Het klimseizoen op de Mount Everest duurt amper twee maanden. Tussen eind april en eind mei zijn de omstandigheden geschikt om de hoogste berg ter wereld te klimmen. Dit jaar probeerden zoveel klimmers de top van de 8.848 meter hoge berg te bereiken dat ze in de file moesten staan. 22 mei, de dag dat deze foto werd gemaakt, was één van de drukste klimdagen op de Mount Everest.

Kami Rita Sherpa © AFP

Lang moeten wachten is overigens niet zonder risico's. De kans op bevriezing en hoogteziekte wordt dan groter. Meer dan tweehonderd klimmers hebben dit jaar ondertussen de top bereikt, waaronder de Nepalese sherpa Kami Rita Sherpa die daarmee zijn eigen wereldrecord heeft verbroken. Hij klom voor de 24e keer naar de top en deed dat zelfs tweemaal in één week.

Ook de Zuid-Afrikaanse klimster Saray Khumalo vestigde een primeur: ze is de eerste zwarte vrouw die de top van de Mount Everest haalde.

Saray Khumalo © AFP

Doden waren er ook te betreuren. Al zeven alpinisten lieten dit seizoen het leven. Een Ierse professor, een 55-jarige Amerikaan, een 65-jarige Oostenrijker, drie Indiase klimmers en nog een klimmer waarvan de nationaliteit nog niet vast staat, lieten het leven. Een deel de sterfgevallen heeft te maken met de drukte omdat zuurstof op zo'n grote hoogte schaars is. Op andere bergen in de Himalaya kwamen ook nog eens zeven alpinisten om het leven. De omstandigheden met hevige sneeuwval en felle wind waren dit klimseizoen dan ook niet ideaal.

Het aantal alpinisten dat de Mount Everest probeer te bedwingen is sinds de jaren negentig enorm toegenomen omdat de Nepalese overheid de beklimming toen liberaliseerde. Vanaf dat moment werden er veel commerciële expedities georganiseerd. Dit jaar kregen 381 klimmers een vergunning en dat is een record.