Waar zonet de eerste buitenlandse Fosbury & Sons de deuren opende, werd tien jaar geleden nog bloed geprikt en werden gipsverbanden geplaatst: het Prinsengrachtziekenhuis in Amsterdam. Vandaag kruis je er geen bezorgde patiënten meer, maar lopen freelancers en werknemers van start-ups en kmo's zoals Blendle, Ace&Tate of Tony Chocolonely er vrolijk binnen en buiten. De 140 jaar oude operatiekamers en herstelruimtes werden omgetoverd tot vergaderzalen, werkplekken, bibliotheken en een restaurant. Vaak met een spectaculair zicht op binnentuinen, het water of het Rijksmuseum. Opnieuw het werk van de Antwerpse interieurarchitecten van Going East.

'Prinsengracht' heet de plek, intussen de vijfde vestiging van Fosbury & Sons na 'Harmony' in Antwerpen, 'Boitsfort', 'Albert' en 'Alfons' in Brussel. Later volgen nog openingen in Antwerpen, Den Haag, Gent, Amsterdam Westerdok en Valencia. Goed voor zeven nieuwe locaties. 'Het was van in het begin het plan om het concept ook in het buitenland uit te rollen', vertelt Stijn Geeraets die samen met Maarten van Gool en Serge Hannecart in 2016 Fosbury & Sons boven de doopvont hield. 'Antwerpen was een test. Toen we zagen dat wat we aanbieden waardevol was, wisten we meteen dat we ons niet enkel tot de Belgische markt wilden beperken.'

Het nieuwe Fosbury & Sons-gebouw aan de Prinsengracht., Francisco Noguiera
Het nieuwe Fosbury & Sons-gebouw aan de Prinsengracht. © Francisco Noguiera

McDonalds

Toch is de kantorenmarkt veroveren als Belgische speler niet de ambitie van het trio. 'We willen geen typisch Belgische aanpak implementeren of opdringen. We zijn geen McDonalds die overal hetzelfde doet. Daarvoor hechten we teveel belang aan het lokale karakter en de unieke omgeving van de locaties waar we landen. Je kunt in een stad je lievelingscafé hebben, of restaurant. Wij willen het favoriete kantoor worden. Een plaats waar locals iedere dag opnieuw naartoe trekken omdat ze er vooral graag vertoeven. Dat is onze missie.'

Die locaties boden zich tot nu toe eerder toevallig aan. Na een ontmoeting en de nodige klik. In Amsterdam nam Lennart Rottier, die vijf jaar geleden met zijn vastgoedbedrijf Millten het Prinsengrachtziekenhuis opkocht, het voortouw. 'Oorspronkelijk wilden we een clubhuis oprichten. Een plek in het centrum van Amsterdam waar verschillende bedrijven onderdak konden vinden. Toen ik Fosbury & Sons twee jaar geleden in Antwerpen leerde kennen, wist ik meteen dat we dit niveau zelf nooit zouden kunnen evenaren. Het volstaat niet om een koffiebar te installeren om een coworkingplek met zo'n allure te creëren.'

De binnenkant van het gebouw, opnieuw vormgegeven door Antwerpse interieurarchitecten van Going East., Francisco Noguiera
De binnenkant van het gebouw, opnieuw vormgegeven door Antwerpse interieurarchitecten van Going East. © Francisco Noguiera

Hospitalitysaus

Net als in België rijzen ook in Amsterdam coworklocaties en shared offices als paddenstoelen uit de grond. WeWork, Spaces en Soho House zijn er al een jaar of twee actief. Geeraets: 'Toch krijgen we van buitenlandse gasten vaak de reactie: dit hebben we nog niet. Andere spelers richten zich vooral op het verhuren van kantoren en werkplekken, voor ons staan de mensen die bij ons komen werken centraal. We willen een antwoord bieden op wat ze nodig hebben om hun job goed te kunnen doen. Zorgen weghalen, problemen oplossen en dagelijks welzijn aanbieden. Zoals op hotel of restaurant. Het hospitalitysausje dat we bovenop onze werkplekken aanbieden, maakt ons anders dan de rest.' 'Een mooie omgeving creëren is één ding', vult van Gool aan, "maar de echte meerwaarde zie ik eerder in de interne organisatie die we volledig voor onze rekening nemen.'

De binnenkant van de nieuwe Fosbury & Sons in Amsterdam., Francisco Noguiera
De binnenkant van de nieuwe Fosbury & Sons in Amsterdam. © Francisco Noguiera

Van de ene vastgoedopportuniteit naar de andere springen vormt geen leidraad voor de verdere internationale groei van Fosbury & Sons. 'Iedere locatie leert ons iets over het summum dat we willen bereiken. Actief op zoek gaan naar de plek waar we dat kunnen realiseren, wordt dan ook de volgende stap. Maar dat is nog toekomstmuziek. Eerst die zeven volgende openingen realiseren.'

Waar zonet de eerste buitenlandse Fosbury & Sons de deuren opende, werd tien jaar geleden nog bloed geprikt en werden gipsverbanden geplaatst: het Prinsengrachtziekenhuis in Amsterdam. Vandaag kruis je er geen bezorgde patiënten meer, maar lopen freelancers en werknemers van start-ups en kmo's zoals Blendle, Ace&Tate of Tony Chocolonely er vrolijk binnen en buiten. De 140 jaar oude operatiekamers en herstelruimtes werden omgetoverd tot vergaderzalen, werkplekken, bibliotheken en een restaurant. Vaak met een spectaculair zicht op binnentuinen, het water of het Rijksmuseum. Opnieuw het werk van de Antwerpse interieurarchitecten van Going East.'Prinsengracht' heet de plek, intussen de vijfde vestiging van Fosbury & Sons na 'Harmony' in Antwerpen, 'Boitsfort', 'Albert' en 'Alfons' in Brussel. Later volgen nog openingen in Antwerpen, Den Haag, Gent, Amsterdam Westerdok en Valencia. Goed voor zeven nieuwe locaties. 'Het was van in het begin het plan om het concept ook in het buitenland uit te rollen', vertelt Stijn Geeraets die samen met Maarten van Gool en Serge Hannecart in 2016 Fosbury & Sons boven de doopvont hield. 'Antwerpen was een test. Toen we zagen dat wat we aanbieden waardevol was, wisten we meteen dat we ons niet enkel tot de Belgische markt wilden beperken.'Toch is de kantorenmarkt veroveren als Belgische speler niet de ambitie van het trio. 'We willen geen typisch Belgische aanpak implementeren of opdringen. We zijn geen McDonalds die overal hetzelfde doet. Daarvoor hechten we teveel belang aan het lokale karakter en de unieke omgeving van de locaties waar we landen. Je kunt in een stad je lievelingscafé hebben, of restaurant. Wij willen het favoriete kantoor worden. Een plaats waar locals iedere dag opnieuw naartoe trekken omdat ze er vooral graag vertoeven. Dat is onze missie.'Die locaties boden zich tot nu toe eerder toevallig aan. Na een ontmoeting en de nodige klik. In Amsterdam nam Lennart Rottier, die vijf jaar geleden met zijn vastgoedbedrijf Millten het Prinsengrachtziekenhuis opkocht, het voortouw. 'Oorspronkelijk wilden we een clubhuis oprichten. Een plek in het centrum van Amsterdam waar verschillende bedrijven onderdak konden vinden. Toen ik Fosbury & Sons twee jaar geleden in Antwerpen leerde kennen, wist ik meteen dat we dit niveau zelf nooit zouden kunnen evenaren. Het volstaat niet om een koffiebar te installeren om een coworkingplek met zo'n allure te creëren.' Net als in België rijzen ook in Amsterdam coworklocaties en shared offices als paddenstoelen uit de grond. WeWork, Spaces en Soho House zijn er al een jaar of twee actief. Geeraets: 'Toch krijgen we van buitenlandse gasten vaak de reactie: dit hebben we nog niet. Andere spelers richten zich vooral op het verhuren van kantoren en werkplekken, voor ons staan de mensen die bij ons komen werken centraal. We willen een antwoord bieden op wat ze nodig hebben om hun job goed te kunnen doen. Zorgen weghalen, problemen oplossen en dagelijks welzijn aanbieden. Zoals op hotel of restaurant. Het hospitalitysausje dat we bovenop onze werkplekken aanbieden, maakt ons anders dan de rest.' 'Een mooie omgeving creëren is één ding', vult van Gool aan, "maar de echte meerwaarde zie ik eerder in de interne organisatie die we volledig voor onze rekening nemen.'Van de ene vastgoedopportuniteit naar de andere springen vormt geen leidraad voor de verdere internationale groei van Fosbury & Sons. 'Iedere locatie leert ons iets over het summum dat we willen bereiken. Actief op zoek gaan naar de plek waar we dat kunnen realiseren, wordt dan ook de volgende stap. Maar dat is nog toekomstmuziek. Eerst die zeven volgende openingen realiseren.'