Met het credo 'zorg dat we niet worden zoals Venetië' bedoelen andere landen niet dat ze wegzinken in het water, maar verzuipen onder het massatoerisme. Met een toeristentaks hoopt de Dogestad het onheil af te wenden. Zal dat werken en, zo ja, wie volgt dan het Venetiaans voorbeeld?

Venetië kreunt onder haar eigen schoonheid. Op de Rialtobrug, voor het Dogepaleis of op San Marco bijvoorbeeld, krioelt het dagelijks van de toeristen. Is de zon van de partij, wordt het mierennest nog voller.

'Niemand wil nog zoals Venetië zijn', schreef onlangs het Spaanse portaal El Confidencial in een artikel over het problematisch geworden massatoerisme. Het Brugge van het Zuiden hoopt echter een pasklare oplossing te hebben: entreegeld. Dat is 'een maatregel die je nergens anders ter wereld vindt', stelt burgemeester Luigi Brugnaro.

San Marcoplein © REUTERS

Wanneer het initiatief in de praktijk wordt gebracht, staat nog niet vast, maar voor Brugnaro mag het deze zomer al ingevoerd worden. Lukt dat, dan moet elke bezoeker aan de Lagunestad dit jaar drie euro betalen. Volgend jaar moet dat bedrag stijgen tot zes euro. Naargelang het seizoen of een uitzonderlijke toeristische overdaad kan dat bedrag oplopen tot acht euro. In 'luwe' tijden, daarentegen, valt de entree terug op drie euro. Wie een hotel in de stad heeft geboekt, hoeft de toeristentaks niet te betalen; hij/zij hoest immers al de lokale belasting op.

Nu weet burgervader Brugnaro ook wel, dat toeristen niet massaal op de vlucht slaan voor een eurotje meer. Het is hem er om te doen, de stad uiteindelijk weer leefbaar te maken, zowel voor de bewoners als de toeristen. De stad moet 'verdedigd' worden, zegt hij, opdat zij haar eigenheid kan blijven ademen en ook voor de volgende generaties leefbaar blijft.

De inkomsten van de toeristentaks moeten gebruikt worden voor het in stand houden en proper maken van de historische stad.

Brugnaro heeft al diverse telefoontjes gekregen van collega's uit andere trekpleisters, die willen weten hoe zijn plan er concreet gaat uitzien. Het probleem van toeristische overdaad stelt zich immers ook in steden als Amsterdam, Barcelona of Dubrovnik.

Al die steden zitten tussen wal en schip: enerzijds zorgen toeristen voor flink wat extra inkomsten, anderzijds voor prijsstijgingen en veel, heel veel vuilnis. Behalve de plaatselijke middenstand ergert de plaatselijke bevolking zich met de dag blauwer aan de toeristeninvasies.

Barcelona © Getty Images

In Barcelona kwam die onvrede in 2017 tot een dieptepunt toen vermomde burgers een reisbus tot stoppen dwongen, de banden doorstaken en de tekst 'Toerisme doodt de stad' op de ruiten van de bus spoten. 'Toerisme is zoals koning Midas: alles wat het liefheeft, vernietigt het', schreef El Confidencial.

In Parijs werd het voor de bewoners van de Rue Crémieux zo gortig, dat zij actie ondernamen om van de wegens haar pastelkleurige huizen door fotografen gegeerde straat in het 12de arrondissement op bepaalde tijdstippen, bijvoorbeeld tijdens het weekeinde, taboegebied voor toeristen te maken. De straat 'is een hel geworden', zei een bewoner aan France Info.

Voor veel steden zijn cruiseschiptoeristen de nieuwe pestlijders geworden: die komen 'en masse' aan, veroveren de straten en laten na hun -kort- verblijf vaak een slagveld en weinig geld achter. In Dubrovnik, aan de Dalmatische kust, mogen voortaan per dag slechts twee cruiseschepen aanleggen en mogen maximaal 5.000 toeristen aan land gaan. Wegens de 'invasie' van toeristen dreigt de Kroatische kuststad immers haar statuut als Unesco-werelderfgoed kwijt te spelen. Ook de stad Kotor in Montenegro staat onder druk om het aantal bootjestoeristen te reduceren. Unesco vreest er voor de toekomst van de plaatselijke vesting en de baai waaraan de stad ligt.

In Amsterdam troepen de toeristen vooral samen aan de grachten en de Walletjes. Voor het jaar 2025 rekent de Nederlandse hoofdstad op een jaarlijkse toestroom van 30 miljoen toeristen, waardoor het licht niet enkel in de Walletjes op rood zal komen te staan.

Luzern © Getty Images

Ook Praag kent al jarenlang een inflatie aan toeristen. In de Tsjechische hoofdstad overweegt men echter geen inkomgeld voor, bijvoorbeeld, de beroemde Karelsbrug.

In het Zwitserse Luzern klaagt de plaatselijke bevolking steen en been, maar weigert de gemeente met een of andere taks in te grijpen, uit vrees voor de kip en haar gouden eieren. Nochtans draven jaarlijks op de houten brug aan het Vierwoudstrekenmeer negen miljoen bezoekers op voor foto's en selfies. Luzern is overigens koploper in de verhouding inwoner/toerist: voor elke Luzerner zijn er jaarlijks 116 bezoekers. In Venetië staat die verhouding op 1 tegen 96.

Politici zijn ter zake weinig actief: zij wijzen vooral op het vele geld dat toeristen in het laatje brengen. En dankzij het initiatief van burgemeester Brugnaro zal dat laatje eerlang in Venetië nog meer geld herbergen. Hijzelf ziet de toeristentaks echter als het ultieme begin van de strijd tegen het massatoerisme. Het entreeticket voor dagjestoeristen lijkt voor de Dogestad ook heel vanzelfsprekend: wie de stad kent, weet dat zij eigenlijk één groot museum is.