Tot die conclusie zijn onderzoekers van de Plantentuin van Meise en de Universiteit Gent gekomen, na het analyseren van kiezelwieren, een soort van microscopisch kleine algen. Het onderzoek is vorige week gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Ecography.

'We zijn tien jaar bezig geweest aan deze studie', zegt professor Bart Van de Vijver, van de Plantentuin van Meise. 'We hebben enorm veel monsters van microalgen verzameld om de soortenrijkdom op Antarctica in kaart te brengen. We dachten dat op Antarctica dezelfde soorten voorkwamen als in Europa en de rest van de wereld, maar dat blijkt dus niet het geval te zijn.'

Monnikenwerk

Het team van Van de Vijver, waartoe ook internationale onderzoekers behoorden, identificeerde meer dan 200 volledig nieuwe soorten kiezelwieren. 'Dat is een echt monnikenwerk geweest: elk monster hebben we vergeleken met de soorten die nu al bekend zijn, en dat zijn er 40 à 50.000. Zo zijn we te weten gekomen dat er ongeveer 370 verschillende soorten in meer dan 430 meren in het volledige Antarctische gebied leven.'

De meeste van de waargenomen soorten bleken nergens anders ter wereld voor te komen, en zijn dus uniek voor Antarctica. Ook binnen het Antarctische gebied bleek bijna elke soort een zeer beperkt verspreidingsgebied te hebben. De meeste soorten, ongeveer 270, werden aangetroffen op eilanden die als een gordel rond het continent liggen. Op het Antarctische continent zelf vonden de wetenschappers 152 soorten.

'Het is de eerste keer dat we dit unieke karakter van Antarctica op deze manier hebben kunnen aantonen. Dit wijst erop dat die verschillende zones weinig met elkaar gemeen hebben. Dat is ook waarom dit onderzoek zo belangrijk is: het toont aan dat we het contact tussen die zones moeten blijven beperken, zodat de biodiversiteit en het uniek karakter van die soorten behouden kan blijven. Zelfs op microniveau, bij die ultrakleine algjes, is het belangrijk het uniek karakter te bewaren.'

De onderzoekers gaan nu ook dezelfde studie doen voor het noordpoolgebied.

Tot die conclusie zijn onderzoekers van de Plantentuin van Meise en de Universiteit Gent gekomen, na het analyseren van kiezelwieren, een soort van microscopisch kleine algen. Het onderzoek is vorige week gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Ecography. 'We zijn tien jaar bezig geweest aan deze studie', zegt professor Bart Van de Vijver, van de Plantentuin van Meise. 'We hebben enorm veel monsters van microalgen verzameld om de soortenrijkdom op Antarctica in kaart te brengen. We dachten dat op Antarctica dezelfde soorten voorkwamen als in Europa en de rest van de wereld, maar dat blijkt dus niet het geval te zijn.' Het team van Van de Vijver, waartoe ook internationale onderzoekers behoorden, identificeerde meer dan 200 volledig nieuwe soorten kiezelwieren. 'Dat is een echt monnikenwerk geweest: elk monster hebben we vergeleken met de soorten die nu al bekend zijn, en dat zijn er 40 à 50.000. Zo zijn we te weten gekomen dat er ongeveer 370 verschillende soorten in meer dan 430 meren in het volledige Antarctische gebied leven.' De meeste van de waargenomen soorten bleken nergens anders ter wereld voor te komen, en zijn dus uniek voor Antarctica. Ook binnen het Antarctische gebied bleek bijna elke soort een zeer beperkt verspreidingsgebied te hebben. De meeste soorten, ongeveer 270, werden aangetroffen op eilanden die als een gordel rond het continent liggen. Op het Antarctische continent zelf vonden de wetenschappers 152 soorten. 'Het is de eerste keer dat we dit unieke karakter van Antarctica op deze manier hebben kunnen aantonen. Dit wijst erop dat die verschillende zones weinig met elkaar gemeen hebben. Dat is ook waarom dit onderzoek zo belangrijk is: het toont aan dat we het contact tussen die zones moeten blijven beperken, zodat de biodiversiteit en het uniek karakter van die soorten behouden kan blijven. Zelfs op microniveau, bij die ultrakleine algjes, is het belangrijk het uniek karakter te bewaren.' De onderzoekers gaan nu ook dezelfde studie doen voor het noordpoolgebied.