Column

‘Ondanks haar prille leeftijd wantrouwt mijn dochter de snoeizucht van volwassenen’

Wij zijn op weg naar school, ontiegelijk vroeg in de ochtend. Buiten is het koud en donker, maar op de autoradio speelt een liedje dat ruikt naar paella en zon die op je huid brandt.

“Vind jij Spaans mooi?” vraagt mijn dochter van negen.

“Matig”, antwoord ik naar waarheid. Ik kan niet helpen dat ik het een morsige taal vind. Als ik Spaans hoor, zie ik Penélope Cruz gekke dingen doen met een revolver. Vroeger dweepte ik met zulke vrouwen, maar tegenwoordig mag het er wat rustiger aan toegaan.

“Ik hou meer van Duits”, zegt dochter tot mijn verbazing. “Neem nu het Schlieffenplan. Dat is toch prachtig?”

Ik denk aan sliep, sliep schare, dat versje waarmee wij als kind een ander kind treiterden. We wreven onze wijsvingers over elkaar alsof wij een mes slepen. Maar dochter zegt niet sliep, ze zegt Schlieffen: het plan waarmee de gelijknamige Duitse generaal meer dan een eeuw geleden de Fransen in de pan hoopte te hakken. Het schiet mij te binnen dat zij op school een voordracht moest geven over scharniermomenten in de Grote Oorlog.

“Voor de soldaten was het minder leuk”, werp ik tegen. “Het Schlieffenplan mislukte en leidde tot een loopgravenoorlog vol ratten en lijken.”

“Weet ik wel”, zegt ze. “Maar dat neemt niet weg dat ik kan genieten van het woord Schlieffen.”

Ik doe er het zwijgen toe en rijd verder. Op de radio heeft de nieuwslezer het over tanks en vliegdekschepen. Ze zijn terug van weggeweest, de krijgsverrichtingen, en volgens experts is het verweekte Europa niet in staat om zichzelf te verdedigen. Dat zou weleens kunnen kloppen. In een hippe koffiebar had ik het onlangs met een millennial over de Koude Oorlog. Zij vroeg wat dat eigenlijk doet: een atoombom. Ik voelde mij een oude witte man met in zijn kelder een geigerteller.

Intussen rijden mijn dochter en ik langs een spoorweg waar gerooide bomen zwart en weerloos op de berm liggen. “Waarom zijn die omgehakt?” vraagt zij geërgerd. Ondanks haar prille leeftijd wantrouwt zij de snoeizucht van volwassenen. “Als God bestaat,” verzuchtte ze onlangs, “dan is de mens niet zijn beste uitvinding.” Ze had net gelezen dat bijen door de luchtvervuiling de weg naar de bloemen niet meer vinden. Voor de rest is zij een vrolijk kind, dat tikkertje speelt met andere kinderen en in de vreemdste dingen schoonheid ziet.

Nadat ik haar op school heb afgezet, rijd ik terug naar huis, maal koffiebonen en googel Von Schlieffen. Ik lees dat de generaal Alfred heette en net zoals ik met twee dochters was gezegend. Op de foto kijkt hij arrogant de wereld in van boven een borst vol decoraties die bij het stappen waarschijnlijk rinkelden. Hij had de Orde van de Kroon van Wijnruit en het Grootkruis van de Rode Adelaar met Eikenloof en Zwaarden aan Ring.

Wie verzint zulke namen zonder in de lach te schieten? En waarom duurt het honderd jaar voor we sabelslepers die dood en verderf zaaien potsierlijk vinden? Tijdgenoten van Von Schlieffen die vreedzaam voor hun kinderen zorgden, zijn inmiddels zonder eikenloof vertrokken.

Gelukkig klaart de lucht op in de verte. Ik denk aan mijn dochter en beeld mij in dat ik een zweem ruik van lent

jean-paul.mulders@knack.be

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content