Ik wil 's avonds fysiek uitgeput zijn. Anders heb ik nog te veel energie in mijn lijf en maalt mijn hoofd te hard om goed in slaap te kunnen vallen. Elke ochtend storm ik het bed uit om zoveel mogelijk te kunnen doen, tot de batterij leegloopt. Als kind had ik dat al. In tegenstelling tot mijn broers hielp ik thuis graag met houthakken en stallen uitmesten. Ik werd vaak uit de klas gezet omdat ik te druk was. Dan moest ik buiten rondjes gaan lopen. Ik geef toe, soms deed ik dingen waar leerkrachten niet zo blij om waren.
...

Ik wil 's avonds fysiek uitgeput zijn. Anders heb ik nog te veel energie in mijn lijf en maalt mijn hoofd te hard om goed in slaap te kunnen vallen. Elke ochtend storm ik het bed uit om zoveel mogelijk te kunnen doen, tot de batterij leegloopt. Als kind had ik dat al. In tegenstelling tot mijn broers hielp ik thuis graag met houthakken en stallen uitmesten. Ik werd vaak uit de klas gezet omdat ik te druk was. Dan moest ik buiten rondjes gaan lopen. Ik geef toe, soms deed ik dingen waar leerkrachten niet zo blij om waren. Kinderen mogen tegenwoordig niet meer buiten de lijntjes kleuren. Ze worden in een hokje gestopt, opgedeeld in denkers en doeners. Jonge mensen krijgen geen ruimte om hun eigen weg te vinden en worden daar ongelukkig van. Ik wist pas op mijn 24ste welke richting ik uit wou. Niemand oefent nu nog zijn hele leven lang dezelfde job uit, en toch zijn onze scholen nog altijd op het oude model afgestemd. Er rest enkel nog de mainstream. De diversiteit aan beroepen is verdwenen. Waar zijn de pottenbakkers gebleven waar mijn gemeente Raeren vroeger om bekendstond? Doe het gewoon, hoorde ik zowel van mijn vader als van mijn stagemeester Casimir. Ga gerust een grens over. Als het mislukt, kun je nog altijd een stap terugzetten. Toen ik een manier zocht om boomstammen zonder machine uit te hollen, ontdekte ik een oude methode, waarbij je brandende kolen in boomstronken legt en ze vervolgens uitschraapt. Zo kwam ik op het idee om die brandtechniek voor krukjes te gebruiken. Casimir was onder de indruk en moedigde me aan om daarin verder te gaan, ook al leek het misschien een gek idee. Van verbrand hout brokkelen natuurlijk weleens stukjes af. Vinden gebruikers dat lastig? Een stofzuiger brengt nochtans snel redding. Ik wil niet dat praktische overwegingen mijn artistieke keuzes overrulen. Gelukkig slaag ik er steeds beter in om mensen te doen inzien dat een spleet in hout bijvoorbeeld heel mooi en bijzonder kan zijn. Mijn voorkeur gaat uit naar massief hout, omdat ik de boom nog in het meubel wil zien. Hout is mijn favoriete materiaal, omdat ik dan na een dag werken al resultaat zie. Voor mijn eindwerk probeerde ik steen te bewerken in de stijl van beeldhouwer Constantin Brâncusi, maar dat ging niet snel genoeg vooruit. Het mooie aan vrienden is dat je samen groeit. Toen ik aan de Academie Beeldende Kunsten in Maastricht studeerde, ontstond er een clubje vrienden. Een bont gezelschap van fotografen, tekenaars en designers. Curator Jan Boelen stimuleerde ons om al tijdens de opleiding met onze creaties naar buiten te stappen, omdat zoiets belangrijk is voor je ontwikkeling. Met onze vriendenkliek creëerden we exposities. We kenden geen angst. Was een werk nog niet perfect? Geen probleem. Het was zaak de flow te volgen en de energie waarin iets ontstaat niet verloren te laten gaan. Minder is meer. Ik ben niet de eerste die dat zegt. Wanneer gaat dat nu eindelijk eens doordringen? Ik vind onze wegwerpmaatschappij en de massaproductie zo onlogisch. De mens vormt een eenheid met de natuur en toch trekt de maatschappij ons daar helemaal van los. Toen ik studeerde, waren recyclage en cradle-to-cradle de toverwoorden. Bullshit vind ik dat, want daarmee laat je de productie gewoon doorlopen. Hetzelfde verhaal nu met de elektrische wagens. Die zijn niet de oplossing, want ook daar worden megafabrieken voor gebouwd. Aan het streven naar groei en luxe komt geen einde, terwijl het ook anders en kleinschaliger kan. Ik heb nooit begrepen waarom mensen het platteland verlaten om in een stad te gaan werken en wonen. Dat is geen verbetering. In een stad loopt iedereen er nors bij. Toen ik een tijdje in Brussel woonde, stond ik soms uren in de file als ik schoenen wilde kopen. Ik heb veel ruimte nodig, en liefst niet te veel mensen rondom mij. Als ik bezoek krijg in mijn werkplaats, ben ik meteen opgefokt. Op vrijdagen wil ik niemand zien. Dan wil ik hier in mijn eentje nadenken en prutsen. Daar heb ik echt nood aan.