we onder meer bij de Europese schandalen met paardenvlees en fipronil in eieren. Meer recent het Europese sesamzaadschandaal met ethyleenoxide. En vers op het netvlies staat de Salmonella-uitbraak in Europa die pas na maandenlang onderzoek te herleiden was naar Ferrero in België. Ons voedselsysteem is niet te vertrouwen en het is door gebrekkige wetgeving haast onmogelijk te achterhalen waar de bron van een besmetting is. 

Schandaal na schandaal tekent zich een patroon af. Het is altijd eerder ‘reactie’ in plaats van ‘preventie’: het terugroepen van producten gebeurt wanneer het al te laat is. Het duurt dagen, weken en soms zelfs dus maanden voordat er alarmbellen afgaan. Het besmette of gevaarlijke voedsel is allang gekocht en vaak al geconsumeerd. Producenten en handhavers halen schadelijke of verdachte producten weliswaar terug bij fabrieken en uit winkels, maar niet uit onze keukenkastjes en koelkasten! Daarnaast is er het probleem van zelfcontrole: de wet legt spelers in de voedselsector een verplichting tot zelfcontroles op om de veiligheid van voedselproducten te waarborgen. Wanneer een fabrikant constateert dat een levensmiddel schadelijk kan zijn voor menselijke gezondheid, is deze verplicht de bevoegde autoriteiten onmiddellijk op de hoogte te stellen. Worden deze zelfcontroles wel nauwgezet uitgevoerd? Heeft een fabrikant een gezondheidsrisico op tijd aan het licht gebracht? Is alle informatie wel aan de autoriteiten gemeld? Welke maatregelen hebben de autoriteiten genomen (of niet)? En mocht de uiteindelijke overtreder gepakt zijn: sancties schrikken niet af. Voedselschandalen komen zelden voor de rechter. Fabrikanten komen er maar al te vaak straffeloos of met lichte berispingen en relatief lage boetes mee weg. Sancties moeten wat foodwatch betreft afschrikkend zijn, zodat alle marktpartijen hun verantwoordelijkheid nemen. Tenslotte is er een schrijnend gebrek aan macht en middelen bij handhavingsinstanties: ons voedselsysteem is daardoor extra kwetsbaar voor opkomende voedselveiligheidsrisico’s.

De fundamentele veranderingen die nodig zijn kunnen alleen plaatsvinden door meer ambitieuze doelstellingen en wettelijke maatregelen vanuit nationale en Europese overheden. Zo kunnen we de negatieve gezondheidseffecten van wat we eten verminderen en de macht van voedselgiganten breken. We hebben een lange weg te gaan, maar blijven strijdbaar voor gezond, eerlijk en veilig voedsel voor iedereen.

Frank Lindner, campagneleider foodwatch

Meer lezen over wat er in fabrieksvoedsel zit en wat dat betekent voor jou? Dat doe je op weekend.knack.be/WeetWatJeEet.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content