Satiricus Bart Verhoeven kreeg gouden raad: ‘Ik leer nu mensen met een rugzak om zichzélf te helpen’

© FILIP NAUDTS

Bart Verhoeven (35), leerkracht in het tweedekansonderwijs en de man achter de satirische website Het beleg van Antwerpen. Onlangs publiceerde hij het boek Kust mijn gluten, waarin hij de manifestatiedrang in onze maatschappij hekelt.

“Als kind was ik een subtiel ettertje. Op school had ik perfect door wie ik in mijn plaats streken kon laten uithalen, en dankzij mijn intellectuele en sociale vaardigheden kwam ik overal mee weg. Ik raakte verslaafd aan de aandacht, was ook enig kind. Maar in het middelbaar werd ik gepest, als seut die altijd hoge punten wilde. Omdat ik die ook haalde, leerde ik bovendien niet falen. Een jaar of vijf geleden zag ik bij een psycholoog in dat ik niet geïnternaliseerd heb dat het oké is om af en toe flink op uw bakkes te gaan.

Gevolg: ik werd een tiener met een instabiel zelfvertrouwen en huizenhoge manifestatiedrang. Ik wilde elke discussie winnen, domineerde anderen verbaal. Mijn briljante klastitularis in het zesde middelbaar, Dirk Aerts, zette me op mijn plaats. Dat was confronterend, maar het is zo waardevol om op die leeftijd op de waarheid gewezen te worden, wanneer je nog makkelijker kunt veranderen dan pakweg op je vijfendertigste.

Laat anderen schitteren.

In zijn lessen Nederlands, waar ik erg van hield, moesten we een groepswerk maken rond Tongkat van Peter Verhelst. Ik was gefrustreerd, want ik was ingedeeld bij twee timide gasten die niet geïnteresseerd leken in de show die ik ervan wilde maken. Mijn titularis vond het de druppel. Hij nam me apart en zei dat ik academisch, maar vooral sociaal-emotioneel zoveel meer zou bereiken als ik mijn podium deelde. ‘Laat anderen schitteren’, zei hij. Omdat ik een enorm respect voor hem had en sociale banden belangrijk vind, luisterde ik naar zijn raad. Ik zag ook wat er gebeurde eens ik die gasten niet meer overvleugelde. Ze kwamen met briljante ideeën en we maakten een schitterend groepswerk. Dat deed me zoveel deugd dat ik tot vandaag naar die raad probeer te leven.

Natuurlijk blijft mijn temperament hetzelfde. Je hoeft maar op een knopje te duwen of ik kom meteen met ideeën en vergeet te luisteren naar die van anderen. Onlangs zei mijn lief nog: ‘Moet jij nu voor alles een gouden medaille halen?’ Hard, maar haar eerlijkheid of die van mijn nuchtere ouders helpt me om minder in mijn valkuil te trappen.

De ironie is dat ik een boek schreef. Wie doet dat? Iemand met te veel ego. Maar door mijn karakter ben ik goed geplaatst om de ziekten van deze tijd te herkennen: dat intellectuele ongeduld, dat fundamentalisme van het eigen gelijk. Ze vormen de voedingsbodem voor onkunde om andere, grote problemen – oorlogen, inflatie, pandemieën – op te lossen. We zouden allemaal vaker tegen onszelf moeten zeggen: houd je snavel, luister!

Recent raakte ik er weer van doordrongen toen ik van job veranderde. Ik stond in een internationale school – goed voor mijn ego, want de school stond hoog aangeschreven en ik kon de lessen om mij laten draaien. Ik zal dat entertainende altijd hebben, maar sinds ik bewust naar het tweedekansonderwijs verhuisde, merk ik dat je veel meer voldoening krijgt als je anderen niet in de rol van figuranten duwt. Ik leer nu mensen met een rugzak, underdogs, om zichzélf te helpen en dat zijn telkens overwinningen.

Een paar jaar geleden liep ik mijnheer Aerts tegen het lijf en heb ik hem bedankt. Elkaar erkenning geven is nog een manier om niet altijd zelf in de spotlights te staan. Er gaan echt veel meer deuren open als je er niet per se als eerste of enige door moet.”

Partner Content