Column

Jean-Paul Mulders

‘Vrouwen nippen van hun cava en Arno zingt over zijn eenzame Zorro’

Jean-Paul Mulders Columnist voor Knack Weekend en schrijver

Jean-Paul Mulders mijmert in zijn column over de dingen des levens.

We zijn in de Rookzaal van de stadsschouwburg in Kortrijk, in de tijd dat zalen vernoemd werden naar gewoontes die de gezondheid kunnen schaden. Er is een hoop volk bijeen tijdens de pauze van een operettevoorstelling. De drank vloeit en onder de aanwezigen zijn hooggeplaatsten. Ik merk Michail Gorbatsjov op en Ronald Reagan. “Jongeren kennen ons niet meer”, klagen ze. “Dat is niet erg, want je kunt ons nu googelen.”

Ik zeg dat ik als student vaak speelde op een flipperkast in café De Panne. Ze deed ‘Hey, Gorbatchev!’ als je met de zilveren bal de juiste doelen raakte. Er was ook een meisje met prangende borsten, die deinden op Reet Petite van Jackie Wilson. Het is raar hoe je je deinende dingen vaak het langst herinnert.

Ik feliciteer Ronnie met het vliegdekschip dat naar hem gedoopt werd in de Nimitzklasse. Met zijn 102.000 ton waterverplaatsing behoort de USS Ronald Reagan tot de grootste oorlogsschepen ter wereld. Zijn lengte – 333 meter – is volgens complotdenkers niet toevallig het halve getal van de duivel.

Vrouwen nippen van hun cava en Arno zingt over zijn eenzame Zorro.

“Complotdenkers”, zegt Gorbatsjov smalend. “In onze tijd kon er nog een blad van een boom dwarrelen zonder dat de Illuminati of Rothschilds er volgens sommigen achter zaten. Er stond maar één maan aan de hemel en je had twee kleuren auto’s.”

Ronnie giechelt, al een beetje aangeschoten. “Mister Gorbatsjov, tear down this wall”, declameert hij dramatisch, met zijn diepe oudewittemannenstem. De wijnvlek op het voorhoofd van de Rus kleurt donker. Hij mompelt iets verongelijkts over glasnost en perestrojka.

Ik moet naar het toilet, de juffrouw daar lijkt op een genetkouste Angela Merkel. Als ik terugkom in de Rookzaal, zijn Ronnie en Michail naadloos vervangen door Poetin en Zelenski. Ze vliegen elkaar niet in de haren, maar hijsen samen vodka. “Molotov of niet,” zegt Zelenski, “cocktails zijn toch op hun best als je ze in je keelgat kunt gieten.”

“Soms denk ik aan jou als ik een ei bak”, zeg ik tegen Poetin. “Ik doe dan een deksel op de pot en zet het gas zachter. Ik douche ook minder dan vroeger. Dankzij jou ben ik spaarzamer geworden.”

“You’re welcome”, zegt hij in zuinig maar onbehaard Engels. “Het is milieuvriendelijker dan een land van de kaart vegen in tweehonderd seconden. Je moet raar in elkaar zitten om over zoiets op te scheppen.”

Ik zeg dat ik al bang ben om met de auto een kat omver te rijden.

In de Rookzaal is de rook inmiddels te snijden. Vrouwen nippen van hun cava en Arno zingt over zijn eenzame Zorro. Poetin is niet onder de indruk. “Mijn land,” klopt hij zich op de borst, “heeft Tolstoj voortgebracht, Rachmaninov en Pantserkruiser Potemkin.”

“A8-B8, pantserkruiser gezonken”, zegt Zelenski schalks. Poetin lacht groen. In het echt zijn de twee kleiner dan op televisie.

Ik wil nog iets zeggen als er plots een bel begint te rinkelen. De pauze is voorbij. Sigaren worden gedoofd, glazen haastig leeggedronken. Het tweede deel van de operette staat op het punt aan te vangen.

Ik schrik wakker in de boze droom over oorlog waaruit ik als kind vaak ontwaakte. Ik mis de opluchting die ik dan voelde.

Het is te lang geleden dat ik flipperde.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content