Onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Dierlijk Gedrag en de Universiteit van Cornell hebben ontdekt dat vogels hun tempo aanpassen aan de klimaatverandering. Dat houdt echter gevaren in voor hun overleven.

De studie, gepubliceerd in PNAS, legt de drastische gevolgen bloot voor vogels die door de opwarmende planeet en de vroegere tekenen van de lente, sneller beginnen broeden. Hun jongen komen eerder ter wereld maar lopen daarmee een verhoogd risico op voedseltekorten en sterfte.

Boomzwaluwen

De onderzoekers volgden dertig jaar lang populaties boomzwaluwen en stellen nu dat de timing van de vogels om te broeden ontkoppeld geraakt van de tijd wanneer er voldoende voedsel aanwezig is. Dit benadrukt volgens hen de complexiteit achter hoe organismen reageren op klimaatverandering.

'Het simpelweg verplaatsen van cruciale momenten om de klimaatverandering te volgen is niet per se risicovrij', zegt hoofdauteur van de studie, Ryan Shipley. 'Na een periode van ongewoon warm lenteweer kunnen slechtere weersomstandigheden volgen waar de jonge dieren vervolgens aan worden blootgesteld.'

Boomzwaluw, Getty Images
Boomzwaluw © Getty Images

Studie van dertig jaar

Het onderzoeksteam ontdekte dat boomzwaluwen de afgelopen dertig jaar per decennium drie dagen eerder begonnen broeden. De jongen, die dus ook vroeger uitkwamen, liepen een groter risico op blootstelling aan slecht weer, wat de beschikbaarheid van vliegende insecten die ze nodig hebben om zich mee te voeden, verminderde.

'Onze resultaten laten zien dat dieren die afhankelijk zijn van voedselbronnen die snel kunnen wijzigen als gevolg van het weer, bijzonder kwetsbaar zijn door de klimaatverandering', zegt Shipley.

De studie heeft de gevolgen voor vogels laten zien als ze hun gedrag aanpassen aan de klimaatverandering. Maar de resultaten kunnen ook een verklaring zijn waarom vogels die zich met vliegende insecten voeden, zoals zwaluwen, gierzwaluwen en nachtzwaluwen, sneller achteruitgaan dan andere groepen in een groot deel van Noord-Amerika en Europa.

Langetermijnstudies zoals deze zijn eerder uitzonderlijk binnen het domein van de ornithologie. 'Het onderzoek is echter essentieel gebleken om te begrijpen hoe en waarom soorten worden aangetast door de klimaatverandering', zegt Maren Vitousek van de Universiteit van Cornell.

Onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Dierlijk Gedrag en de Universiteit van Cornell hebben ontdekt dat vogels hun tempo aanpassen aan de klimaatverandering. Dat houdt echter gevaren in voor hun overleven.De studie, gepubliceerd in PNAS, legt de drastische gevolgen bloot voor vogels die door de opwarmende planeet en de vroegere tekenen van de lente, sneller beginnen broeden. Hun jongen komen eerder ter wereld maar lopen daarmee een verhoogd risico op voedseltekorten en sterfte.De onderzoekers volgden dertig jaar lang populaties boomzwaluwen en stellen nu dat de timing van de vogels om te broeden ontkoppeld geraakt van de tijd wanneer er voldoende voedsel aanwezig is. Dit benadrukt volgens hen de complexiteit achter hoe organismen reageren op klimaatverandering.'Het simpelweg verplaatsen van cruciale momenten om de klimaatverandering te volgen is niet per se risicovrij', zegt hoofdauteur van de studie, Ryan Shipley. 'Na een periode van ongewoon warm lenteweer kunnen slechtere weersomstandigheden volgen waar de jonge dieren vervolgens aan worden blootgesteld.'Het onderzoeksteam ontdekte dat boomzwaluwen de afgelopen dertig jaar per decennium drie dagen eerder begonnen broeden. De jongen, die dus ook vroeger uitkwamen, liepen een groter risico op blootstelling aan slecht weer, wat de beschikbaarheid van vliegende insecten die ze nodig hebben om zich mee te voeden, verminderde.'Onze resultaten laten zien dat dieren die afhankelijk zijn van voedselbronnen die snel kunnen wijzigen als gevolg van het weer, bijzonder kwetsbaar zijn door de klimaatverandering', zegt Shipley.De studie heeft de gevolgen voor vogels laten zien als ze hun gedrag aanpassen aan de klimaatverandering. Maar de resultaten kunnen ook een verklaring zijn waarom vogels die zich met vliegende insecten voeden, zoals zwaluwen, gierzwaluwen en nachtzwaluwen, sneller achteruitgaan dan andere groepen in een groot deel van Noord-Amerika en Europa.Langetermijnstudies zoals deze zijn eerder uitzonderlijk binnen het domein van de ornithologie. 'Het onderzoek is echter essentieel gebleken om te begrijpen hoe en waarom soorten worden aangetast door de klimaatverandering', zegt Maren Vitousek van de Universiteit van Cornell.