Nostalgie op het spoor: van Wenen naar Triëst via de Südbahn

De Südbahn liep in de vroege dagen van de spoorweggeschiedenis van Wenen naar Triëst – van de sierlijke hoofdstad naar de strategische havenstad van het Habsburgse Rijk. Trein mee over de allereerste spoorlijn op de Werelderfgoedlijst.

Een drukte vanjewelste is het onder de glazen luifel; Fordjes en Mercedessen rijden af en aan met voorname gasten, van Freud, Klimt, Loos, Moser en Mahler tot keizers, koningen, gemalinnen en prinsenkinderen. Tegen zonsondergang vloeit de champagne en wordt er geflirt op het dakterras bij een onwaarschijnlijk alpenpanorama. In het restaurant tafelt men onder kroonluchters bij de klanken van een strijkkwartet. Rond de vorige eeuwwisseling is het Südbahnhotel misschien wel het exclusiefste hotel van het Habsburgse Rijk. Hier vond filmmaker Wes Anderson de inspiratie voor zijn met vier Oscars bekroonde kaskraker, The Grand Budapest Hotel.

De Semmeringbahn is de oudste normaalsporige bergspoorlijn ter wereld.

In 1882 is het Südbahnhotel in de Oostenrijkse Alpen een wereldwonder van moderne luxe: de kamers zijn voorzien van elektriciteit, centrale verwarming en badkamers met stromend water. Het hotel beschikt over een telegrafiekantoor, kapsalon en verwarmd zwembad. Sissi verblijft hier voor een ‘ligkuur’; de keizerin brengt haar tijd vooral door op het zonneterras. Alras is het hotel te klein en verrijst er een nieuw hoofdgebouw met salons, feestzalen, een bibliotheek, een Bierstube en een bioscoop. Het aantal kamers wordt uitgebreid van 60 naar 350. Het grand hotel lijkt met zijn okergele vakwerkgevel, balkons, groen pannendak en torentjes veel op een sprookjeskasteel.

De ‘20-Schilling-Blick’ biedt uitzicht op de Semmeringbahn en sierde ooit een Oostenrijks bankbiljet.
De ‘20-Schilling-Blick’ biedt uitzicht op de Semmeringbahn en sierde ooit een Oostenrijks bankbiljet. © Sander Groen

De piccolo’s van weleer zijn nergens te bekennen; het Südbahnhotel is uitgestorven. De hoge ramen zijn vies, in het stucwerk zitten gaten en de letters vallen van de gevel – van ‘SÜDBAHN-HOTEL’ rest alleen nog ‘HOTE’ en een halve L. Van de uitgestrekte hoteltuin, waar men ooit kon golfen, tennissen, schaatsen, skiën en bobsleeën, blijft niets over. Na de hoogtijdagen ging het vanaf de jaren 50 bergafwaarts en in 1976 ging de eikenhouten draaideur op slot. Na decennia van leegstand wil een nieuwe eigenaar het Südbahnhotel met 120 kamers, een nostalgische ambiance en modern comfort heropenen. In 2025 moet het klaar zijn.

Hoog, rijd omhoog

Het Südbahnhotel in Semmering dankt zijn bestaan aan een ander wereldwonder: de Südbahn of Zuiderspoorweg, die halverwege de 19de eeuw werd aangelegd van de hoofdstad naar de voornaamste havenstad van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Die spectaculaire spoorlijn is nooit gesloten, integendeel, het is de op een na drukst bereden spoorlijn van Oostenrijk. Toch beleeft ook de Südbahn nu een renaissance; voor het eerst in decennia rijdt er sinds 2021 weer een dagelijkse rechtstreekse trein over het hele traject, van Wenen via Graz en Ljubljana naar Triëst – een reis van negen uur via de oudste grote bergspoorlijn ter wereld.

De Semmeringbahn, 41 kilometer lang, kent bijna geen recht stuk; vanuit de lucht lijkt het net een kronkelende spaghettisliert.

Stipt om twee voor acht in de ochtend begint de trein te rollen. De Weense buitenwijken liggen al snel achter ons en de Wiener Alpen komen in beeld, eerst in de verte, terwijl de spoorlijn kaarsrecht en gestaag stijgend over het Steinfeld loopt, maar dan steeds dichterbij. De bergpret kan beginnen. Tijdens de volgende vijfentwintig kilometer wordt vijfhonderd meter hoogteverschil overwonnen. Na een uur passeren we Gloggnitz, de trein mindert vaart en het spoor begint te slingeren. Dit deel van de Südbahn duurt drie kwartier en is zo spectaculair dat het zijn eigen naam heeft – vooral dankzij de Semmeringbahn is dit de mooiste treinreis van Oostenrijk.

Het Südbahnhotel in Semmering sloot in 1976 en moet in 2025 heropenen als luxehotel.
Het Südbahnhotel in Semmering sloot in 1976 en moet in 2025 heropenen als luxehotel. © Sander Groen

Elektrische slang

Oostenrijk lag nog aan zee toen de Südbahn werd aangelegd. De spoorlijn verbond hoofdstad Wenen met havenstad Triëst, maar ontsloot en passant ook een fraai alpenlandschap. Zo groeide Semmering na de opening van de spoorlijn uit van een alpengehucht tot een glamoureus Luftkurort met frisse berglucht, grand hotels, zwembaden, skiliften en een casino – de favoriete weekenduitstap van welgestelde Weners. Tegenwoordig is Semmering bevoren in de tijd. Een gek dorp is het, zonder echt centrum, het is meer een verzameling van deels leegstaande hotels, villa’s en huizen aan kriskras over het landschap gedrapeerde wegen.

Wenen is het zwierige startpunt van de koninklijk-keizerlijke Südbahn naar Triëst.
Wenen is het zwierige startpunt van de koninklijk-keizerlijke Südbahn naar Triëst. © Sander Groen

In het Südbahnmuseum in Mürzzuschlag wordt uitgebreid aandacht besteed aan Carl Ritter von Ghega, de spoorbouwmeester van het Habsburgse rijk. Dit was de eerste spoorweg ter wereld die over een bergketen heen liep en daarvoor bedacht Ghega allerlei innovaties die daarna standaard werden bij de aanleg van bergspoorwegen. In 1854 reed de eerste trein over het traject tussen Gloggnitz en Mürzzuschlag – via veertien tunnels, zestien viaducten, elf ijzeren bruggen en 118 stenen boogbruggen. De 41 kilometer lange spoorlijn kent bijna geen recht stuk; vanuit de lucht lijkt het net een kronkelende spaghettisliert. De Semmeringbahn werd in 1998 als allereerste spoorlijn ooit vermeld op de Werelderfgoedlijst.

Van Praag tot Dubrovnik

De Semmeringbahn is het steilste en spectaculairste deel, maar dat betekent niet dat de rest van de Südbahn saai is. Integendeel. Na de Semmeringtunnel ontkronkelt de spaghettisliert en voert de reis gestaag versnellend en dalend verder. Aan mijn raam trekt een alpenlandschap voorbij van glooiende weides met roodbruine koeien en houten chalets. Her en der balanceert een kasteeltje of kapelletje boven op een bergtop. Vanaf Kapfenberg zijn we weer op sneltreinvaart en vanaf Bruck volgt het spoor de rivier de Mur door Graz, de tweede stad van Oostenrijk.

Het Habsburgse Rijk strekte zich uit van de Duitse en Zwitserse grens tot Praag in Bohemen, de Karpaten, Transsylvanië, de Adriatische Zee en de Dalmatische kust tot Dubrovnik. Vandaag houdt Oostenrijk op bij wijndorp Spielfeld met nog geen duizend inwoners. Hier verlaat de Südbahn de Mur en loopt zuidwaarts de grens over. De trein glijdt als een elektrische slang door een lieflijk landschap van maisplanten, korenvelden, zonnebloemen, appelbomen en wijngaarden. Slovenië verschilt op het eerste gezicht nauwelijks van Oostenrijk. Behalve de namen dan, die zijn onmiskenbaar Slavisch: het vroegere Zirknitz heet nu Cirknica, Pössnitz werd Pesnica en Marburg is Maribor.

Piepen en kraken

De tweede stad van Slovenië telt amper honderdduizend inwoners. Maribor heeft een middeleeuws centrum met pronkerige panden in pasteltinten met rode pannendaken en plompe wachttorens aan de Drava, maar ik verkies hoofdstad Ljubljana als tussenstop. Tegen lunchtijd is het in het restauratierijtuig een komen en gaan van medepassagiers. Terwijl ik een slok Lasko-pils neem, rolt de trein het station van Lasko binnen.

Uitzicht op de historische binnenstad en het middeleeuwse kasteel van Ljubljana.
Uitzicht op de historische binnenstad en het middeleeuwse kasteel van Ljubljana. © Sander Groen

De trein rijdt langzamer en piept, kraakt en wiebelt beduidend meer dan voor de grens, maar verder doet het Sloveense deel van de reis niet onder voor het Oostenrijkse traject. Vanaf Zidani Most, het vroegere Steinbrück, volgt de lijn de smalle en diepe vallei van de Sava, de grootste zijrivier van de Donau. Groene bergen, grijze rotsen, ruisende loofbossen, pittoreske dorpen met barokke kerkjes, vakantiehuizen op de rivieroevers en schuimende stroomversnellinkjes wisselen elkaar af. Pas kort voor aankomst in Ljubljana wordt het stedelijk; de Sloveense hoofdstad ligt midden in de natuur, in een van de fraaiste streken van Centraal-Europa.

Miramare was het zomerhuis van aartshertog Maximiliaan en zijn Belgische prinses Charlotte.
Miramare was het zomerhuis van aartshertog Maximiliaan en zijn Belgische prinses Charlotte. © Sander Groen

Sissi’s sprookjeskasteel

Vlak voor eindstation Triëst passeert de trein een sprookjeskasteel waar Disney een puntje aan kan zuigen. Kasteel Miramare dateert uit dezelfde periode als de Südbahn en was het zomerhuis van aartshertog Maximiliaan van Habsburg en zijn vrouw, de Belgische prinses Charlotte. Het staat op een rotspunt in de Golf van Triëst, telt 20 kamers en de tuin meet 22 hectare. Nadat Maximiliaan werd vermoord, keerde Charlotte terug naar België, en was keizerin Elisabeth de volgende bewoonster. Sissi zie ik opnieuw zodra ik het station van Triëst uitstap; in het parkje staat een groot monument voor ‘Elisabetta’.

Het Canal Grande van Triëst doet qua grandeur niet onder voor dat van het nabije Venetië.

Triëst was de strategische havenstad van de Habsburgers, maar ligt nu in de afgelegen, meest noordoostelijke uithoek van Italië. Het is de hoofdstad van Friuli-Venezia Giulia, de minst bezochte regio van Italië. Merkwaardig, want Triëst is een plaatje. Het Canal Grande, de Riva en het Piazza Unità d’Italia worden geflankeerd door grandioze koopmanshuizen, barokke kerken en spectaculaire palazzi. Dankzij de dagelijkse EuroCity kun je er nu weer in één ruk heen, non-stop in negen uur. Maar dat hóéft natuurlijk niet. Stap onderweg gerust eens uit. Want zoals Sissi ooit zei: “Een bestemming wordt pas aanlokkelijk door de reis erheen.”

Heen en terug

Heenreis: neem ’s avonds in Brussel (of Luik) de Nightjet en stap ’s morgens uitgeslapen uit in Wenen. Rijdt driemaal per week (vanaf 2024 dagelijks), reisduur 14 uur, vanaf-prijzen: zitplaats 30 euro, ligplaats 50 euro, bed 90 euro, boeken via nightjet.com.

Treinreis: de recht-streekse EuroCity tussen Wenen en Triëst rijdt eenmaal per dag in beide richtingen. De EC 151/134 vertrekt om 07u58 van Wien Hauptbahnhof en arriveert op Triëste Centrale om 16u52. De EC 135/150 vertrekt om 13u03 uit Triëst en komt om 22u02 uur aan in Wenen. Een zitplaatsreservering kost 3 euro extra en is voor deze trein niet verplicht, wel aanbevolen. Totale reistijd: 9 uur, enkele reis vanaf 30 euro, boeken via oebb.at.

Tussenstops: wie zoals keizerin Elisabeth onderweg nog eens wil uitstappen, heeft 27 stations om uit te kiezen, zoals Semmering, Graz, Maribor, Ljubljana, Zidani Most en Pivka. In Oostenrijk en Slovenië rijden frequente snel- en stoptreinen op kortere trajecten, maar let op: op het laatste stukje, van Villa Opicina tot Triëst, rijden slechts drie treinen per dag.

Meer info: wien.info, wieneralpen.at, semmering.at, visitljubljana.com, turismofvg.it

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content