Tussen 1910 en 1970 hebben mensen zo'n 1,5 miljoen baleinwalvissen gedood voor hun blubber, vlees en hun balein - het filterweefsel dat ze hebben in plaats van tanden.

Met die baleinen filteren de zeezoogdieren hun voedsel uit het water. Baleinwalvissen leven vooral van krill: kleine planktonkreeftjes die in enorme hoeveelheden in open zee voorkomen. Men zou verwachten dat de diertjes waarop de walvissen zich tegoed doen, gedijen als de walvispopulatie gedecimeerd wordt.

Nieuw onderzoek van de universiteit van Stanford toont aan dat het omgekeerde waar is: de achteruitgang van walvissen in de zuidelijke oceanen heeft geleid tot de achteruitgang van krill.

Paradox

De walvisjacht heeft de afgelopen eeuw het leven gekost aan minstens anderhalf miljoen baleinwalvissen. Dat betekent volgens de onderzoekers dat er zo'n 400 miljoen ton krill niet werd opgegeten.

Maar uit alle metingen blijkt nu dat het krillbestand niet is gestegen, maar sterk gedaald. In vergelijking met het begin van de grootschalige walvisjacht - ongeveer een eeuw geleden - zit er maar liefst 80 procent minder krill in de zuidelijke wateren.

'Vijftig jaar nadat we gestopt zijn met deze walvisjacht, leren we nog steeds bij over de impact ervan. Het oceaansysteem is niet meer hetzelfde', zegt Matthew Savoca van de Stanford-universiteit.

Het paradoxale resultaat van zijn onderzoek toont volgens hem aan hoezeer de decimering van de grote zeezoogdieren de gezondheid van de oceaan aangetast heeft. 'We onderzoeken nu hoe we onze bevindingen kunnen gebruiken om de oceaanecosystemen te herstellen en walvissen terug te brengen', aldus de mariene bioloog. De walvispopulatie opnieuw naar een gezond niveau brengen zou volgens hem voordelen hebben voor zowel de biodiversiteit als de visserij en het vermogen van de oceaan om CO2 op te slaan.

., Getty Images
. © Getty Images

Hoe komt dat nu?

Hoe valt die paradox nu te verklaren? Krill zit barstensvol ijzer. Wanneer baleinwalvissen krill opeten, scheiden ze dat ijzer via hun stoelgang opnieuw uit. Die mest is een belangrijke voedingsstof voor fytoplankton, plantaardige organismen die in het water zweven. Dat fytoplankton is op zijn beurt de belangrijkste voedingsstof voor krill.

Aangezien krill door de jacht veel minder wordt opgegeten door walvissen, zakt hun ijzer grotendeels naar de bodem waar het minder wordt benut. Hoewel walvissen dus enorme hoeveelheden krill verorberen, houden ze daarmee tegelijk het bestand van hun voornaamste prooi in stand. Voor de voedselketen zijn het dus zeer nuttige gulzigaards.

De bevindingen tonen volgens de onderzoekers aan dat walvissen een complexe rol spelen in het functioneren van hun leefomgeving: De gezondheid van de walvispopulatie is sterk verbonden met de gezondheid van het algemene ecosysteem van de oceaan.

Volgens de onderzoekers kan het walvisbestand worden hersteld als de mens de oceaan zou bemesten met ijzer om zo de groei van fytoplankton te bevorderen. Op die manier kan de voedselketen van onderaan opnieuw aangroeien. Dat heeft bovendien ook voordelen voor de klimaatverandering, aangezien fytoplankton een belangrijke bron van fotosynthese is, en dus veel CO2 uit de lucht haalt.

Tussen 1910 en 1970 hebben mensen zo'n 1,5 miljoen baleinwalvissen gedood voor hun blubber, vlees en hun balein - het filterweefsel dat ze hebben in plaats van tanden.Met die baleinen filteren de zeezoogdieren hun voedsel uit het water. Baleinwalvissen leven vooral van krill: kleine planktonkreeftjes die in enorme hoeveelheden in open zee voorkomen. Men zou verwachten dat de diertjes waarop de walvissen zich tegoed doen, gedijen als de walvispopulatie gedecimeerd wordt. Nieuw onderzoek van de universiteit van Stanford toont aan dat het omgekeerde waar is: de achteruitgang van walvissen in de zuidelijke oceanen heeft geleid tot de achteruitgang van krill.De walvisjacht heeft de afgelopen eeuw het leven gekost aan minstens anderhalf miljoen baleinwalvissen. Dat betekent volgens de onderzoekers dat er zo'n 400 miljoen ton krill niet werd opgegeten. Maar uit alle metingen blijkt nu dat het krillbestand niet is gestegen, maar sterk gedaald. In vergelijking met het begin van de grootschalige walvisjacht - ongeveer een eeuw geleden - zit er maar liefst 80 procent minder krill in de zuidelijke wateren. 'Vijftig jaar nadat we gestopt zijn met deze walvisjacht, leren we nog steeds bij over de impact ervan. Het oceaansysteem is niet meer hetzelfde', zegt Matthew Savoca van de Stanford-universiteit. Het paradoxale resultaat van zijn onderzoek toont volgens hem aan hoezeer de decimering van de grote zeezoogdieren de gezondheid van de oceaan aangetast heeft. 'We onderzoeken nu hoe we onze bevindingen kunnen gebruiken om de oceaanecosystemen te herstellen en walvissen terug te brengen', aldus de mariene bioloog. De walvispopulatie opnieuw naar een gezond niveau brengen zou volgens hem voordelen hebben voor zowel de biodiversiteit als de visserij en het vermogen van de oceaan om CO2 op te slaan. Hoe valt die paradox nu te verklaren? Krill zit barstensvol ijzer. Wanneer baleinwalvissen krill opeten, scheiden ze dat ijzer via hun stoelgang opnieuw uit. Die mest is een belangrijke voedingsstof voor fytoplankton, plantaardige organismen die in het water zweven. Dat fytoplankton is op zijn beurt de belangrijkste voedingsstof voor krill. Aangezien krill door de jacht veel minder wordt opgegeten door walvissen, zakt hun ijzer grotendeels naar de bodem waar het minder wordt benut. Hoewel walvissen dus enorme hoeveelheden krill verorberen, houden ze daarmee tegelijk het bestand van hun voornaamste prooi in stand. Voor de voedselketen zijn het dus zeer nuttige gulzigaards. De bevindingen tonen volgens de onderzoekers aan dat walvissen een complexe rol spelen in het functioneren van hun leefomgeving: De gezondheid van de walvispopulatie is sterk verbonden met de gezondheid van het algemene ecosysteem van de oceaan. Volgens de onderzoekers kan het walvisbestand worden hersteld als de mens de oceaan zou bemesten met ijzer om zo de groei van fytoplankton te bevorderen. Op die manier kan de voedselketen van onderaan opnieuw aangroeien. Dat heeft bovendien ook voordelen voor de klimaatverandering, aangezien fytoplankton een belangrijke bron van fotosynthese is, en dus veel CO2 uit de lucht haalt.