Pubers en adolescenten bekommeren zich soms meer om hun uiterlijk dan goed is. Jongeren tussen 12 en 18-19 jaar die zichzelf lelijk vinden, lopen de grootste kans te kampen met een eetstoornis.

Marianne Meire

De helft van de meisjes van 16 en 17 jaar is ontevreden over zijn voorkomen en lichaamsgewicht. Hoewel ze volgens gegevens van het medisch schooltoezicht objectief gezien helemaal niet te dik zijn. Magerzucht en vraatzucht, of anorexia en boulimia nervosa, mogen dan vooral de damesbladen halen, dit gedrag is ook vrij typisch voor de puberteit ; 90 tot 95 % van de eetstoornissen komen voor bij meisjes en vrouwen. Volgens psychiater professor Walter Vandereycken (K.U. Leuven) ligt de verklaring deels in de maatschappelijke druk die op vrouwen wordt uitgeoefend om er aantrekkelijk uit te zien. Hun ideale lichaamsgewicht, althans zoals de media het naar voor schuiven, is de laatste decennia met ongeveer 15 kg gedaald ! Dat heeft ook een weerslag op jongeren.

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat 50 tot 80 % van alle 13-jarige meisjes ooit een dieetpoging heeft ondernomen, en dat 75 % let op wat zij eten en hun voedselinname ook beperken. De Belgische cijfers zijn misschien minder spectaculair maar zeker niet minder verontrustend. Uit recent onderzoek van schoolgaande jongeren in het Gentse blijkt dat 21 % van de meisjes gewichtsproblemen ervaart, en 17 % last heeft met eten ; 54 % heeft de indruk de controle te verliezen over het eten, 8 % gebruikt laxeermiddelen, 5 % braakt af en toe met de bedoeling gewicht te verliezen, en 6 % telt dagelijks calorieën. De meisjes van 15 tot 18 jaar vertonen meer van dit risicogedrag dan de jongere groep van 13 tot 15 jaar. Maar van alle Belgische meisjes tussen 12 en 18 jaar is toch gemiddeld 1 op 100 anorexiapatiënt, terwijl 3 meisjes op 100 boulimia nervosa vertonen. Dit probleemgedrag komt tienmaal minder vaak voor bij jongens : respectievelijk 1 en 3 op 1000. Nochtans toont onderzoek in Limburg aan dat naast de helft van de meisjes, ook 25 % van jongens van 16-17 jaar ontevreden zijn over hun uiterlijk. Maar in tegenstelling tot de meisjes vinden die zichzelf eerder te mager, of niet atletisch genoeg. Zij zullen dan ook eerder proberen om hun lichaam met sporten en fysieke inspanning te veranderen. Vrouwen en meisjes die iets aan hun uiterlijk willen doen, wijzigen in eerste instantie hun eetgedrag.

Professor Vandereycken : ?Het ideale vrouwenlichaam wordt voortdurend in verband gebracht met eten. Mannen krijgen verwijzingen naar sport, fitness, kracht en inspanning. Dat verklaart al grotendeels waarom jongens veel minder dan meisjes last krijgen van eetstoornissen.?

Anorexia nervosa komt van het Grieks en betekent letterlijk een gebrek aan eetlust van nerveuze, lees psychische aard. Boulimia komt ook uit het Grieks en betekent honger als een rund. Op zich dus geen probleem. Maar ook boulimia wordt afwijkend met het adjectief nervosa en bijgevolg de medische betekenis van een stoornis.

Hoe paradoxaal het ook lijkt, mager- en vraatzucht ontstaan beide uit de doorgedreven drang om slank te zijn, zelfs al worden hierdoor de grenzen van de normale lichamelijke gezondheid overschreden. Het begint meestal als een onschuldig dieet dat aanvankelijk aan de opmerkzaamheid van de meeste ouders ontsnapt. Jongeren doen op die leeftijd wel meer eigenwijze en zelfs vreemde dingen. Het dieet groeit uit tot een eetstoornis als het mager zijn de emoties en het eigenbeeld gaat beheersen. Daarom worden magerzucht en vraatzucht met verslaving vergeleken : de betrokkene kijkt niet langer naar de gevolgen van dit abnormale gedrag, en gaat er ondanks waarschuwingen, nadelen, en bijwerkingen gewoon mee door.

Volgens Vandereycken is de kern van het probleem dat iemand die naar anorexia neigt van het vermageren zo’n prestatie maakt dat elke bevrediging, elk genoegen alleen nog uit die ene kilo minder kan worden gehaald. De minste misstap, elk kilootje dat er eventueel weer aankomt, wordt onmiddellijk hersteld door er nog harder tegenaan te gaan. Een ?normale? diëter staat zichzelf regelmatig uitzonderingen toe en geniet daar zelfs van. Een anorexiapatiënt niet.

Boulimia nervosa is nog ongezonder dan anorexia. Ook deze eetstoornis ontstaat uit een poging om te vermageren, maar manifesteert zich bij jongeren die niet kunnen doorzetten. Zij kennen ogenblikken van zwakte waarop zij zich volvreten. Omdat vermageren ook voor hen een obsessie is, moeten zij de misstap nadien wel ?goedmaken?. Daar hebben ze allerlei trucs voor. Na hun braspartij gaan ze onmiddellijk braken of ze gebruiken laxeer- en afslankingsmiddelen. Ouders hebben er meestal geen idee van dat hun kinderen deze vrij te krijgen producten innemen.

Walter Vandereycken : ?Een opvallend verschil tussen anorexia- en boulimiapatiënten is dat de eerste ervoor uitkomen, terwijl de tweede juist met alle middelen proberen te verbergen dat zij zich laten gaan. Hun gedrag is stiekem, zij kopen snoep en verstoppen het, of ze plunderen de kast ’s nachts. De vraatzuchtige droomt ervan om ooit anorexiapatiënt te zijn. De anorexiapatiënt gruwt van de gedachte om ooit een boulimiapatiënt te worden. Maar allebei zijn ze evenzeer geobsedeerd door de slanke lijn.?

Lopen alle lichaamsbewuste meisjes evenveel risico om een eetstoornis te ontwikkelen ? Uiteraard niet, er zijn een aantal risicofactoren.

De eerste zijn van sociale aard : meisjes die in een omgeving leven waar slank zijn of het hebben van een ideaal lichaam voortdurend wordt benadrukt. Waar het lichaam een belangrijk instrument is. Bijvoorbeeld de sport-, dans- en modewereld.

Ten tweede zijn er familiale risicofactoren. In gezinnen met (eventueel erfelijke) zwaarlijvigheid, is de dochter misschien bang dat ze zo dik wordt als haar moeder. Ofwel was ze als kind te dik en valt ze in de puberteit in een ander extreem, namelijk dat van de anorexia nervosa. Vooral deze risicofactor lijkt nogal vaak voor te komen. Mollige meisjes die zich zorgen beginnen te maken over hun uiterlijk, verdienen dan ook extra aandacht. Andere familiale risicofactoren zijn ernstige gezinsmoeilijkheden die via het eten een uitweg krijgen. Eten wordt dan een wapen, niet eten staat gelijk met hongerstaking. Zo zouden conflicten rond afhankelijkheid en autonomie, en relationele problemen of bindingsproblemen van één ouder tegenover het kind een rol spelen in het ontstaan van eetstoornissen.

Ten derde zijn er individuele risicofactoren die vooral met persoonlijkheid hebben te maken. Het gaat dan hoofdzakelijk om jongeren die geneigd zijn om zichzelf minderwaardig te vinden en in combinatie daarmee perfectionistisch en prestatiegericht zijn.

Waar kunnen verontruste ouders op letten ? Wie aan anorexia nervosa denkt, ziet het stereotiepe beeld van een bonenstaak. Maar er zijn heel wat meisjes in het beginstadium van een eetstoornis die daar nog niet aan beantwoorden. Ze zijn nog niet erg afgevallen, alhoewel ze zich het gedachtengoed van de anorexiapatiënt wel hebben eigengemaakt. Ze zijn al geobsedeerd door vermageren. Walter Vandereycken : ?Een aantal karakteristieken kunnen we meteen thuisbrengen. Jongeren met anorexia trekken zich letterlijk terug van tafel en verzinnen allerlei uitvluchten om vooral niet samen met de andere gezinsleden te moeten eten. Ten tweede verandert ook hun stemming. Je verwacht dat iemand die succesvol vermagert, daar blij om is. Een anorexiapatiënt is nooit tevreden. Alles wat niet perfect is, wordt als persoonlijk falen beschouwd. Zo iemand wordt prikkelbaar. Zij trekken zich ook geleidelijk aan terug uit het sociale leven. Dat zijn de drie belangrijkste alarmsignalen. Misschien valt het ouders niet meteen op omdat pubers sowieso moeilijk doen. Maar met deze meisjes gaan de moeilijkheden altijd over eten. En dat zou in principe wel moeten opvallen. Een puber of een adolescent die afzonderlijk wil eten, zelf kookt of inkopen doet, steeds commentaar heeft op wat op tafel komt, zogezegd al elders heeft gegeten of vandaag weer net geen trek heeft, dat moet een belletje doen rinkelen.?

Omdat jongeren met magerzucht zich aanvankelijk zo supernormaal voordoen, worden sommigen eerst nog door hun nietsvermoedende ouders aangemoedigd. Zeker die meisjes die terecht wat aan hun uiterlijk willen doen. Denk maar aan een moeder die vol afgunst naar haar dochter kijkt, die er wel in slaagt om overtollige kilo’s kwijt te raken. In het begin van hun vermageringskuur beschikken de meisjes nog over hun volle energie en presteren ze op school en in de sport ook meestal zeer goed. Pas na verloop van tijd begint de roofbouw en eist hun gewichtsverlies een tol van hun lichamelijke en geestelijke gezondheid. Veel ouders schrikken zich een hoedje als ze hun dochter in de zomer uit de kleren zien gaan.

De gevolgen van anorexia en boulimia nervosa zijn niet te onderschatten. Een misvatting die nog bij vele ouders maar ook bij hulpverleners leeft, is dat de drang om te diëten er wel uitgroeit. Dit klopt volgens Vandereycken voor zover de eerder genoemde alarmsignalen niet aanwezig zijn. Of als het kind ook echt te dik is en gewoon wat wil afvallen. Maar het is onverstandig om het probleem te minimaliseren als het dieetgedrag uitbreidt naar sociaal disfunctioneren, prikkelbaarheid en gezondheidsproblemen.

Een puber of adolescent die kost wat kost wil lijnen, houdt u maar beter in de gaten. Vooral een jongere die al duidelijk anorexia of boulimia nervosa heeft, mag niet meer worden losgelaten. De gezondheidsproblemen op langere termijn zijn zeer ernstig. Walter Vandereycken : ?Pubers en adolescenten groeien nog. Door in deze cruciale groeiperiode te vermageren, veroorzaken zij grote lichamelijke veranderingen. Algemene ondervoeding heeft niet alleen een weerslag op de buitenkant van het lichaam. Alle organen binnen in het lichaam vermageren en lijden mee. Een typische bijwerking van mager- en vraatzucht is het uitblijven van de menstruatie. Ouders merken dat meestal niet op. Zij die het wel zien, moeten hun dochter niet meteen naar de gynaecoloog sturen om een voorschrift voor de pil die dat euvel moet verhelpen. Ze moeten zich wel afvragen of er een verband is met het veranderende lichaamsgewicht van hun dochter en met haar moeilijk gedrag rond eten. Wat zij zien, wijst op een eetprobleem.?

De productie van vrouwelijke en groeihormonen kan zelfs helemaal stilvallen, waardoor groeistilstand of -achterstand ontstaat. Jonge meisjes behouden hun kinderlichaam en beginnen helemaal niet te menstrueren. Langdurig gebrek aan vrouwelijke hormonen en slechte voeding kunnen ook aanleiding geven tot ernstige vormen van botontkalking, en zelfs een slecht gebit komt meer dan eens voor. Boulimiapatiënten, die niet alleen hongeren maar ook nog vaak braken, doen zichzelf nog meer onrecht aan. Bij elke kotsbeurt verliezen ze een aantal stoffen die zeer belangrijk zijn voor de nier- en hartfuncties.

Vandereycken : ?Gewoonlijk zullen meisjes die extreem lijnen ook nog intensief sporten. Zij peigeren zich af terwijl ze zich ondervoeden. Deze combinatie is absoluut nefast. Zij krijgen last van hartritmestoornissen, nierproblemen en vallen flauw door plotse bloeddrukdaling. Ze nemen deze problemen bovendien zelden ernstig. Wanneer ze tijdig geholpen worden, maken ze een goede kans op herstel. Als we hen laten begaan, zullen ze zich steeds verder bekwamen in ontwijkingsgedrag. Dit groeit er niet meer uit.?

Jongeren met ernstige eetstoornissen gaan er ondanks gezondheidsproblemen mee door, omdat zij iets uit hun gedrag halen waardoor diëten niet langer een middel maar een doel is. Mager zijn wordt een levensdoel.

Walter Vandereycken : ?Zet vijf anorexiapatiënten op een rijtje, en je vindt vijf verschillende motieven. Het kan gaan om ernstige persoonlijkheidsproblemen. Geloven dat mager zijn je geliefder maakt, omdat je bewijst dat je tot een grote prestatie in staat bent. Jij kunt iets dat een ander niet kan. En dit geloof verheft je boven je minderwaardigheidscomplex. Maar ik heb ook meisjes gezien die zich met hun magerzucht onaantrekkelijk wilden maken om verder seksueel misbruik te voorkomen, of om te vermijden dat na een onaangename seksuele ervaring iemand hen nog zou benaderen. Een ander motief is het verzet tegen volwassen worden : meisjes die hun kinderlichaam willen behouden. De kunst van de therapie die de magerzucht moet oplossen, is dan ook verder te kijken dan de verpakking die het vasten is en te zoeken waarom iemand zo krampachtig vasthoudt aan mager zijn. Zoveel motieven als er zijn, zoveel behandelingen moeten er ook bestaan.?

Of iemand met een eetstoornis ook weer van de obsessie afraakt, hangt af van hoe snel de diagnose wordt gesteld en van hoe snel de behandeling wordt ingezet. Vóór 18 jaar is de kans op genezing 100 %. Als de anorexia of boulimia na die leeftijd blijft bestaan, wordt het moeilijk. Jonge patiënten hebben de beste kansen. Gelukkig lijken ouders maar ook het medisch schooltoezicht tegenwoordig alerter voor het eetgedrag van kinderen, en dus ook voor eetstoornissen. Zij blijven de eersten die verdachte signalen kunnen opvangen, en die kunnen ingrijpen.

Niet alle patiënten raken helemaal van hun zelfdestructieve gedrag af. Zelfs iemand die zogezegd genezen is, kan door of in bepaalde omstandigheden hervallen. Een klassiek verschijnsel is het jonge meisje dat op kot gaat en daar hervalt in lijngedrag dat nog erger is dan haar oude magerzucht. Zij wordt geconfronteerd met psychologische en sociale veranderingen, de druk om te presteren wordt groter en ze verliest zichzelf opnieuw in haar eetstoornis. Vaak evolueert zij van anorexia naar boulimia. De controle van het gezin is immers weggevallen en er zit geen enkele structuur of stabiliteit meer in haar eten. Helaas worden zij in deze gevaarlijke vicieuze cirkel nog een handje geholpen door een aantal externe factoren.

Vandereycken : ?Het voortdurend benadrukken van slankheid als schoonheidsideaal heeft meer dan één betekenis. Wie slank is, is niet alleen mooi, maar heeft ook een sterk karakter en is in staat aan de verleiding van eten te weerstaan. Het zijn vrouwen met succes, ze maken carrière. Zij beantwoorden aan een prestatiebeeld. Schotel deze combinatie voor aan meisjes en vrouwen met een laag zelfvertrouwen en een negatieve eigendunk, en je voedt een potentiële eetstoornis.?

Voor de mannen hoeven ze het eten nochtans niet te laten. Vinden die een vrouw met kinderlijke vormen eigenlijk wel aantrekkelijk ? Vraag een puber van 14 wie de leukste meid van z’n klas is en hij neemt zeker die ene met borsten. Vraag de doorsnee man wat hij sexy vindt en hij beschrijft een vrouw met rondingen.

Vandereycken : ?Het slankheidsideaal is zeker niet opgelegd door mannen, zelfs niet in de modewereld. Vrouwen zijn het hardst voor mekaar en ze zijn ook het hardst voor zichzelf. Opmerkingen over eten of snoepen, en kritiek op lichaamsvormen komt van vrouwen zelf.?

De media spelen hun onmiskenbare rol in de slankheidscultuur, maar er is meer.

Walter Vandereycken : ?Zelfs de overheid heeft onrechtstreeks schuld. In België wordt overal vrij reclame gemaakt voor afslankingsmiddelen, vervangmaaltijden, allerlei natuurproducten en pillen voor vermageringskuren. Wie dit aanbod volgt, zet veel gemakkelijker de daadwerkelijke stap. Onze buurlanden verwijten ons terecht dat wij veel te laks omspringen met het aanbod aan vermagerings- en laxeerpillen. Ik heb trouwens de indruk dat deze producten nogal gemakkelijk worden voorgeschreven zonder dat wordt stilgestaan bij mogelijke misbruiken.?

Partner Content